Home

Als je vader bij Feyenoord heeft gespeeld, is het nog niet zo makkelijk hem te overtreffen, vertelt nieuw boekwerk

Bij Feyenoord kloppen meerdere zonen van oud-spelers op de deur. In het uitgebreide boekwerk Alle dagen Feyenoord is veel aandacht voor vader-zoongeschiedenissen uit de clubgeschiedenis. ‘Willem van Hanegem wist dat Gert last van hem had.’

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Kan de voetballende zoon van een oud-Feyenoordspeler eindelijk eens zijn vader overtreffen? Die vraag gonst over de tribunes van De Kuip nu het kroost van diverse oud-spelers de jeugdopleiding overspoelt en er recentelijk drie hun weg hebben gevonden naar het eerste.

Jerayno Schaken, zoon van Ruben, draaide bij zijn debuut anderhalve week geleden meteen een bal in de kruising, misschien wel mooier dan zijn vader ooit deed in het Feyenoordshirt. ‘O Shaqueel van Persie’, wordt al een poosje gezongen als een doelpunt te lang uitblijft bij Feyenoord. Op dezelfde toon als vroeger ‘O Robin van Persie’ klonk voor Shaqueels vader, een illustere aanvaller. Vorig seizoen deed ook Jaden Slory, zoon van Andwelé, geregeld mee bij Feyenoord. Slory junior is nu uitgeleend aan Willem II.

Ook op de Feyenoord Academy wemelt het van de bekende achternamen. Slory’s andere zoon Dani loopt er rond, net als Aidan Kuijt, zoon van Dirk, en Luca Dahl Tomasson, zoon van Jon.

Boudewijn Warbroek wacht gespannen af. De oud-journalist en vrijwillig redacteur van supportersmagazine Hand in hand is al ruim vijftig jaar in de ban van Feyenoord. Hij voltooide recentelijk na ruim tien jaar een reusachtig boekwerk getiteld Alle dagen Feyenoord. Uitgesmeerd over liefst 2.064 pagina’s is bij elke dag van het jaar een verhaal uit de Feyenoordgeschiedenis beschreven dat die dag heeft plaatsgevonden.

Warbroek schreef de 366 stukken op basis van het omvangrijke Feyenoordarchief van de illustere Rotterdamse columnist, auteur, archivaris en dichter Jan Oudenaarden, die begin 2025 op 81-jarige leeftijd onverwacht overleed. Warbroek kampte de laatste jaren ook met wat medische klachten. Het was een emotionele krachttoer om het boekproject te volbrengen, vertelt hij. ‘Een beetje à la sommige wedstrijden van Feyenoord, zeg maar.’

In het boekwerk is veel aandacht voor het lot van zonen van beroemde spelers. ‘Het blijkt haast ondoenlijk om je vader te overtreffen’, stelt Warbroek. Misschien dat alleen Ebi Smolarek daarin is geslaagd. Hij behoorde tot de Feyenoordselectie die in 2002 de Uefa Cup won, al was hij dat seizoen zwaar geblesseerd. Hij speelde langer bij Feyenoord dan zijn vader Wlodzimierz en maakte evenveel goals (13).

Vijf tegenstanders

Vaker lukte het de zoon in het geheel niet de vader te doen vergeten. Aangrijpend is het verhaal over Gert van Hanegem, oudste zoon van Willem en als voetballer immer in diens reusachtige schaduw vertoevend. Warbroek: ‘Dat was natuurlijk ook nogal een opgave. Willem is naar mijn mening met voorsprong de beste speler van Feyenoord aller tijden.’

Het verhaal komt al vroeg aan bod in Alle dagen Feyenoord, want Warbroek en Oudenaarden ontdekten dat vader en zoon op 7 januari 1982 eenmalig tegen elkaar speelden.

Willem van Hanegem is in die tijd, in zijn nadagen als speler, teruggekeerd bij Feyenoord, en regelt een oefenwedstrijd in Culemborg tegen amateurclub Fortitudo. Niet toevallig, want daar speelt de 17-jarige Gert op het middenveld. Volgens de verslaggever van een Rotterdamse krant bewijst junior over ‘spelbepalende kwaliteiten’ te beschikken.

Gert is ook nog eens volmaakt tweebenig, speelt later in de tweede elftallen van Feyenoord en Ajax, gaat terug naar de amateurs, maar krijgt op zijn 25ste nog een kans bij FC Utrecht. We schrijven 1989. De openingswedstrijd is uitgerekend FC Utrecht - Feyenoord. Gert van Hanegem, prachtige lange krullen, speelt weergaloos, maar in de uitwedstrijd ontbreekt hij en na dat seizoen zwaait hij weer af.

Gert van Hanegem zegt dat zijn achternaam ‘een loden last’ voor hem was. ‘Bij Feyenoord kon ik tijdens wedstrijden na tien minuten nauwelijks meer fatsoenlijk lopen. Dan kreeg ik pap in de benen, terwijl ik op de training nergens last van had en de mooiste acties maakte. Het liefst wenste je dat de wedstrijd zo snel mogelijk voorbij was. Regelmatig verzon ik allerlei smoezen om maar niet te hoeven meedoen.’

Gert ging in gesprek met haptonoom Ted Troost, die zegt dat hij vijf tegenstanders had: de tegenstander in het veld, de ‘naam Van Hanegem’, de daardoor bevooroordeelde trainer en het publiek dat iets extra’s verwacht. Tenslotte speelde hij ook nog tegen zichzelf. ‘Na tien minuten had je je dus al vijftig minuten ingespannen. Zo vertelde Troost het, en zo voelde ik het ook.’

Warbroek zocht vorig jaar Willem van Hanegem op en vroeg hem hoe hij dat had beleefd. ‘Willem wist dat Gert last van hem had.’

Gert ontdekte op zeker moment zelfs dat er vriendjes waren die vooral met hem wilden spelen zodat ze bij de grote Van Hanegem over de vloer konden komen. Willem ging bewust niet mee naar gesprekken op school om te voorkomen dat het vooral over hem zou gaan.

Vader en zoon werken nog een jaar samen in het seizoen 1991-1992 bij de Utrechtse amateurclub Holland. Willem als assistent-trainer, Gert als middenvelder. De ploeg wordt kampioen. In de zomer van 1992 maakt Willem de overstap naar de technische staf van Feyenoord. Voor het afstaan bedingt Holland een oefenwedstrijd. Pas ruim drie jaar later wordt die gespeeld. Gert van Hanegem haakt af vanwege ‘werkverplichtingen’. Willem is al voor het eindsignaal vertrokken naar een feest waar de voetballer van het jaar wordt bekendgemaakt.

Slappe lach

Soms wordt een opmars van een ‘zoon van’ in de knop gebroken door iets ogenschijnlijk lulligs, zo blijkt uit het verhaal van 11 januari in Alle dagen Feyenoord. Het gaat over eerdergenoemde Ebi Smolarek, die in 2004 de slappe lach krijgt tijdens een bozige toespraak van nieuwe trainer Ruud Gullit. Gullit heeft net verordonneerd dat mobiele telefoons in de kleedkamer niet meer zijn toegestaan, als vervolgens zijn eigen telefoon afgaat.

Gullit stelt de aanvaller niet meer op, Smolarek gaat naar Borussia Dortmund, waar hij het goed doet. Zijn liefde voor Feyenoord zal altijd blijven. Als de bus van Borussia een keer pech heeft, kunnen de spelers meeliften met een een bus van tegenstander Ajax. Smolarek weigert in te stappen, en lift met een bestuurslid mee.

Op 14 januari is er in het boek aandacht voor Niclas Kindvall, zoon van de legendarische spits Ove, die aan de lopende band scoorde (142 treffers in 171 officiële wedstrijden), waaronder in de gewonnen Europa Cup I-finale in 1970. Veel spitsen bijten hun tanden stuk op de heimwee naar Ove.

Niclas Kindvall, in 1967 geboren in Rotterdam, wordt daarop door Feyenoord meermaals benaderd voor een stage. Op zijn 19de bedankt hij nog. Twee jaar later komt hij alsnog. Vader Ove prijst hem de hemel in. ‘Hij beschikt over meer kwaliteiten dan ik destijds.’

Het is druk langs de lijn op 10 januari 1989, als Niclas voor het eerst meetraint. Hij zegt dat zijn achternaam hem niet hindert. En dat hij liever als middenvelder speelt. Waarschuwend: ‘Mijn vader was veel sneller en sterker.’ Vier dagen later speelt Kindvall junior mee in een oefenwedstrijd tegen Barendrecht als rechtshalf. Coach Rob Jacobs is tevreden, maar een paar dagen later breekt Kindvall junior een middenvoetsbeentje op de training na een duel met John Metgod. Het toeval wil dat Kindvall precies dezelfde blessure opliep na een eerder duel met Metgod tijdens een zaalvoetbalwedstrijd in Stockholm.

De middenvelder keert terug naar Zweden, wordt op aanraden van zijn vader spits en kroont zich tot topscorer van Zweden. Niclas komt nog een paar keer in beeld bij Feyenoord, maar kiest voor Hamburger SV. Ove snapt dat wel. ‘Hij zou telkens met mij worden vergeleken, dat zou misschien een zware druk op zijn schouders leggen.’

Regenpijp

Dat er nu drie zonen van oud-spelers tegelijk op de deur kloppen is uitzonderlijk. Alleen Piet Smits in 1934, Piet Vrauwdeunt in 1964 en Ebi Smolarek in 2000 lukte het hiervoor om in navolging van hun oude heer een contract af te dwingen. Wel kregen er velen de kans in oefenduels. Zoals Marcel Haak op 20 juli 1988. Marcel is de zoon van Guus Haak, lid van een gouden generatie, met als hoogtepunt de Europa Cup I-winst in 1970.

Haak senior ontplofte overigens toen bleek dat hij niet in de basis stond in die illustere finale in Milaan. Hij zou de Oostenrijkse coach Ernst Happel hebben toegebeten net zo erg te zijn ‘als die landgenoot van je, die Hitler’, zo is in Alle dagen Feyenoord te lezen.

Achttien jaar later trapt zoon Marcel al vier minuten na zijn invalbeurt in een oefenwedstrijd tegen amateurclub Bunde de bal er met links in. Nu gaat het beginnen, denkt hij.

Maar diezelfde avond glijdt Marcel via de regenpijp met ploegmaat Tommie Krommendijk het hotel uit op zoek naar vertier. Ze worden gesnapt. De vriendin van Haak junior moet verplicht naar huis, een paar dagen later gevolgd door de speler zelf, nadat die wederom de regels heeft overtreden.

Ook Piet Vrauwdeunt nam het iets te makkelijk op, al kampte hij met een flinke erfenis. Vader Manus was in de jaren dertig en veertig niet alleen een uitstekende voetballer, maar ook iemand die tussen de supporters leefde. Piet kreeg zijn kansen, maar meent achteraf dat hij in jeugdopleiding te veel in de watten is gelegd en te weinig tegenstand kreeg. ‘Pas later, bij DFC, leerde ik wat knokken is.’

Feyenoord haalde hem na drie jaar DFC nog een seizoen terug. Daardoor maakte Vrauwdeunt deel uit van de ploeg die de Europa Cup I won. Hij mocht als reserve mee naar de finale en was Happel daar ‘eeuwig dankbaar voor’, ook al speelde hij geen minuut.

Boudewijn Warbroek bespeurt bij zichzelf telkens weer opwinding als er een bekende naam opduikt. ‘Zou het? Zou het? Jeugdspelers worden sowieso omarmd, en die zonen van bekende spelers helemaal. Je gaat toch kijken of je dingen herkent.’

Dat er nu zo veel doorbreken, ook bij andere clubs, zit hem wellicht in de verbeterde mentale begeleiding, voeding en fysieke training. De vaders waren echte profs en hebben vaak de tijd en financiële middelen om hun kinderen perfect te begeleiden.

Warbroek: ‘Als je de jonge Schaken en Van Persie voor de camera ziet, geven ze perfecte antwoorden. Het zijn al echte profs. Voor Van Persie wordt het lastig om zijn vader te overtreffen, al vind ik hem een goede spits. Hij is wel wat blessuregevoelig. Bij Schaken heb ik goede hoop dat hij een grotere sensatie wordt dan zijn vader. Maar die hoop heb ik al vaker gehad.’

Jan Oudenaarden & Boudewijn Warbroek: Alle dagen Feyenoord. Edicola; 2.064 pagina’s; € 105.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next