De dood van Mahsa Amini, vandaag exact vier jaar geleden, leidde in Iran tot de hervormingsbeweging ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’. Sindsdien is de keuze van elke outfit een kwestie van balanceren tussen twee strijdige doelen, stelt Roya Khoshnevis.
Ik was in Iran toen de dood van de 22-jarige Mahsa Amini (die door de zedenpolitie gearresteerd werd vanwege haar kleding, red.) het startschot werd van een van belangrijkste sociale bewegingen in de hedendaagse Iraanse geschiedenis. De beweging, die later bekend kwam te staan als ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’, verspreidde zich in rap tempo over het land, vooral in grote steden als Teheran, Isfahan en Shiraz.
De jongere generatie was vaak de eerste die de grenzen probeerde op te rekken. Veel jonge vrouwen wezen al vanaf de begindagen van de beweging de verplichte hijab af, hoewel ze wisten hoe riskant dat was. Met pijn in ons hart zagen we hoe ze werden geslagen, beledigd, vastgezet en de deur gewezen bij universiteiten, bedrijven en openbare ruimtes, domweg omdat ze weigerden zich te voegen.
Hun moed verlegde de grenzen van wat mogelijk leek. Iedere daad van verzet, hoe klein dan ook, was een aanmoediging voor anderen om weer een stapje verder te gaan.
Over de auteur
Roya Khoshnevis is onderzoeker, gespecialiseerd in de cultuur van petrochemie. Ze is gepromoveerd aan de UvA en momenteel verbonden aan het Center for Strategic Middle Eastern Studies in Teheran.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De ervaring van die maanden is nog altijd een van de heftigste periodes in mijn leven. Ook nu nog krijg ik kippenvel als ik eraan terugdenk. Het is nog steeds moeilijk voor te stellen dat wij, als Iraanse vrouwen, de drijvende kracht werden achter een beweging die tot een diepgaande verandering leidde in hoe we onszelf zagen, hoe we elkaar zagen en onze plek in de maatschappij. Terugkijkend besef ik dat de hervorming van onze maatschappij niet van de ene op de andere dag plaatsvond. Die voltrok zich geleidelijk, in onze gesprekken, in onze keuzes en, misschien het duidelijkst, in de kleren die we durfden te dragen.
Proberen actief te blijven, om een stem te hebben in plaats van onzichtbaar te worden en tegelijkertijd deel uit te maken van de vrouwenbeweging betekende dat ik op plekken moest kunnen komen waar de kledingregels nog gehandhaafd werden, zoals universiteiten, openbare instellingen en overheidsgebouwen. Mijn aanwezigheid op die plekken hing af van wat ik aan had. Desondanks vond ik manieren om mijn kleding in overeenstemming te brengen met mijn overtuigingen en mijn steeds bewuster gevoel van identiteit.
Enkele maanden na het begin van de beweging werd ik gevraagd om een tiendelige documentaire over Iraanse vrouwelijke ondernemers te presenteren. Op een moment waarop veel vrouwen voorzichtig in het openbaar begonnen te verschijnen zonder de verplichte hijab stond ik voor een moeilijke beslissing: voor de camera de hijab dragen, of weigeren om überhaupt in beeld te komen.
Ik koos ervoor om in beeld te blijven zonder mijzelf te censureren. Omdat optreden zonder hoofddoek geen optie was als ik het programma wilde blijven presenteren, liet ik in elk ander aspect van mijn verschijning zien wie ik was. Ik droeg de felste kleuren die ik maar kon vinden en zo maakte ik van kleur een stille maar zichtbare daad van zelfexpressie.
Binnen een paar maanden begonnen de kleurrijke outfits die ik op televisie en bij beroepsmatige bijeenkomsten droeg al als te conservatief aan te voelen. Ik stapte over op maatpakken met korte blazers in combinatie met een losjes gedrapeerde, kleurrijke sjaal. Buiten werksituaties bedekt ik mijn haar niet meer helemaal, maar liet ik mijn sjaal losjes om mijn hals hangen. Dat bracht weer zijn eigen beperkingen met zich mee: een auto met een ongesluierde passagier kon een rijverbod krijgen van twee weken tot meerdere maanden. En soms, zonder dat er direct verwezen werd naar een hijab, werd ik bij sommige instellingen toch geweigerd.
Naast de emotionele en lichamelijke belasting en van de kostbare levens die we verloren, begon de verandering van ons dagelijks leven op de gewoonste plekken, waaronder onze garderobes. Onze kledingkeuze werd meer dan een kwestie van persoonlijke stijl. Die werd een dagelijkse afweging tussen identiteit, waardigheid en verzet. Kleding, ooit een doodnormaal onderwerp van gesprek onder vrouwen, werd een van de meest betekenisvolle onderwerpen van ons dagelijks leven.
Onze kledingkasten werden spannende plekken en veranderden in de dagelijkse frontlinie van het verzet. Kleding werd een punt van zorgvuldige afweging in plaats van simpelweg een verzameling stoffen. Het aankleden werd iedere morgen weer een zorgvuldig aftasten van de grens tussen angst en vrijheid. Voor mij betekende het dat ik mijzelf iedere ochtend afvroeg waar ik heen moest, hoe ik mezelf wilde introduceren en in welke mate het nog veilig was om de officiële regels niet te volgen.
De keuze van elke outfit werd balanceren tussen twee met elkaar strijdige doeleinden: herkenbaar mezelf blijven en tegelijkertijd me net genoeg schikken om ergens te worden binnengelaten. Mijn kleding werd zowel mijn paspoort als mijn stille vorm van protest.
Die afweging vindt nog steeds plaats, ook nu nog, nu ik dit schrijf. Vandaag de dag lopen we over straat in korte mouwen en zonder de sjaal om onze hals, maar op onze paspoortfoto’s, officiële documenten en identiteitsbewijzen is ons haar nog steeds volledig bedekt onder de bescheiden vorm van de hijab die de overheid vereist.
De vrijheid van vrouwen en het succes in deze beweging zijn van belang voor beide kanten van de huidige politieke strijd in Iran. ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ heeft iets opgeroepen dat geen enkele factie heeft kunnen claimen voor zichzelf. Die leus heeft mensen laten zien hoe de hoop op verandering van binnenuit er echt uitziet. En ze heeft bewezen dat deze hoop door geen enkele kant kan worden gekaapt. Maar zij heeft vooral laten zien dat als het Iraanse volk iets maar graag genoeg wil, het kan bereiken waar het werkelijk recht op heeft.
Vertaling: Leo Reijnen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant