Home

Lastenverzwaringen drukken de koopkracht, vooral voor hogere inkomens

De koopkracht van de doorsnee Nederlander gaat er volgend jaar 0,1 procent op achteruit. De lichte daling is vooral het gevolg van kabinetsbeleid, zoals een verhoging van de inkomstenbelasting en de vrijheidsbijdrage.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.

Zonder dergelijke maatregelen was er juist sprake geweest van een kleine plus in de doorsnee portemonnee. De economische ontwikkelingen in Nederland pakken over het algemeen namelijk positief uit. Zo stijgen de cao-lonen, het minimumloon en de uitkeringen meer dan de inflatie. Gepensioneerden krijgen over het algemeen ook meer geld, doordat een groot deel van de pensioenen per januari wordt verhoogd omdat veel pensioenfondsen er financieel gunstig voor staan.

Maar die effecten worden gedrukt door het kabinetsbeleid. Dat zit met name in de lastenverzwaringen. Zo stijgt het tarief van de inkomstenbelasting in de eerste en de tweede schijf met respectievelijk 0,48 en 0,60 procentpunt. De in het coalitieakkoord afgesproken vrijheidsbijdrage, een beperking van de inflatiecorrectie van de belastingschijven, leidt er weer toe dat mensen sneller in een hogere belastingschijf terechtkomen. Zij betalen dan een hoger percentage belasting.

Dat alles heeft dus een negatief effect op de koopkracht van de meeste Nederlanders, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken. In de berekening daalt de koopkracht van de doorsnee Nederlander met 0,1 procent.

Disclaimer

Het cijfer dat ieder jaar op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, komt altijd wel met een disclaimer. Omdat het om een prognose gaat, kan het daadwerkelijke koopkrachtcijfer uiteindelijk anders uitvallen. Bovendien geven de cijfers een sterk vereenvoudigd beeld van de situatie van mensen. Persoonlijke gebeurtenissen, zoals een promotie, een nieuwe baan of juist het verlies van werk, zijn van veel grotere invloed op de bestedingsruimte. De verschillen tussen huishoudens en individuen kunnen daarom groot zijn.

Dat de koopkracht waarschijnlijk zou dalen, werd vorige maand al duidelijk uit de raming van het Centraal Planbureau. Die kwam op een daling van 0,3 procent als het kabinet geen verdere maatregelen zou nemen.

In de tussentijd is dat wel gebeurd. Zo kwam het kabinet met een ‘koopkrachtpakket’ van 1,5 miljard euro. Daarin zit onder meer een hogere arbeidskorting. Ook verlaagt het kabinet de voorgenomen verhoging van de inkomstenbelasting iets, met 0,06 procentpunt. Het kabinet verlengt ook de korting op dieselaccijns met ongeveer 12 eurocent per liter.

Hoogste tarief

Maar dat pakket dempt de koopkrachtdaling maar een beetje. Dat komt doordat het benodigde bedrag voor een deel weer wordt gefinancierd met een lastenverzwaring. Het kabinet besluit bijvoorbeeld om de grens voor het toptarief van de inkomstenbelasting niet te verhogen, waardoor meer mensen het hoogste tarief blijven betalen.

Ook heeft het kabinet besloten om minder mensen de maximale vergoeding voor de kinderopvang te betalen. Het plan was om huishoudens met een inkomen tot ongeveer 87.660 euro volgend jaar een vergoeding van 96 procent van de maximum uurprijs te betalen, maar die grens wordt met 71.900 euro fors lager.

Herverdeling

Die maatregelen raken voornamelijk mensen met hogere inkomens. Dat komt ook duidelijk naar voren in de zogenoemde voorbeeldhuishoudens. Een negatieve uitschieter zit bij een alleenverdiener met kinderen die twee keer een modaal inkomen verdient. Die gaat er in de berekening van het ministerie met 1,7 procent op achteruit.

Een alleenstaande ouder met een minimumloon gaat er daarentegen juist 1,2 procent op vooruit. Ook mensen die een AOW-uitkering ontvangen zien een plus. Dat komt vooral doordat zij minder merken van maatregelen die ingrijpen op het inkomen, zoals de hogere belasting en de vrijheidsbijdrage.

In de maatregelen zit dus een kleine herverdeling, al is de impact over de hele linie beperkt. Het aantal mensen dat in Nederland in armoede leeft, verandert in ieder geval niet. Ook volgend jaar blijft dat ongeveer 2,6 procent, wat neerkomt op 464 duizend mensen. De kinderarmoede daalt wel licht en gaat van 2,4 procent naar 2,3 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next