Trumps olieblokkade heeft het leven in Cuba veranderd in een hindernisbaan. In Havana overleven mensen met een paar uur stroom per dag. ‘Wanneer je weer eens zwetend in het donker wakker wordt, roep je alles wat in je opkomt.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
In een appartementje in het westen van Havana staat een televisie afgesteld op een nieuwszender. Aan de keukentafel zitten twee vriendinnen, de een is verpleegkundige, de ander kapper en stylist. Ze praten over de uitdagingen van het Cubaanse leven en negeren het toestel.
Door de dagelijkse stroomonderbrekingen zijn vooral de tropische nachten afzien, zegt verpleegkundige Alida Insua (51). ‘Vannacht sliep ik hier op de grond in de woonkamer met de voordeur open, zodat er nog een beetje wind binnenkomt.’
Dan trekt de televisie alsnog de aandacht. Midden in een nieuwsitem valt het apparaat uit. ‘We zijn weer aan de beurt’, merkt Insua op. ‘Venceremos’, grapt kapper Anisleydis Hernández (38). De leus van Fidel Castro wordt door veel Cubanen enkel nog ironisch aangehaald: ‘We zullen zegevieren.’
Hernández hoopt dat haar vriendin haar kan helpen met het verwijderen van een paar hechtingen uit haar schouder, waar eerder een cyste zat. ‘Als je het met vrienden regelt, los je dingen sneller op’, zegt de kapper. Zij doet op haar beurt gratis het haar van Insua. Maar de verpleegkundige moet haar vandaag teleurstellen: ze heeft de instrumenten niet in huis.
In Cuba is het nog slechts een kwestie van overleven sinds het land door de VS is afgesneden van olieleveranties en moet voortstrompelen met een fractie van de dagelijkse energiebehoefte. De Volkskrant trok in hoofdstad Havana een etmaal op met stylist Hernández en zag hoe de aanhoudende stroomonderbrekingen het leven van de alleenstaande moeder hebben veranderd in een hindernisbaan.
Vanuit het westen van de stad neemt ze een gedeelde elektrische riksja naar haar buurt in centraal Havana, op een paar blokken van het neoklassieke Capitolio, het iconische overheidsgebouw in het hart van de stad. Nu benzine schaars en duur is, verplaatsen mensen zich in Havana te voet en met fietstaxi’s en elektrische driewielers. Het enkeltje vanaf haar vriendin naar huis kost Hernández 600 peso, bijna een euro.
Ze beschikt over een ‘kapitalistisch brein’, vertelt ze in de motortaxi, knie aan knie ingepropt tussen andere passagiers. Als een klant haar midden in de nacht belt voor het aanbrengen van haarextensies, dan gaat ze. ‘Ik reken 3.000 peso.’ Die 4 euro kan ze goed gebruiken, want ze komt altijd geld tekort.
Vaak genoeg komt het voor dat klanten afzeggen en Hernández niets verdient. Haar klanten lopen net als zij dagelijks achter de feiten aan: geen benzine, geen geld voor transport, een urenlange rij voor de bank, geen water in huis, geen stroom, ontdooide kip in een koelkast die enkel nog dient als kast.
Omdat ook vanmiddag een afspraak wegvalt, voegt Hernández zich aan het eind van de dag bij haar moeder Luisa (55) en een groep vriendinnen in de patio van een koloniaal gebouw. Gastvrouw Violeta (53) serveert sterke kopjes koffie. In een hoek van de binnenplaats staat een elektrische motor.
Het gesprek komt onvermijdelijk op la corriente, de stroom die er vaker niet dan wel is. Terwijl bij vriendin Insua de stroom al was uitgevallen, werkt die in deze wijk nog wel – voor nu. ‘Gisteren had ik twee uur elektriciteit’, verzucht Hernández’ moeder.
De vrouwen praten over de laatste variant van de Ecoflow, een populaire Chinese thuisbatterij die alleen mensen met geld (en familieleden in de VS) zich kunnen veroorloven. ‘Heb je die nieuwe met wieltjes gezien?’, vraagt Violeta.
Er bestaat geen kostbaarder bezit in Cuba: wie een Ecoflow heeft, laadt hem op in de schaarse uren met stroom en overbrugt de uren zonder. De koelkast koelt, de televisie speelt een film af en de ventilator pompt ’s nachts een verkoelende bries rond. Maar voor de meeste Cubanen is de 500 euro voor een geïmporteerde batterij een astronomisch bedrag.
‘Trump heeft de hele wereld op zijn rug en met vier pootjes in de lucht’, zegt Hernández. ‘Iran, Israël, Venezuela, wij hier in Cuba.’ Ze lacht een schamper lachje. ‘Dit ligt niet aan Trump’, reageert Violeta. ‘Het probleem zit hier in Cuba.’
Hoewel de negen miljoen Cubanen in Cuba dankzij toegang tot internet (sinds een kleine tien jaar) uitstekend op de hoogte zijn, vindt het geopolitieke spel van de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Cubaans-Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio hoog boven hun hoofden plaats.
2026 moest het jaar worden waarin Trump het socialistische regime in Havana op de knieën zou krijgen. Nadat hij in januari de Venezolaanse president Nicolás Maduro had ontvoerd en Venezuela onder Amerikaanse curatele had geplaatst, richtte hij zijn pijlen op Cuba. Rubio was er meermaals duidelijk over: de VS willen een regimewisseling in Havana.
President Miguel Díaz-Canel en Fidel Castro’s bejaarde broer Raúl (95) zouden moeten plaatsmaken voor een gedweeë opvolger. Maar na meer dan acht maanden zonder toegang tot geïmporteerde olie zit de Cubaanse regering nog in het zadel.
Het eiland was voor zijn stroomvoorziening grotendeels afhankelijk van geïmporteerde olie. Om te overleven rantsoeneert de staat nu het beetje elektriciteit dat het zelf opwekt uit een beperkte eigen olieproductie (zo’n 35 duizend vaten per dag) en uit een groeiend aantal zonneparken.
De inwoners van Havana ontvangen enkele uren elektriciteit per dag. In de nacht, wanneer de vraag het grootst is, is de stad grotendeels in duisternis gehuld. De arme meerderheid die geen geïmporteerde zonnepanelen en batterijen kan betalen, past zo goed en kwaad als het gaat het leven aan op de luttele uren waarin telefoons en oplaadbare ventilatoren aan de lader kunnen.
‘In de jaren negentig beleefden we de speciale periode’, zegt Violeta, verwijzend naar de crisisjaren na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het wegvallen van het Sovjet-geld. ‘Maar zoals nu? Dit hebben we nooit eerder meegemaakt.’ Haar moeder had nog gewaarschuwd: ‘Wanneer jullie Fidel verliezen, gaan jullie hem missen.’
Tien jaar na de dood van Cuba’s revolutionaire leider doet de dagelijkse misère op het eiland veel mensen met nostalgie terugdenken aan Fidel Castro. In de beschutting van het eigen huis geven ze zijn politieke nazaten, met president Díaz-Canel als boegbeeld, de schuld van de teloorgang van Castro’s revolutie.
Zachtjes wiegend in een schommelstoel bestudeert Hernández met een spiegeltje de hechtingen die nog steeds in haar schouder zitten. ‘Het Cubaanse leven is pijn en lijden’, concludeert ze. Dan valt ook in centraal Havana de elektriciteit uit. Het is kwart over zeven ’s avonds. De vrouwen weten: la corriente komt pas morgen weer terug.
Wanneer de schemering invalt, blijven ook de schijnwerpers rond de gouden koepel van het Capitolio uit. In de avond is het donker en stil in Havana. Pas wanneer de ogen zijn gewend aan het duister, vallen de keuvelende gezinnen op in donkere deuropeningen. Hier en daar licht een telefoonscherm of zaklamp op.
Nu duisternis en armoede evenredig toenemen, waarschuwen inwoners van de Cubaanse hoofdstad elkaar steeds vaker: pas op je bezittingen, blijf na het donker thuis. Het is een nieuwe gewaarwording voor een volk dat veel heeft meegemaakt, maar niet gewend is aan criminaliteit.
Hernández woont met haar moeder Luisa en haar 18-jarige zoon Jordan in een appartementje op driehoog in een bladderend en afbrokkelend koloniaal gebouw. Een huizenblok verderop is de straat afgezet omdat een pand onlangs is ingestort. Het plastic lint wordt door de buurtbewoners stoïcijns genegeerd.
De woning van de familie Hernández bestaat uit een woonkamer van een paar vierkante meter, een keukentje en badkamertje. Een trapje leidt naar een slaapkamer in aanbouw. Boven de ingang hangen een cactusblad en een amulet tegen het boze oog. Binnen houden Afro-Cubaanse heiligen van het Yoruba-geloof de bewoners veilig en gezond. Aan het plafond hangt een klein heksje. ‘Dat is Celeste’, zegt Luisa.
Binnen is het vochtig warm. Een oplaadbare ventilator met ledlamp schijnt een beetje wit licht de kleine woonkamer in. Alleen Hernández, die met haar hoofd bijna in de ventilator zit, krijgt verkoeling. Haar moeder komt de dode uren door met sigaret na sigaret.
Twee grote ventilatoren staan levenloos opgesteld naast een zwart televisiescherm. In de koelkast, die zelden lang genoeg stroom heeft om echt te koelen, staan wat glazen potjes met eten, een paar medicijnpotjes en een karton met eieren.
Hernández scrolt op haar telefoon langs Facebookpagina’s die kritisch nieuws verspreiden uit de Cubaanse diaspora in het Amerikaanse Florida. ‘De Cubanen in de VS stemmen op Trump’, zegt ze. ‘Hier stemmen we op niemand.’
Ze moet hard lachen om een bericht dat de spot drijft met de eenpartijstaat Cuba. Ze leest voor: ‘Telkens wanneer de stroom terugkeert, voel ik me onzeker, want ik weet niet wanneer ze weer gaat.’ Het bericht eindigt in de verwensing dat ‘ze allemaal naar de kloten’ kunnen gaan.
De diaspora kan kritiek uiten, zegt ze. ‘In Cuba moeten we afzien in stilte. Als ik zoiets zou plaatsen, staan ze morgen voor de deur.’ Alleen binnenshuis kun je veilig vloeken, zegt Luisa. ‘Wanneer je weer eens zwetend in het donker wakker wordt, roep je alles wat in je opkomt.’
Om twee uur ’s nachts klautert moeder Luisa het trappetje op naar de slaapkamer, vouwt Hernández zich op op de kleine bank en nemen haar zoon Jordan en zijn vriendin plaats op een deken op de grond. ‘We houden vaak pyjamafeestjes’, grapt Hernández.
De batterij van de ventilator houdt het vol tot vier uur ’s ochtends. Dan wordt het gezin weer wakker. ‘Nee, het was geen goede nacht’, zegt Hernández. Vermoeid staart ze voor zich uit, even geen grap paraat.
’s Ochtends staat er beneden een plas water in het halletje van het gebouw. In Havana is ook het leidingwater op rantsoen, maar de momenten waarop inwoners stroom en water ontvangen, zijn niet op elkaar afgestemd. Zonder elektriciteit doet de pomp het niet en blijft de waterton op het dak leeg. Tegelijkertijd loopt de put beneden over en loopt het water de straat op. ‘We moeten met emmers naar beneden om water te halen’, zegt Luisa.
Om negen uur keert de elektriciteit terug. Hernández wacht op een klant die deze ochtend een afspraak had. ‘Ze is te laat’, zegt ze. ‘Als je niet kunt slapen, dan kom je niet op tijd.’ Luisa kookt ontbijt in het keukentje. Op het fornuis pruttelt een pan rijst. De klant komt uiteindelijk niet opdagen. ‘Komt je klant, gefeliciteerd. Komt ze niet, pech.’
Profiterend van een paar uur stroom nestelen grootmoeder, moeder, zoon en vriendin zich voor de televisie. Een grote ventilator blaast weldadige lucht in hun gezichten. Drie uur later gaat het scherm op zwart en draaien de wieken van de ventilator nog een paar rondjes voordat ze tot stilstand komen.
‘De mensen zijn moe’, zegt Hernández. ‘We zijn uitgeput.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant