Home

Belasting op vermogenswinst is zeer dure grap, onthullen stukken op Prinsjesdag

Een meerderheid in beide Kamers wenst een vermogenswinstbelasting als opvolger van de oude vermogensrendementsheffing (box 3). Maar die oplossing is peperduur, blijkt uit de Prinsjesdagstukken. De geschatte kosten bedragen 13 tot 23 miljard euro.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

De coalitiepartijen kwamen er onderling niet uit, dus gooien ze het box 3-probleem nu over de heg bij de Tweede Kamer. Minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) en zijn staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) leggen het parlement in een op Prinsjesdag verstuurde Kamerbrief vier scenario’s voor om het ‘complexe vraagstuk’ rond de vermogensbelasting op te lossen.

De Hoge Raad zadelde het ministerie eind 2021 in een kerstarrest met dat vraagstuk op door de vermogensrendementsheffing onwettig te verklaren. Sindsdien zoeken kabinetten naar een juridisch houdbare manier om belasting te heffen op het inkomen uit vermogen (spaarrente, koerswinsten, dividend, huurinkomsten en waardevermeerdering van onroerend goed).

Het parlement wenst een belasting die alleen het werkelijk genoten vermogensrendement belast, in plaats van een fictief percentage zoals in het verleden. Dat is per definitie ingewikkeld, omdat de Belastingdienst dan van elke belastingplichtige precies moet weten hoeveel diens individuele vermogen jaarlijks opbrengt.

Belasting over vermogenswinst

Het kabinet koos in eerste instantie voor een vermogensaanwasbelasting als nieuwe box 3-variant. Bij een vermogensaanwasbelasting betaalt de belastingplichtige elk jaar belasting over zijn vermogenswinst, ook het onverzilverde deel.

Bij een vermogenswinstbelasting is dat anders. De Belastingdienst rekent dan pas af als de spaarder of belegger de winst ook echt geïncasseerd heeft. Voor spaarrente en dividend maakt dit geen verschil, want zulke vermogenswinsten krijgt de begunstigde elk jaar automatisch uitgekeerd.

Maar voor vastgoed- en aandelenbeleggers maakt het wél verschil. Bij een vermogenswinstbelasting hoeven ze pas met de fiscus af te rekenen als zij hun vastgoed of effecten verkopen en de eventuele winst verzilverd hebben. Bij een vermogensaanwasbelasting moeten ze jaarlijks belasting afdragen over een papieren waardestijging, ook als zij die nog niet in harde euro’s hebben omgezet.

Oneerlijk

Een meerderheid van voornamelijk rechtse partijen in beide Kamers vindt dat oneerlijk. Die partijen, inclusief VVD en CDA, vrezen dat sommige beleggers dan gedwongen worden hun bezit voortijdig te verkopen om de belastingaanslag te voldoen.

Die vrees lijkt overigens onterecht, want uit data van de Belastingdienst blijkt dat het overgrote deel van de vastgoed- en effectenbezitters genoeg geld op de bank heeft om de jaarlijkse aanwasbelasting te voldoen. Het parlement is echter gevoelig gebleken voor een krachtige lobby van VNO-NCW, beleggersverenigingen en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs.

Het invoeren van een vermogenswinstbelasting is erg nadelig voor de schatkist, omdat er dan de eerste jaren veel minder belasting binnenkomt. Ineens betalen veel vermogenden immers pas box 3-belasting na verkoop van hun vermogensbestanddelen in plaats van jaarlijks. De belastingderving in de beginjaren wordt later niet meer goedgemaakt en veroorzaakt dus een permanent verlies voor de schatkist.

De documenten die de twee Eelco's op Prinsjesdag publiceerden, onthullen voor het eerst hoeveel een vermogenswinstbelasting precies kost. Tot en met 2035 is dat 13 tot 23 miljard euro, afhankelijk van de invoeringsdatum en -wijze. Ook daarna blijft er een structurele derving van 100 miljoen euro per jaar. Dat komt doordat een vermogenswinstbelasting veel mogelijkheden tot belastingontwijking biedt, bijvoorbeeld door de verkoop van vastgoed en effecten heel lang uit te stellen.

Droomvariant

Het miljardenverlies dat de droomvariant van het parlement voor de schatkist creëert, moet wel gecompenseerd worden. Om particulieren wier vermogen jaarlijks minstens 1.800 euro in het laatje brengt uit de wind te houden, moet de belasting voor anderen dus omhoog. De Tweede Kamer besloot eerder dat het kabinet de financiële dekking moet zoeken in het ‘vermogensdomein’. Een vermogenswinstbelasting mag dus niet ten koste gaan van lage inkomens.

Heinen en Eerenberg doen alvast een aantal suggesties, waarbij ze aangeven dat die lijst niet per se volledig is. Het kabinet staat dus open voor andere dekkingsvoorstellen van de Tweede Kamer. Eén mogelijkheid is het box 3-tarief te verhogen. Dat is nadelig voor spaarders. Die gaan dan meer betalen, terwijl zij niet meeprofiteren van de voordelen van een vermogenswinstbelasting.

Andere dekkingsmogelijkheden die de bewindslieden noemen zijn het beperken van het maximale leenbedrag in Box 2, afschaffing van het lage tarief in de vennootschapsbelasting, afschaffing van de zelfstandigenaftrek en het verhogen van de inkomstenbelasting voor de hoogste inkomens.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next