Home

Opinie: Natuurrampen bestaan niet

Het gebruik van de term ‘natuurramp’, en dus het wijzen naar de natuur in plaats van de verantwoordelijke instanties, is in tijden waarin de effecten van klimaatverandering steeds meer voelbaar zijn nóg schadelijker dan het vijftig jaar geleden al was.

Op de kop af vijftig jaar geleden, in 1976, publiceerden onderzoekers een betoog in het wetenschappelijke tijdschrift Nature tegen de term ‘natuurrampen’, die volgens hen niet bestaan. Ook voert de Verenigde Naties al jaren campagne tegen dit woordgebruik met de slogan #NoNaturalDisasters.

Toch wordt deze term nog veel gebruikt. Ook na de overstroming in Nepal was die in veel nieuwsmedia te lezen, waaronder de Volkskrant. Daarom is een pleidooi tegen de ‘natuurramp’ wellicht nogmaals nodig.

Over de auteur

Douwe van Schie promoveert in de geografie aan de Universiteit van Bonn (Duitsland) met onderzoek naar sociale ongelijkheden en klimaatschade.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Gemeengoed

Het artikel uit 1976 was een reactie op de dominante manier van denken onder wetenschappers, beleidsmakers en media. Het was gemeengoed dat de oorzaak van rampen ligt bij extreme natuurgevaren: een uitzonderlijk zware aardbeving, een grote overstroming, of een lange droogte. De onderzoekers benadrukken dat rampen alleen plaatsvinden wanneer een gevaar samenkomt met menselijke kwetsbaarheden en het zijn juist deze kwetsbaarheden die ten grondslag liggen aan rampen.

Zo kan een aardbeving van dezelfde kracht op de ene plek nauwelijks schade aanrichten en op een andere plek levens verwoesten. Wat het verschil maakt, is of huizen stevig genoeg zijn gebouwd, of mensen geld achter de hand hebben om te herbouwen en of slachtoffers adequate hulp wordt geboden. De mate van de ramp hangt dus, naast de kracht van het natuurgevaar, ook af van hoe kwetsbaar de samenleving is. Volgens deze logica bestaan pure ‘natuurrampen’ inderdaad niet.

Een voorbeeld hiervan is een aardbeving in Guatemala, toevallig ook in 1976, waarbij meer dan 22 duizend mensen zijn overleden en waardoor de huizen van circa 1,2 miljoen inwoners onbewoonbaar werden. Volgens onderzoekers noemden een aantal overlevenden dit geen aardbeving, maar een ‘klassenbeving’. Het waren namelijk vooral de armste wijken die verwoest waren. Wie arm is, woont vaker op onstabiele hellingen, overstromingsgebieden of in slecht gebouwde en onderhouden huizen. Veiligere plekken en woningen zijn niet altijd betaalbaar.

Daarnaast besteden overheden vaak minder aandacht aan deze wijken en groepen. Het is dan ook geen toeval dat de wateroverlast in Enschede, twee jaar geleden, vooral wijken met een lage sociaaleconomische status het zwaarst trof. De mate van kwetsbaarheid correleert inderdaad met sociale ongelijkheden in de samenleving, zoals klasse, gender, etniciteit en intersecties daarvan.

Kwetsbare wijken

Wellicht het meest besproken voorbeeld is orkaan Katrina in 2005. Zwarte inwoners van New Orleans waren onevenredig getroffen omdat zij vaker in lager gelegen, kwetsbare wijken woonden en gemiddeld minder welvaart en toegang tot evacuatiemiddelen hadden. Een resultaat van decennialange segregatie en discriminerend beleid.

De reden dat de term ‘natuurramp’ schadelijk wordt bevonden, is dat die impliciet de schuld bij de natuur legt. Vanuit dit perspectief kunnen rampen het best worden voorkomen met technologische oplossingen: geavanceerde monitoringsystemen, zodat we op tijd kunnen vluchten, of robuustere dijken om het water weg te houden. We moeten de natuur begrijpen en controleren. Dit depolitiseert rampen, omdat we met het aanwijzen van de natuur als dader niet worden geconfronteerd met vragen over wie in onze samenleving verantwoordelijk is en wat er structureel moet veranderen.

Erkennen dat rampen ook worden geproduceerd door hoe (ongelijk) onze samenleving is ingericht, betekent dat we moeten kijken naar de onderliggende oorzaken van kwetsbaarheden: de structurele, vaak historisch gegroeide, ongelijkheid in macht en zeggenschap over onze leefomgeving.

De overstroming in Nepal van afgelopen maand is gecompliceerd. Deze ramp was, zoals ook besproken in een recente aflevering van de Volkskrant-podcast Elke Dag, lastig te voorkomen. Menselijke kwetsbaarheid speelt hier nog steeds een aanzienlijke rol (bijvoorbeeld: waar bouwen we onze huizen?), maar oplossingen liggen ook in het beheersen van natuurgevaren, zoals het installeren van adequate monitoringsystemen.

Oorzaken verhullen

Ook hier verhult de term ‘natuurrampen’ de oorzaken. Hoewel het nog te kort dag is om conclusies te trekken, kan ervan worden uitgegaan dat klimaatverandering tot op zekere hoogte een rol heeft gespeeld. Zo wijzen experts erop dat klimaatverandering gletsjers in de Himalaya destabiliseert, wat waarschijnlijk heeft bijgedragen aan de gletsjerbreuk.

Dit maakt deel uit van een patroon waarbij klimaatverandering steeds vaker invloed heeft op hedendaagse rampen. Andere voorbeelden zijn de bosbranden in Zuid-Europa en overstromingen in India de afgelopen maanden. Als we een hedendaagse overstroming of bosbrand – of eigenlijk elke ramp waarin de natuur een rol speelt – automatisch een ‘natuurramp’ noemen, ontheffen we de industrieën en landen die het klimaat hebben ontregeld van hun verantwoordelijkheid.

Het gebruik van de term ‘natuurramp’, en dus het wijzen naar de natuur in plaats van de verantwoordelijke instanties, is in tijden waarin de effecten van klimaatverandering steeds meer voelbaar zijn nóg schadelijker dan het vijftig jaar geleden al was.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next