Home

‘Ik vind absoluut niet dat gen Z zich aanstelt of nergens meer tegen kan’

Eloïse Geenjaar ging van een ‘lui kind’ naar vwo naar een dubbele studie en een PhD. Ze stemde op de Partij voor de Dieren en hekelt het kapitalisme. ‘Dat is ook 25 zijn: veel meningen hebben over hoe het anders moet, maar nog zoeken naar hoe je die verandering moet teweegbrengen.’

schrijft voor de Volkskrant over theater en populaire cultuur.

Hoe ben je opgegroeid?

‘Ik vind dat best een brede vraag. Ik kom uit een hecht gezin met een vader, moeder en broer. Ik ben voor het grootste deel opgegroeid in Arnhem, maar we zijn veel verhuisd. Niet per se met een duidelijke reden. Mijn ouders zijn denk ik gewoon avontuurlijke types.

‘In de derde klas van de middelbare school vroegen ze of ik het goed vond om naar Amsterdam te verhuizen, en toen zei ik dat ik eerst mijn school in Arnhem wilde afmaken. Ik was al veel van basisschool gewisseld, dus ik had behoefte aan wat stabiliteit.’

Waarom was je veel van basisschool gewisseld?

‘Om een school te vinden die beter bij mij paste. Ik was nogal een lui kind. Ik zat bijvoorbeeld eerst op een montessorischool, maar dat werkte niet goed. Toen hebben ze rond mijn 5de een IQ-test gedaan en bleek dat ik wel gewoon slim was. Ik had gewoon geen motivatie.

‘Ik wilde bijvoorbeeld nooit zelf dingen knippen. Ik dacht: als iemand anders het al goed kan, waarom zou ik het dan nog moeten doen? En bij rekenen maakte ik dan alleen de eerste vijf vragen en vulde ik de rest expres verkeerd in. Ik weet nog steeds niet waarom. Uiteindelijk heb ik vwo gedaan.’

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Hoe ging je van een lui kind op de basisschool toch naar het vwo?

‘Ik had een lage entreescore in groep 7, waarna ik bijles begrijpend lezen kreeg omdat ik vooral de vragen niet goed las. Zo heb ik uiteindelijk een hoge Cito-score gehaald.’

Ben je je ouders dankbaar voor die bijles?

‘Ik ben me er nu van bewust dat bijles een privilege is. Mijn ouders vonden: je moet eruit halen wat erin zit, en blijkbaar zat het erin. Ik was gewoon een beetje een dromerig type.’

Wanneer kwam je van je motivatieprobleem af?

‘In de eerste klas van de middelbare zag ik mensen om me heen achten en negens halen. Dat zorgde voor een soort competitiegevoel waardoor ik beter mijn best ging doen. Ik had ook leuke docenten, waardoor ik me voor van alles ging interesseren.’

Welke studie heb je daarna gekozen?

‘Ik ging geneeskunde studeren in Rotterdam. In het tweede jaar ben ik er een bachelor filosofie bij gaan doen, om naast veel dingen uit mijn hoofd te leren ook bezig te zijn met de grotere vragen van het leven. Ik vond die combinatie van het praktische en het theoretische fijn.’

Wilde je arts worden?

‘Ik wist al snel dat ik richting de psychiatrie wilde, daarin komen filosofie en geneeskunde mooi samen. Het is een dynamisch vakgebied, omdat gedrag toch iets onmeetbaars blijft. Wat wij als normaal of abnormaal gedrag zien is een norm, die wij als maatschappij stellen en die dus ook veranderlijk is.’

Eloïse Geenjaar is 25 geworden op 3 maart.

Woonplaats: Amsterdam

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8. Ik ben vrij chaotisch, maar wel volwassen. En op mijn 40ste ben ik nog steeds chaotisch.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja, de generatie die deels met sociale media is opgegroeid.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik doe een opleiding tot psychiater, met een parttime onderzoeksfunctie. Of gaat het niet alleen over werk? Dan: gelukkig.’

‘In het tweede jaar van geneeskunde kreeg ik een lezing waarin iemand zei: we zijn zo ver in de medische wereld wat betreft het lichamelijke, maar we snappen nog zo weinig van de psyche. Hij vertelde dat alle medicatie die we in de psychiatrie hebben, per toeval is ontdekt. Medicatie die werd getest voor tuberculose bleek patiënten ineens vrolijker te maken, en daar is dan op doorontwikkeld, maar de psyche was dus niet het startpunt.

‘Wat ik ook interessant vind, is de vraag of psychisch ziek zijn een biologische oorzaak heeft of het gevolg is van een maatschappelijk probleem. De modernistische kijk op een depressie is dat er iets misgaat met de stofjesregulering in je brein, maar de vraag is hoe dat ontstaat.

‘Ik las een interessant boek van Trudy Dehue, waarin ze schetst hoe een crisis mensen meer stress laat ervaren, waardoor ze vaker hun kinderen mishandelen, waardoor er meer mensen met depressies of gedragsproblemen komen. We missen nog veel kennis over hoe onze maatschappij invloed heeft op onze psyche. Er ligt vooral veel nadruk op het individu.’

Je doet nu een promotieonderzoek. Waar gaat dat over?

‘Het allerinteressantst vind ik tieners, zowel biologisch als contextueel. Je maakt je los van je ouders, je wordt steeds meer je eigen persoon en tegelijkertijd gebeurt er ook heel veel in je hersenen. Die krijgen een make-over zodat je volwassen kunt worden. Ik kijk in mijn promotieonderzoek specifiek naar hersenontwikkeling in relatie tot middelengebruik bij adolescenten. Maar ik ben pas een maandje bezig, dus vraag me er over vier jaar nog maar eens over.’

Hoe kijk jij naar de huidige populariteit van psychologen en therapeuten?

‘Ik vind dat op zich goed. Er wordt meer over gesproken, en er is meer aandacht voor mentale gezondheid. Maar ik denk wel dat een hechtere samenleving ertoe zou kunnen leiden dat we beter op elkaar letten en wat meer in gesprek zijn met elkaar, waardoor we misschien minder snel naar de psycholoog hoeven. Maar ik vind absoluut niet dat gen Z zich aanstelt of nergens meer tegen kan. Dat geloof ik niet.’

Waar interesseer je je voor buiten je PhD?

‘Ik heb sowieso wel een fascinatie voor constructen in de maatschappij als de democratie of man-vrouwverhoudingen. Dat hangt denk ik ook samen met mijn leeftijd. Ik word ouder en realiseer me steeds meer hoe onze samenleving is ingericht. Dat is ook 25 zijn: veel meningen hebben over hoe het anders moet, maar ook nog zoeken naar hoe je die verandering moet teweegbrengen.’

Wat zijn die meningen?

‘Het idee dat je gezondheid en geluk honderd procent maakbaar zijn, vind ik zorgwekkend. Terwijl je bij geneeskunde leert dat ziek zijn ook gewoon dikke pech is. Ik kreeg op een gegeven moment tijdens mijn studie een schildklierziekte en ik kreeg van veel mensen de vraag: hoe komt dat? Het antwoord: dat kun je gewoon krijgen.

‘Dat idee van maakbaarheid hangt ook samen met sociale media, en dat we onszelf telkens kunnen vergelijken met anderen. Er ligt een grote focus op het uiterlijk, ik zie dat ook bij mezelf en veel vriendinnen. Ik vind het jammer dat er zo’n nadruk op de buitenkant ligt, en niet op de vraag of je een ‘goed’ persoon bent. Misschien komt dat ook omdat er in onze atheïstische samenleving geen uitgesproken moreel kompas meer is.’

Hoe is dat ontstaan denk je? Die focus op uiterlijk en dat idee van maakbaarheid?

‘Kapitalisme, haha. Altijd maar moeten groeien, jezelf verbeteren, dat is een kapitalistisch idee natuurlijk. Kapitalisme werkt individualisme in de hand. En door sociale media zie je de hele tijd iemand die nog knapper, mooier, beter is. En jij moet dat ook worden.’

Wat zijn je zorgen?

‘Mijn moeder is afgelopen jaar ziek geworden. Ze kreeg de diagnose borstkanker. Het is te behandelen, maar het is toch een zwaarder traject dan gedacht, met chemo. Omdat ik natuurlijk veel medische kennis heb, kreeg ik in het begin ook de verslagen te lezen, maar hoe verder het proces vordert, hoe meer ik ook gewoon de dochter ben die er voor haar moeder probeert te zijn.

‘Mensen vragen me weleens of ik nadenk over dat mijn moeder kan komen te overlijden, maar dat is uitgesloten. Daar denk ik niet aan. En het leven gaat gek genoeg ook gewoon door. Het hoort nu een beetje bij mijn leven.’

Waar maak je je in de wereld zorgen over?

‘Er is een genocide gaande in Palestina, waar mensen ook tegen protesteren, maar er wordt niets gedaan tegen de regering van Israël. Het is niet alsof onze regering zich iets aantrekt van die protesten. Ik vraag me dan af wat het eigenlijk uitmaakt wat je vindt, als je als burger geen invloed lijkt te hebben. Ik heb het er veel over met vriendinnen, maar dat is ook een bubbel waarin iedereen hetzelfde vindt. Maar goed, ik denk ook vaak: hoe kun je nu iets anders vinden dan dit?’

Zou je een politieke carrière ambiëren?

‘Ik zou wel nog meer mijn stem willen laten horen, maar ik weet niet of dat in de politiek moet. Als onderzoeker kan ik ook de politiek aanspreken. Ik zou ook niet weten bij welke partij ik dan zou moeten gaan.’

En als je nu een partij zou moeten kiezen?

‘Ik heb de vorige keer op de Partij voor de Dieren gestemd. Ik denk dat het belangrijk is om op een partij te stemmen die, als er weer iets fucked ups gebeurt, reageert zoals jij dat wilt. Hoelang heeft het geduurd voordat de grotere partijen het woord ‘genocide’ wilden gebruiken voor de situatie in Gaza? De Partij voor de Dieren was een van de eerste, samen met Denk en Bij1. Rob Jetten was bij de Rode Lijn-demonstratie, maar nu lijkt het hem toch wat minder te boeien.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next