Na ruim vier jaar oorlog is Rusland er nog altijd niet in geslaagd de luchtmacht van Oekraïne uit te schakelen. Elke dag stijgen gevechtsvliegtuigen op van de vele luchtmachtbases in het land. Wel moeten piloten en technici alles uit de kast halen om aan de Russen te ontkomen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met defensie als belangrijkste specialisme.
Oekraïne was maandagnacht weer het toneel van een grote Russische luchtaanval, dit keer met tweehonderd Shahed- en Gerbera-drones, waarvan het land er 187 neerhaalde. Om dergelijke drone- en raketsalvo’s uit Rusland af te slaan, stuurt de Oekraïense luchtmacht dagelijks tientallen westerse F-16’s en Mirages de lucht in, evenals de MiG-29’s en Su-27’s uit de Sovjet-tijd.
Vooral door nieuwe, snelle Russische drones met straalmotor – waarvan er in augustus 2.800 werden gelanceerd – zijn Oekraïense gevechtspiloten veel kostbare vlieguren kwijt aan de verdediging van het luchtruim. Uren die ze ook hadden kunnen besteden aan aanvallen op Russische grondtroepen.
Tot overmaat van ramp kampen de vliegers met flinke wapen- en materieeltekorten. Hierdoor zijn niet alle gevechtsjagers inzetbaar. ‘Door een tekort aan raketten zijn piloten gedwongen risico’s te nemen en moeten ze hun boordkanonnen gebruiken’, aldus luchtmachtwoordvoerder Joeri Ihnat vorige week. Ook is de luchtmacht dagelijks verwikkeld in een kat-en-muisspel met de Russen, die de gevechtsvliegtuigen op de grond proberen te vernietigen.
Af en toe is er een lichtpuntje. Zoals in juli, toen de VS bevestigden dat een Oekraïense F-16 er voor het eerst in was geslaagd een van Ruslands modernste gevechtsjagers, een Su-35, neer te halen. ‘Ongelooflijk werk’, aldus Amerika’s hoogste militair, chef-staf Dan Caine over de Oekraïense prestatie. ‘Ze hebben de afgelopen jaren grote stappen gezet in het opschalen van hun verdediging.’
Hoe is het mogelijk dat de Oekraïense luchtmacht na ruim vier jaar oorlog nog altijd operationeel is? In de oorlogen tegen Irak en de afgelopen maanden in Iran, lieten de VS zien dat snelle uitschakeling van de vijandelijke luchtverdediging juist cruciaal is in een moderne oorlog. Het geeft vrij spel om doelwitten aan te vallen en eenheden op de grond te ondersteunen met luchtaanvallen.
Dat is Rusland in Oekraïne niet gelukt. In de eerste uren van de invasie probeerden de Russen het wel. Ze vernietigden Oekraïense radarinstallaties met kruisraketten en ballistische raketten, vielen luchtdoelbatterijen aan en bestookten landingsbanen van luchtmachtbases om ze uit te schakelen.
Een massale campagne om de luchtmacht te vernietigen, bleef in de dagen daarna uit. Het overgrote deel van de naar schatting 300 moderne gevechtsvliegtuigen die het Russische opperbevel nabij Oekraïne had gestationeerd, werd niet ingezet. Dit bood de Oekraïense luchtmacht de kans om weer op te krabbelen en in de tegenaanval te gaan. Omdat niet alle Oekraïense luchtdoelsystemen waren vernietigd, zoals de S-300, moesten de Russen nu vrezen dat hun gevechtsjagers zouden worden neergehaald.
Een tekort aan precisiewapens en gebrekkige ervaring – de Russische gevechtsvliegers maakten vóór de oorlog te weinig vlieguren – waren volgens luchtmachtdeskundige Justin Bronk van de Britse denktank Rusi mogelijk de reden voor het Russische falen. Ook noemt hij de slechte coördinatie met eenheden op de grond. Dat bracht het risico met zich mee dat Russische luchtdoelbatterijen op hun eigen gevechtsvliegtuigen zouden schieten.
Voor de invasie werd het Russische leger juist volop gevreesd, ook in het Westen. Die beeldvorming speelde mogelijk ook een rol om de luchtmacht geen grootschalige operaties te laten uitvoeren, aldus Bronk kort na de invasie in een analyse: ‘Dat zou de kloof aan het licht kunnen brengen tussen de beeldvorming van buitenaf en hun werkelijke capaciteiten.’
Rusland betaalt nu een hoge prijs voor deze militaire blunder. De Oekraïense luchtmacht, die voor de oorlog bestond uit verouderde toestellen uit de voormalige Sovjet-Unie, is sinds 2024 versterkt met westerse F-16’s, waarvan er inmiddels 85 zijn toegezegd. Ook is de luchtverdediging op de grond gemoderniseerd met Patriots en het Noors-Amerikaanse Nasams-systeem.
De Russen proberen voortdurend de Oekraïense luchtmachtbases, waarvan er meer dan tien operationeel zouden zijn, te vernietigen met raketten. ‘Er waren situaties waarin, nadat we het vliegtuig hadden gelanceerd, een Russisch wapen over ons heen vloog en we nog net tijd hadden om dekking te zoeken’, zei een technicus vorig jaar in een video van de luchtmacht over hoe hij en zijn collega’s de F-16’s in de lucht proberen te houden.
Om uit handen van de Russen te blijven, vliegen de gevechtspiloten vooral ’s nachts, laag boven de grond en steeds vanaf een andere basis. Ook reizen de technici met hun spullen in speciaal omgebouwde vrachtwagens van basis naar basis om de F-16’s snel gevechtsklaar te maken.
‘Wij kunnen missies vanaf het ene vliegveld uitvoeren en ons kort daarna naar een ander verplaatsen’, aldus een F-16-piloot in de luchtmachtvideo. ‘Hierdoor wordt het voor de vijand lastig om de locatie van onze vliegtuigen te bepalen.’
De Russische militaire inlichtingendienst GROe probeert voortdurend informatie over de luchtmachtbases in handen te krijgen. Zo werd in augustus een netwerk opgerold van 14 personen die waren gerekruteerd om foto’s te maken van vliegbases en gevechtsvliegtuigen en om informatie door te geven over het tijdstip dat de toestellen opstegen. Moskou wilde zo een aanval opzetten om de F-16’s en de Franse Mirage 2000’s, waarvan Frankrijk er zes heeft geleverd, te vernietigen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant