Home

Dagelijks naar de plee voor een ‘nummer twee’: het kan, maar het hóéft niet

De enige juiste stoelgang is de dagelijkse stoelgang, luidt de volkswijsheid, maar klopt dat wel? (Nee).

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Voor zijn rijke boek Kakafonie – Encyclopedie van de stront uit 2006, door de auteur ook wel liefkozend ‘Het Grote Strontboek’ genoemd en door zijn uitgever aangeprezen als ‘een machtig drukwerk’, verzamelde schrijver en dichter Gerrit Komrij tal van interessante en minder interessante gedichten, illustraties en literaire beschouwingen aangaande ‘de bekroning van onze dagelijkse bemoeienissen met het voortbestaan’, alias de stoelgang.

Maar hoe vaak hij zelf ter kakke ging en wat de ideale frequentie is, vermeldt ‘uw Opperpoeper’ nergens. Ook in zijn geboorteplaats Winterswijk is daaromtrent geen nadere informatie te vinden. Wel ligt Kakafonie mooi uitgestald in een vitrine in het plaatselijke museum, naast het lange gedicht De Lof der Stront uit 1830, waarvoor Komrij een inleiding schreef.

Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.

Toch is timing een niet onbelangrijk aspect van het poepwezen. Zeg ‘stoelgang’ en meteen popt het woord ‘regelmatig’ op, niet alleen in je hoofd maar ook in het krantenarchief Delpher. Een ‘geregelden dagelijksche stoelgang’ voorkomt cholera, meldde het Bataviaasch Nieuwsblad in 1892. De Telegraaf, in 1928: ‘Zorg dat ge niet te dik wordt en dat uw stoelgang regelmatig is’. Het gebruik van laxeermiddelen en klysma’s was doodnormaal; er moest en zou elke dag gepoept worden.

Heeft de ideale stoelgang inderdaad een ijzeren regelmaat? En zo ja: hoe ram je die erin?

Het eerste bakje koffie

Het antwoord op die vragen begint bij onze biologische klok. Het commandocentrum daarvan is de suprachiasmatische kern, gezeteld in het midden van het brein, die in contact staat met talloze klokcellen elders in het lijf – en dus ook in de darmen. Al die klokcellen volgen een eigen ritme maar worden ook beïnvloed door factoren van buiten, zoals (dag)licht en voeding.

Dat de meeste mensen hun drol dagelijks draaien en wel na het eerste bakje ochtendkoffie, heeft zowel met die koffie als met het tijdstip te maken, zegt Clara Belzer, sinds deze zomer hoogleraar microbiologie aan Wageningen Universiteit. ‘Zodra je lichaam uit de slaap komt, komt je peristaltiek op gang en beginnen de darmen alles wat er aan het einde ligt, naar buiten te kneden en drukken. Koffie versnelt de peristaltiek nog.’

Maar bij de regelmaat van iemands stoelgang zijn veel méér levende wezens betrokken dan alleen de kakker in kwestie. Onze darmen worden bewoond door biljoenen micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels) die samen het zogeheten ‘darmmicrobioom’ vormen en allerlei nuttige dingen doen, zoals het maken van vitaminen.

Belzer, die haar inaugurele rede wijdde aan de wisselwerking tussen dat darmmicrobioom en onze voeding, wijst naar een doos in haar werkkamer waar ze met stift ‘Charles Darmie’ op heeft geschreven: ‘Daarin zit een tuinslang van negen meter lang. Ik laat die altijd aan studenten zien: dít zit dus in je buik, en dat hele oppervlak hebben die micro-organismen nodig om voedingsstoffen klein te maken en op te nemen.’

Verbinding tussen darm en brein

Het onderzoek naar het darmmicrobioom is relatief jong. ‘Vijftien jaar geleden werd er ontzettend veel van verwacht’, zegt Belzer. ‘Mensen dachten dat het een schat van informatie zou opleveren over zo’n beetje alle ziektes. Op een paar mooie bevindingen na is dat tegengevallen. Op dit moment is de gut-brain-axis een hip onderzoeksterrein, de verbinding tussen brein en darmen; voor veel neurologische en mentale ziektes wordt de oplossing nu gezocht in het microbioom. Persoonlijk denk ik niet dat het voor al die aandoeningen een uitkomst zal bieden.’

De regelmaat van de stoelgang is een veel minder populair onderzoeksonderwerp, maar daar zijn wetenschappers dan ook wel zo’n beetje uit: die varieert per individu. ‘Hetzelfde voedingsmiddel kan bij de een een heel ander effect hebben dan bij de ander’, zegt Belzer. ‘De microbiomen van alle lijven zijn volstrekt uniek.’

Dat geldt ook voor de frequentie waarmee vezels, voedselresten en bacteriën worden geloosd. Belzer: ‘Ik doe met nieuwe studenten altijd de blue poop challenge: we bakken cupcakes met een blauwe kleurstof erin, die eten ze op en daarna moeten ze kijken wanneer de blauwe kleurstof er weer uit komt. Dat duurt meestal veel langer dan ze denken, en die lengte verschilt van persoon tot persoon. Baby’s die borstvoeding krijgen poepen soms maar één keer in de week. Die nemen alles gewoon heel efficiënt op.’

Ziekenhuizen beoordelen de ontlasting van patiënten aan de hand van de zogeheten Bristol Stool Scale. Belzer: ‘Daarin wordt ook bijgehouden hoe vaak je naar het toilet gaat. De gemiddelde mens heeft een transitietijd, een doorloop, van tussen de 24 en 72 uur. Dat betekent ook dat de gemiddelde stoelgang varieert van eens per dag tot eens in de drie dagen.’

Mooi samenspel

Elk dier, dus ook de mens, heeft een heel precies afgesteld fysiologisch systeem waarin alle onderdelen op elkaar ingrijpen, benadrukt Belzer. ‘Voedsel gaat van maag naar dunne darm naar dikke darm en overal gebeurt wat anders, maar álles is in samenspel met elkaar. Wat je eet, hoe vaak je eet, hoe je leeft, het is allemaal van invloed op je darmmicrobioom en dus ook op de regelmaat van je stoelgang. Mensen die bijvoorbeeld GLP-1-medicatie gebruiken, krijgen vaak last van constipatie. Ze voelen zich sneller verzadigd, maar er gebeurt in dat lichaam veel méér. Alles staat met elkaar in verbinding, je doet nooit één poortje open.’

Bij constipatie spelen vaak ook mentale factoren een rol. Belzer: ‘Om te kunnen poepen moet je je veilig voelen, dat zijn oeroude evolutionaire mechanismen: je kunt niet wegrennen voor roofdieren. Kleine kinderen met een luier om gaan nog weleens achter een gordijn staan, of in een hoekje.’

Reden tot zorg is er pas als je minder dan twee keer per week naar de plee moet voor een ‘nummer twee’, zoals de stoelgang tegenwoordig wel besmuikt wordt genoemd – alle andere frequenties zijn prima. Uit De Lof der Stront: ‘Wat is ’t een heerlijk ding dat kakken/ Het is een zeer gewichtig punt/ Wat baart u geld, duizend gemakken/ Als gij toch niet kakken kunt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next