Home

Natasja Gibbs roept de publieke omroep tot de orde: minder entertainment, méér serieuze journalistiek

Radiopresentator Natasja Gibbs schreef met Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan een pamflet vóór een sterke publieke omroep die zich vooral richt op informatievoorziening. ‘Als er één moment is om bij onszelf te rade te gaan, is het nu.’

is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.

Radiopresentator Natasja Gibbs schreef met Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan een pamflet vóór een sterke publieke omroep die zich vooral richt op informatievoorziening. ‘Als er één moment is om bij onszelf te rade te gaan, is het nu.’

is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.

Misschien, zegt radiopresentator Natasja Gibbs, heeft ze haar nieuwe boek wel geschreven voor de man die ze ooit ’s nachts in een club tegenkwam, en die haar met veel dedain toebeet dat ze toch ‘van de NPO was’. Gibbs mompelde iets terug over dat ze bij BNNVara werkte, en dat de NPO, de Nederlandse Publieke Omroep, ‘de overkoepelende organisatie’ is, maar de man wist genoeg: ‘Is toch allemaal hetzelfde, ik kijk sowieso geen tv meer. Het is altijd hetzelfde gelul in die talkshows.’

Misschien schreef ze daarom Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan – 7 pijlers van de journalistiek in een gloedvol pleidooi. Het is een pamflet waarin ze verkent wat er beter kan in de journalistiek in het algemeen en bij de journalistieke programma’s van de publieke omroep in het bijzonder. Daarin gaat het over de kwaliteit van de journalistiek, die haar aan het hart gaat, maar ook over überhaupt het blijven bestaan van goede journalistiek en de verantwoordelijkheid om die te (blijven) maken.

Gibbs: ‘Goede journalistiek is in een gezonde democratie een recht dat we moeten koesteren. Dat recht staat aan alle kanten onder druk. We moeten bezuinigen, we moeten concurreren met algoritmen op sociale media. En er is het politieke geluid van iemand als Geert Wilders, die vindt dat het Mediapark mag worden platgegooid om er woningen op te bouwen. Wat hij eigenlijk zegt is: u hoeft niet te worden geïnformeerd. Dat vind ik zorgwekkend. Ik wil met mijn pamflet aandringen op meer bewustzijn over het nut van goede informatievoorziening. En daar is een taak weggelegd voor de publieke omroep.

‘We moeten laten zien dat we van ‘onze belastingcenten’ sterke journalistieke producties kunnen blijven maken waarmee we de macht controleren, waarbij we niet per se proberen te concurreren met de commerciële omroepen en waarmee we heel zichtbaar en herkenbaar zijn.’

Gibbs werkt inmiddels bijna vijftien jaar bij de publieke omroep, onder meer als correspondent voor Radio 1, als coördinator van het Caribisch journalistennetwerk van de NTR, als televisiepresentator van de talkshow Op 1 en als radiopresentator van het dagelijkse actualiteitenprogramma De nieuws BV, tegenwoordig De rode draad. In het pamflet gebruikt ze persoonlijke anekdotes van al die werkvloeren om haar aanbevelingen kracht bij te zetten.

In het eerste hoofdstuk bestempelt Gibbs neutraliteit in de journalistiek als een illusie en gaat ze terug naar de redactievloer van de NTR in 2018, waar een marketingcommunicatiemedewerker aan Gibbs’ bureau komt uitleggen waarom de Pieten in het Sinterklaasjournaal dat jaar nog zwart geschminkt zullen zijn.

Fred van de administratie

In haar boek schrijft Gibbs hoe ze verwonderd luistert naar twee volwassen witte mensen die ‘over een fictief karakter spraken alsof het Fred van de administratie was’. De collega zegt: ‘Kijk, ze zijn niet allemaal helemaal zwart meer, hè, zoals vroeger, en ze hebben ook geen gouden oorringen meer.’

Gibbs: ‘Maar sommigen zijn dus nog wel helemaal zwart geschminkt?’ Antwoord: ‘Ehm, ja, sommigen zijn inderdaad veel zwarter dan anderen, dat hangt er dus vanaf hoe vaak ze door de schoorsteen zijn gegaan.’

De toenmalige mediadirecteur van NTR, Willemijn Francissen, zegt later tegen Gibbs, als die haar vraagt waarom het zwart schminken niet kan stoppen zodat er geen racistische karikatuur meer wordt getoond: ‘Dat zou ik ook graag willen, maar als publieke omroep kunnen we niet anders dan meebewegen met de maatschappij.’ In de uitzendingen van de commerciële omroep RTL zijn dat jaar al geen Zwarte Pieten meer te zien.

Witte norm

Gibbs zegt nu: ‘Zo lagen de kaarten destijds, niemand durfde dat openlijk te bevragen. De publieke omroep heeft gewoon heel lang de witte norm gevolgd. Er waren intern veel makers die niet wilden luisteren naar mensen die zich gediscrimineerd voelden. Die dit niet wilden begrijpen en niet wilden veranderen. En het argument daarvoor was dat we als neutrale taakomroep geen standpunt kunnen innemen. Daar ben ik het mee oneens.’

Gibbs hekelt ook de angst die er bestaat bij journalisten om als ‘activistisch’ te worden bestempeld door tv-recensenten of door het publiek. Zelf kreeg ze zo’n verwijt twee jaar geleden, toen ze in talkshow Op1 over Israël sprak als een ‘apartheidsregime’. De NPO ontving klachten en de NPO-ombudsman uitte kritiek.

Gibbs: ‘Als journalisten stelling nemen of uitgesproken zijn, dan is het heel goed om te kijken op wie dan de meeste kritiek komt. En dat zijn vaak vrouwen of mensen van kleur. En het is ook afhankelijk van het onderwerp. Feminisme, homorechten en klimaat vallen al gauw in het rijtje ‘activisme’.

‘De ombudsman oordeelde achteraf dat ik de rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch erbij had moeten noemen, waar deze typering van Israël uit kwam. Maar toen Gert-Jan Segers van de ChristenUnie bij mij aan tafel zat en klaagde over het regime in Iran, hoefden daar toch ook geen rapporten aan te pas te komen?

‘Gelukkig kon ik heel duidelijk laten zien hoe mijn vraag aan die talkshowtafel tot stand was gekomen. Dat is iets wat ik heel prettig vind, dat je bij goede journalistiek je bronnen kunt laten zien, je aantekeningen, je werkwijze. Dat is iets wat professionele journalistiek onderscheidt van andere vormen van informatievoorziening, dat je achteraf verantwoording kunt afleggen.’

Reuring

Volgens Gibbs kun je vraagtekens zetten bij hoe vernieuwend en aansprekend talkshows nog zijn. ‘Altijd dezelfde koppen en duiders, altijd twee uitersten tegenover elkaar. Het lijkt meer te gaan om de reuring dan om inzichten en de journalistieke taken van informatie en educatie. Ik mis ook het scherpe interview; nu wordt vaak gekozen om twee mensen met tegengestelde standpunten aan tafel te zetten, met de presentator als scheidsrechter ertussen. Ik denk dat het de presentator zou moeten zijn die de boel fileert en de feiten blootlegt.’

Over diezelfde periode, als presentator van Op1, haalt Gibbs in haar pamflet herinneringen op aan het appje waarmee ze de twee jaar dat ze het programma presenteerde steevast wakker werd. De eindredacteur stuurde in de groepsapp elke ochtend een link naar de kijkcijfers en het marktaandeel van die avond.

Ze schrijft: ‘Wat zeiden die cijfers nou over de kwaliteit van wat we hadden gemaakt? Wat zei een neerwaartse grafiek over de noodzaak en kwaliteit van een gesprek over femicide, het toeslagenschandaal of de misstanden met de gasboringen in Groningen als mensen op hetzelfde moment liever naar de finale van The Masked Singer keken? Nou, of je dat soort gesprekken dan wel op dat tijdstip moet houden, legden onze eindredacteuren uit, terwijl we een tikkeltje moedeloos naar een dip in de kijkcijfergrafiek staarden bij een gesprek over de oorlogssituatie in Oekraïne.’

Hoe belangrijk zijn kijkcijfers voor talkshowredacties? ‘Ze zijn leidend’, zegt Gibbs. ‘Ze bepalen het onderwerp, het type gasten, het moment waarop die mogen aanschuiven. Je wilt bijvoorbeeld nooit afsluiten met iets zwaar inhoudelijks, dan zappen de mensen weg. En we letten ook heel erg op concurrerende programma’s, wie hebben ze daar aan tafel? Het streven is de hele tijd: scoren.’

Rare spagaat

‘Wij maakten de vrijdagavond met BNNVara, en daar moest altijd weer een volkszanger komen, of iemand met een gezellig praatje over een film of een boek. Zo’n keuze gaat altijd ten koste van iets: de oorlog in Oekraïne, femicide, aardbevingen in Groningen door de gasboringen. Het was heus niet alleen maar feest en vertier, maar we zaten wel in een rare spagaat.

‘En zo is het overal bij de publieke omroep. De NPO is commerciëler dan de commerciële, hoor je vaak, en dat is niet voor niks. Ik vind dat vermoeiend en verdrietig. Zijn we een populariteitsrace aan het rennen? Of zijn we bezig met onze taak van informatie brengen? Ik vind dat we ons daarop moeten richten in plaats van te proberen door allerlei entertainmenthoepels te springen.

‘Natuurlijk moeten we ook een breed publiek aanspreken, en daarbij spelen kijkcijfers wel degelijk een rol. Maar ik vind dat we ons moeten bezighouden met de onderwerpen die relevant zijn voor de kennis en algemene ontwikkeling van onze kijker, in plaats van met entertainment. Dat bieden de commerciële zenders al, en die kunnen dat veel beter.

‘Hoe bereiken we dat brede publiek? Daarover moeten we nadenken, als journalisten en makers. Nu worden de beslissingen genomen door managers, die naar twee dingen kijken: geld en kijkcijfers. Er is nauwelijks ruimte om iets nieuws te ontwikkelen en ook geen tijd om dat te laten landen. Zo krijg je een systeem waarbinnen mensen heel conservatief en angstig opereren en niet kunnen experimenteren.’

Paniekaanval

Hoe ze zelf op een vervelende manier te maken kreeg met omroeppolitiek, beschrijft Gibbs in het hoofdstuk dat begint met een paniekaanval die haar overvalt in de auto. Ze heeft net te horen gekregen dat haar radioprogramma De Nieuws BV naar een ander tijdslot moet verhuizen.

‘Hijgend draaide ik de auto de stoep op, gooide het portier open, klikte mijn gordel los en viel naar buiten. Met mijn kin klapte ik op de tegels. (…) In de reflectie van een voorbijrijdende auto zag ik mijn gezicht: bloed rond mijn mond, verwilderde blik. Ik leek een clown. Een clown die was ontsnapt uit het mediacircus.’

‘Lekker dramatisch, hè’, zegt ze nu. Dan, serieuzer: ‘Maar er zijn veel meer collega’s met zulke verhalen, daar zijn ook meerdere rapporten over verschenen, zoals dat van de commissie-Van Rijn van twee jaar geleden. Mensen met paniek, angsten en burn-outs door continu onder te hoge druk werken.

‘Bij ons ging het zo: wij zaten elke dag ons programma te maken en ineens hoorden we van een nieuwe zenderbaas bij Radio 1 dat de programmering op de schop moest. Dat betekende dat wij weer opnieuw moesten uitleggen waarom ons programma op dat tijdstip hoorde. Daar hebben we veel tijd in gestopt, en achteraf bleek dat dat helemaal geen zin heeft gehad, de keuze was allang gemaakt.

Op veilig spelen

‘Ze wilden een programma dat meer op de directe actualiteit was gericht, meer de waan van de dag. Ik heb verder geen moeite met die keuze, dat wil ik even zeggen, want anders lijkt het alsof ik alleen pissig ben omdat ik mijn tijdslot kwijt ben. Maar het zegt volgens mij iets over dat de NPO graag op veilig speelt, op plekken waarvan zij denken dat daar de meeste luisteraars of kijkers of lezers te behalen zijn. Dus willen ze hetzelfde doen wat BNR ook op de radio laat horen op dat tijdstip.

‘Wat ik zie, is dat wij onszelf daarin onder druk zetten, als publieke omroep. Want we zitten natuurlijk in een steeds krapper financieel jasje, door alle bezuinigingen. En binnen dat krappe jasje maken we dan ook nog eens steeds conservatievere, veilige keuzes. En natuurlijk, het een valt met het ander te verklaren. Maar is dat wat we willen? Want op een gegeven moment past het jasje helemaal niet meer, en dan heb je niks meer over.’

Daar zit volgens Gibbs ook juist een kans, in het nieuwe omroepbestel waaraan nu wordt gesleuteld, en dat over een paar jaar definitief moet zijn. ‘Alles gaat op de schop. Dus als er één moment is om bij onszelf te rade te gaan, is het nu. Ik hoop dat de NPO die mogelijkheid met beide handen aanpakt. Zodat de volgende persoon die me in het café aanspreekt over de media wel weet waar de NPO voor staat en denkt: het is toch maar mooi míjn publieke omroep.’

Natasja Gibbs: Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan. Meulenhoff; 96 pagina’s; € 18,99.

De zeven pijlers uit het boek:

Neutraliteit is een illusie

Diversiteit is kwaliteit

Het publiek dienen niet het systeem

Minder wat scoort en meer wat hoort

Journalistiek is van het volk, niet van de markt

Regionale journalistiek is een nationale noodzaak

Sterke journalistiek laat zich niet censureren

CV Natasja Gibbs

1998 Studie Journalistiek in Utrecht.
2002 Studie Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
2011 Correspondent voor de Wereldomroep.
2012 Correspondent voor NPO Radio 1.
2013 Coördinator van Caribisch Netwerk, een journalistennetwerk van de NTR.
2015 Genomineerd voor de Zilveren Radioster.
2016 Presentator en redacteur van Kwesties op NPO Radio 1; valt ook regelmatig in bij Qmusic.
2018 Presentator van de NPO Radio 1-programma’s Focus en Lezen in het donker.
2018 Presentator van de podcast Koninkrijkskwesties.
2020 Co-presentator, samen met Petra Grijzen, van Hilversum uit op NPO Radio 1.
2020 Presentator van De nieuws BV op NPO Radio 1.
2022 Presentator van talkshow Op1.
2025 Presentator van De rode draad op NPO Radio 1.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next