Home

In het Engelse stadje Battle trekken ze zich niks aan van het British Museum: ze borduren er hun éígen Tapijt van Bayeux

De Bayeux Tapestry spreekt tot de verbeelding in Engeland, zeker ook in Battle, waar enthousiaste eilandbewoners nabij het historische slagveld hun eigen ‘Bayeux-kleed’ aan het borduren zijn. Battle is immers te zien op het origineel, met, zoals te verwachten, een battle.

is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.

In de bibliotheek van Battle, het Zuid-Engelse stadje waar in 1066 de Slag bij Hastings plaatsvond, zitten vier vrouwen te borduren. Op een lange tafel ligt een nieuwe versie van het Tapijt van Bayeux, althans: het deel waarin de Normandiër Willem de Veroveraar met zijn boot arriveert aan de Engelse kust. Hij zou uiteindelijk koning van Engeland worden.

Marie-Louise Neill drukt een naald met blauwe wol in een vat dat door een bediende wordt gedragen. ‘Daar zal de wijn in hebben gezeten om de zege te vieren’, zegt de geschiedenisdocent. ‘Het schijnt dat de Engelse troepen al gedronken hadden voor de slag’, lacht Jackie Hurt-Brown, die bezig is met het borduren van een mythische vogel.

Het gezellige gepraat van de bordurende dames is een echo van de geschiedenis. Ongeveer 950 jaar geleden zaten tientallen borduursters in Canterbury al babbelend, zingend en biddend te werken aan het wandtapijt dat de Engelsen in vervoering heeft gebracht. Voor het eerst is dit ‘stripverhaal’ over de geboorte van het moderne Engeland te zien op het eiland zelf, uitgeleend door de kathedraal van Bayeux. De kaartverkoop voor de tentoonstelling in het British Museum was een slag op zichzelf. Naar verwachting zal de expositie in de komende twaalf maanden een miljoen bezoekers trekken.

Stiekem had Battle gehoopt het te huisvesten, maar het wandtapijt, met 70 meter zo lang als een Boeing 787, past niet in het plaatselijke museum en ook de abdij was niet geschikt. Maar de inwoners van Battle hebben dan al een Rue de Bayeux, de buslijn met nummer 1066 naar Hastings en een ijzeren ridder op de rotonde. Geen volk dat met meer genoegen terugkijkt op een vijandelijke invasie dan de Engelsen.

En met een tapisserie in de 911 jaar oude kerk van St Mary’s, waarop de geschiedenis van Battle zelf is afgebeeld. ‘Ons stadje zou niet hebben bestaan zonder de veldslag’, zegt Christina Greene, de 82-jarige kunstenaar die tien jaar eerder leiding had over het borduren van het kunstwerk. Dertig jaar geleden raakte ze besmet met het ‘Bayeux-virus’, toen ze in Battle kwam wonen.

Om komend jaar de duizendste verjaardag van Willem te vieren, heeft ze bedacht de ‘bootscène’ van het tapijt van Bayeux na te borduren en die vervolgens te schenken aan de Franse tweelinggemeente Saint-Valery-sur-Somme. In deze Franse kustplaats hadden de troepen van Willem zich verzameld, wachtend op de zuidenwind voor de invasie. ‘De Mora, zijn slagschip, was een geschenk van zijn invloedrijke vrouw Mathilda’, zegt Greene, ‘een feit dat door de geschiedenis een beetje is vergeten.’

Trots vertelt Greene, die in de jaren negentig kunst en vormgeving heeft gestudeerd in Den Bosch, dat ze van de Franse autoriteiten toestemming heeft gekregen om het wandkleed op ware grootte na te maken. ‘Iedereen die wil mag een draad en naald oppakken,’ zegt ze, ‘het moet echt een gift van de Engelse bevolking zijn.’

Op een vrijdagmiddag wordt ze vergezeld door drie deels of geheel gepensioneerde plaatsgenoten, die allemaal een speciale band hebben met de slag. ‘Ik werk als vrijwilliger op het slagveld’, zegt Diane Stainsby, ‘waar ik schoolklassen begeleid. Je moet de kinderen zien vechten’, zegt ze met een lach, ‘de meisjes zijn het fanatiekst!’

Naast haar vertelt Hurst-Brown dat ze afgelopen jaar geïnteresseerd is geraakt door de BBC-verfilming King & Conqueror. ‘Het zal vol historische foutjes zitten, maar het was heel boeiend. Ik ben goed voorbereid voor het bezoek aan het British Museum.’

Tafelgenoot Neill, een raadslid, noemt het wandtapijt een propagandastunt van bisschop Odo, de jongere broer van Willem. ‘Hij was de slechtste broer die je je kon wensen, een uitslover en een intrigant. Hij ondermijnde Willem en diens zoon Rufus. Odo gaf opdracht tot het wandtapijt en duikt overal op. Het grootste paard is van hem. Wrijving tussen koninklijke broers is een thema van alle tijden, dat maakt het actueel.’ Ze vertelt dat ze in Battle een tentoonstelling organiseert over religieuze thema’s, zoals de hand van God en de komeet van Halley, die bij de invasie opdook en door Willem werd gezien als de ster van Bethlehem.

De borduursters kunnen hun namen toevoegen aan de 1.300 deelnemers van het La Mora Project, onder wie schoolkinderen, leden van het Hogerhuis en ook de curator van de expositie in het British Museum, Michael Lewis. Soms neemt Greene haar ‘Bayeux’ mee naar congressen, zoals het recente Internationale Middeleeuwencongres.

Daar werd eerder dit jaar een academische discussie gevoerd over de vraag of Harold aan de vooravond van de fatale slag met zijn verre neef marcherend of varend langs de kust van Noord- naar Zuid-Engeland was gekomen. ‘Daar is nog steeds geen duidelijkheid over’, zegt Greene.

Zelf heeft Greene kosten noch moeite gespaard om de juiste wol te vinden. ‘Ik zocht naar wol van Cotswold-schapen en heb kroonprins William benaderd, die daar een landgoed beheert. Hij had niets, maar verwees me door naar een bevriende boer. De wol is tegen de klok in gesponnen, zoals de Angelsaksen dat deden, en we hebben dezelfde planten gebruikt voor de verf als duizend jaar geleden.’

Na twee uur borduren slaat de vermoeidheid toe. Greene schuift een paar tafels bij elkaar en rolt de 4,5 meter lange La Mora-tapijt uit. ‘Het is niet zo kostbaar als het Tapijt van Bayeux, maar het is een stuk frisser en kleurrijker.’

Bij de Bayeux-expositie is een voorname, niet onomstreden, rol weggelegd voor Igor Tulchinsky. Deze Amerikaanse miljardair, wiens ouders de Sovjet-Unie waren ontvlucht, heeft naar verluidt een kleine zes miljoen euro geschonken aan het British Museum. In de foyer hangt een portret dat Jonathan Yeo van hem heeft gemaakt, een portretschilder voor wie koning Charles ook geposeerd heeft. De naam van Tulchinsky, baas van de vermogensbeheerder WorldQuant, duikt overal op. Er is kritiek op Tulchinsky’s betrokkenheid omdat hij heeft geïnvesteerd in de Israëlische luchtafweer. Tevens heeft hij een gemeenschapsproject gesteund in Efrat, een Joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Volgens The Art Newspaper heeft deze filantroop ook bijna een miljoen euro gedoneerd voor de organisatie van de tweede inauguratie van Donald Trump.

Lichte commotie was er ook over de aanwezigheid van Peter Thiel bij een privébezichtiging, een week voordat de Britse koning Charles en de Franse president Emmanuel Macron de opening verrichtten. Thiel, een Trump-loyalist, is de oprichter van het databedrijf Palantir, dat onder meer diensten levert voor defensie, veiligheidsdiensten, politiekorpsen en immigratiediensten. Het bedrijf, dat gegevensbestanden aan elkaar koppelt, oogst kritiek wegens mogelijke privacyschendingen en verregaande surveillance.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next