Home

‘Reservisten’, ik proefde het woord even. Zag kameraadschap voor me, heldhaftigheid

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Hij slaakte een zucht toen we langs ons oude huis fietsten. Gevoelsmatig hebben we er jaren gewoond, ook al was het uiteindelijk slechts een krappe anderhalf jaar. We waren met zijn vieren, maar inclusief aanhang en vrienden was het vaak drukker.

Voor een Europees kampioenschap voetbal hadden we een oude, enorme beamer gekocht die het net niet goed genoeg bleek te doen. We bedekten daarom de ramen met vuilniszakken en aluminiumfolie, zodat er geen zonlicht binnen kon komen. Dit lieten we gedurende het hele EK, ongeveer een maand, zo hangen.

We zagen geen zon, aten opgewarmde pizza’s en rookten terwijl we overdag herhalingen van Tsjechië - Letland of Bulgarije - Denemarken keken, onderuitgezakt op de kunstlederen banken die we hadden verhoogd door ze op kratten bier te zetten. Nederland werd net op tijd uitgeschakeld, anders hadden we het waarschijnlijk niet overleefd.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Ik zit eraan te denken’, zei hij even verderop, ‘om bij de reservisten te gaan.’ Van alle mensen die ik ken, is hij degene die het minst van geweld of vechten houdt. Bij de spaarzame dreiging van een knokpartij tijdens onze tienerjaren was zijn reactie doorgaans: wegfietsen.

‘Ja!’, reageerde hij op mijn verbaasde ‘o’. ‘Als er oorlog uitbreekt, dan kan ik dus helemaal niets. Niets. Ik weet niet hoe ik een pistool moet vasthouden. Laat staan hoe ik mijn eigen gezin moet verdedigen. Of mijn land.’

Mijn land? Dat patriottisme was ook nieuw voor me. Ik herkende het ook niet bij mezelf. Wat ik wel herkende, is het gevoel van totale onbruikbaarheid, mocht er oorlog uitbreken.

‘Jij daar. Met je frons. Wat kan jij?’

‘Hoi, ik ben Julien en ik schrijf.’

‘Hans? Hee Hans? Deze mag alvast naar de Russen.’

De hemel trok open en het natte fietspad glansde in het licht van de vroege avond. ‘Reservisten’, ik proefde het woord even. Zag kameraadschap voor me, heldhaftigheid, een dankbaar volk. ‘Ik snap het wel. Lijkt me ook wel interessant.’

‘Ja.’ Hij liet even een pauze vallen. ‘Ik dacht in eerste instantie ook wel dat het wat voor jou zou zijn.’ Hij keek me aan. ‘Maar toen besefte ik dat je het nog geen uur zou volhouden.’

‘O?’

‘Jij kunt helemaal niet tegen autoriteit. Als iemand je schreeuwend beveelt dat je je T-shirt opnieuw moet opvouwen...’

‘Dan zeg ik: ‘Sorry, maar ik ben 43. Ik heb helemaal geen zin in deze shit, praat normaal tegen me, anders ben ik weg.’’

‘Precies.’

Even overwoog ik er nog tegenin te gaan. Op te werpen dat ik, voor het grotere goed, misschien wel bereid zou zijn mijn weerstand tegen autoriteit te laten varen. Er zit toch vast wel ergens een patriot in me verstopt?

Welnee.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next