De Staat grijpt de macht. Op de nieuwe plaat en in de bijbehorende liveshow speelt Torre Florim de sterke leider. Een massa bespelen? Daar hoeft een frontman zich niet voor om te scholen.
‘Celebrating 25 years of strong leadership’, staat in het bijgeleverde persbericht over de nieuwe plaat van De Staat, ook De Staat geheten. Een jubileum is altijd mooi meegenomen, maar De Staat bestaat negentien jaar. Dus wat wordt hier precies gevierd?
Torre Florim (40) begint hard te lachen. Betrapt. ‘De bandnaam bestaat wel al 25 jaar – ik wilde hem ooit voor een soloproject gebruiken – maar nee, dit was een beetje een grap. Ons nieuwe album is geïnspireerd op macht en we wilden spelen met hoe populisten en politici te werk gaan. Ik vond het vet om diezelfde mechanismen toe te passen: in onze video’s, nummers, maar dus ook in onze berichtgeving.’ Een niet-bestaand jubileum als eerste stukje Staatspropaganda, dus.
‘Fictie en werkelijkheid lopen tegenwoordig toch al voortdurend door elkaar’, zegt Florim schouderophalend in zijn studio in Nijmegen. Alles geloven wat hij zegt, hoeft dus niet.
Nou ja, in dit interview wel, stelt de zanger gerust.
De bandnaam werd een kwarteeuw geleden mede gekozen om de kracht die ervan uitging. Op De Staat en in de bijbehorende liveshow De Staat Becomes De Staat kiest de band nadrukkelijk voor de autoritaire kant van het begrip. Macht, manipulatie, autocratie, desinformatie en de aantrekkingskracht van leiderschap: het komt allemaal voorbij.
Een beetje macht heeft Florim zelf inmiddels ook. In negentien jaar groeide het Nijmeegse vijftal waartoe hij behoort uit tot een van de eigenzinnigste Nederlandse rockbands van zijn generatie, met een stevige livereputatie. In de nieuwe show staat hij soms zelfs achter een spreekgestoelte. De stap van frontman naar sterke leider blijkt verrassend klein.
Sterker nog: Florim kruipt maar al te graag in het hoofd van degene die het voor het zeggen heeft. In het Glory zingt hij als een tech-CEO, ver verwijderd van de mensen die het dagelijkse werk doen. Helemaal nieuw is die positie niet: ook in Witch Doctor, het bekendste nummer van De Staat, waarin het publiek tijdens liveshows in een grote cirkel rent (ook wel een circle pit), is hij degene die de massa – letterlijk – bespeelt.
De show De Staat Becomes De Staat werd afgelopen juli gelanceerd op muziekfestival Down The Rabbit Hole. Voor het eerst in zijn geschiedenis legde de band een verhaallijn in een optreden, dat exclusief is gemaakt voor het festival en de shows in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam begin oktober. De volgorde van de nummers doet ertoe, liedjes verwijzen naar elkaar en Florim raakt gaandeweg verder van zijn publiek verwijderd.
Letterlijk: hij begint tussen het publiek, als onderdeel van het volk, en beklimt gedurende de show een grote stalen trap die het systeem en daarmee de macht verbeeldt. Eenmaal boven kijkt hij neer op zijn eigen publiek. Althans, dat was de bedoeling: bij de eerste show ontdekte hij bovenop pas dat hij door het licht de mensen nauwelijks kon zien.
Ook dat is een kenmerk van autocratisch leiderschap.
Florim wilde dat de shows werken als een blockbuster. ‘Een Denis Villeneuve- of Christopher Nolan-film.’ Hij hoort zichzelf en grijpt meteen in. ‘Niet dat ik op dat level zit, hè.’ Even stil. ‘Het is eigenlijk gewoon The Odyssey dit’, lacht hij dan. ‘Nee, wat ik bedoel is dat het in de eerste plaats vermakelijk is, maar wie verder kijkt, ontdekt die diepere laag.’
Na de eerste show op Down The Rabbit Hole zei Florim tegen 3voor12: ‘Een frontman is ook een populist.’ Dat klinkt provocerender dan hij het bedoelt. Florim is gefascineerd door beïnvloeding en manipulatie en ziet een popconcert als een plek waar die mechanismen open en bloot worden gebruikt.
Een opmerking die spontaan klinkt, zegt Florim, is vaak van tevoren bedacht om precies op dat moment applaus of beweging uit de zaal los te krijgen. Of de aandacht wordt met licht en beweging één kant op gestuurd, terwijl elders iets gebeurt wat het publiek pas later opmerkt. Het hoort bij het vak. ‘Een politicus gebruikt uiteindelijk dezelfde soort mechanismen om aandacht te trekken en te sturen.’
Waar de show stap voor stap de weg naar de macht volgt, zit op het album die route wat losser in elkaar. Eén ding stond wel vroeg vast: Faith moest het laatste nummer worden. ‘Faith gaat voor mij niet zozeer over religie’, zegt Florim. ‘Meer over het geloven in verhalen, ze vertellen en daarin kunnen meegaan.’
Hij haalt Sapiens – Een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari aan. ‘Sorry als ik nu heel slim probeer te lijken’, lacht hij, om vervolgens enthousiast door te gaan: ‘Maar Harari had het over hoe uitzonderlijk goed wij mensen zijn in het gezamenlijk geloven in dingen die we zelf hebben bedacht. Zoals geld. Dat is uiteindelijk papier waaraan we waarde hebben toegekend. Grenzen bestaan omdat we met elkaar hebben besloten waar ze lopen. Landen, systemen, rechten: verhalen die zo stevig zijn geworden dat ze bepalen waar iemand wel of niet mag leven.’
Iemand die in Irak wordt geboren en wil vluchten, bedoelt hij, kan lang niet zomaar overal heen; Florim kan vanuit Nederland vrijwel probleemloos de wereld over. ‘Dat is zo bizar! Ik vind het raar dat niet iedereen het hier de hele tijd over heeft.’ Precies daarin zit voor hem ook een kier binnen het repressieve systeem dat hij schetst. ‘We hebben het zélf zo geregeld. In theorie moet er dus ook iets eerlijkers af te spreken zijn.’
Het rijtje songtitels van het album klinkt als de opmaat van een vlammende toespraak: The King, The Underdog, The Boy, The Man, met daartussen grote begrippen als Freedom, Glory en dus Faith. Tijdens het maken lag er een tarotspel in de studio, met op elke kaart zo’n groot, geladen woord. ‘Het heeft iets religieus om dit soort titels te gebruiken.’ Hij wilde dat de tracklist iets kreeg van een gospel, een ‘Bijbelachtig ding’.
Een duidelijke chronologie zit er niet in, maar sommige combinaties lagen wel vast. The Boy en The Man bijvoorbeeld, die Florim bewust achter elkaar zette. In The Boy kijkt hij terug naar de hardheid die hij zichzelf als puber aanleerde: weinig kwetsbaarheid tonen, niemand de kans geven je te raken. Wat toen bescherming bood, probeert hij nu juist te ontmantelen. ‘In contact staan met je gevoelens is nu een superkracht.’
Ook dat gaat over macht, vindt Florim. In die aangeleerde hardheid ziet hij een voedingsbodem voor machismo: gekrenkte ego’s en mannen die zich snel aangevallen voelen en vervolgens willen terugslaan.
Direct daarna volgt The Man, bijna de platgeslagen versie van precies dat gedrag. Het nummer heeft bewust iets simplistisch: de tekst bestaat uit één regel, eindeloos herhaald: ‘Fuck around and find out’. Oftewel: probeer me maar uit en je krijgt ervanlangs. Florim moet er zelf om lachen. ‘Nee, het is niet de weergave van de man die ik nu ben.’
Freedom, Glory en Faith noemt Florim ‘nationalistische onzintermen’. Groot genoeg voor de toespraak van een leider, vaag genoeg om er van alles in te horen. ‘Ik weet nog steeds niet echt wat Glory betekent.’
Maar goed, het moet ook gewoon goed klinken allemaal. ‘Voor de albumluisteraars die er nog zijn – ik hou van jullie – wil ik vooral dat de setlist muzikaal klopt; het is geen boek. Het album is in alle eerlijkheid gewoon een muzikale spanningsboog.’ Voor de show geldt een beetje hetzelfde. Wat begint met samenzijn en feest, mondt uit in een steeds zwart-wittere blik op de wereld. ‘Grote woorden, hè? Ik verbaas mezelf ook een beetje.’
Met The Fire wordt het ongemak persoonlijk. Het nummer gaat over kijken naar alle ellende ver weg, je er druk om maken en daarna gewoon doorgaan met je leven. ‘I wouldn’t worry about the fire/ It’s only burning overseas’, zingt Florim droog. ‘Het vingertje wijst ook naar mezelf. Het liedje is natuurlijk supersarcastisch, maar ik worstel er ook wel echt mee. Ik ben die dude die geld overmaakt zodra het uit de hand loopt en dan voel ik me weer even goed.
‘De een besluit naar Gaza te gaan om te helpen en de ander zet de televisie uit. Ik zit ergens daartussenin.’ Een activist noemt hij zichzelf niet. Wat hij wél kan, zegt Florim, is over onrecht zingen en praten.
Eigenlijk had deze plaat de helft van het verhaal moeten zijn. Florim wilde twee werken maken: eerst de dystopie, daarna de utopie. Maar hoe die laatste eruitziet weet hij nog niet precies. ‘Ik ben geen pessimist, altijd een optimist. Al vind ik de wereld op dit moment spannender en onvoorspelbaarder dan ooit.’
Wat daartegenover moet komen te staan, is dus nog onbekend. Voorlopig eindigt De Staat daarom waar Florim zelf ook uitkomt: bij Faith. Eerst maar eens gaan geloven dat het anders kan.
De Staat verschijnt op 18/9 en De Staat Becomes De Staat is op 2 en 3/10 te zien in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant