Sinds een paar jaar kweken Nederlandse boeren en onderzoekers rijst in de polder. Dat scheelt CO2-uitstoot, gaat bodemdaling tegen en bevordert de biodiversiteit. ‘Mijn collega-onderzoekers lachten me uit.’
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Sander Roeleveld trekt een brede grasspriet uit de grond. ‘Kijk, zo ziet een rijstplantje eruit als het geplant wordt: het lijkt op gras.’ Hij reikt naar beneden, naar de modder, waaruit groene stengels tevoorschijn komen. ‘Eén zo’n sprietje groeit uit tot 20 tot 25 stengels. Aan het uiteinde komen eerst een soort bloemen en die geven meeldraden. Daarmee bestuift de plant zichzelf. En zo ontwikkelen zich rijstkorrels in de aar.’
Polderrijst, noemt boer Roeleveld (‘noem me maar pionier, ik ben eigenlijk helemaal geen boer’) de wuivende vlakte groene halmen die inmiddels heuphoog staat. Hier, in de polder bij Oud Ade, even ten noordoosten van Leiden, kweekt hij sinds 2023 rijst. Op zo’n dertig proefveldjes van elk een paar vierkante meter testen onderzoekers welke rijstsoort het best wil groeien in de Hollandse polder. Een groot veld, van 0,6 hectare, moet dit jaar voor het eerst een echte oogst opleveren. ‘Restaurants uit de wijde omgeving hingen al aan de lijn’, zegt Roeleveld.
Het idee voor rijst in de polder kwam van Julian Helfenstein, universitair docent bodemgeografie aan de Wageningen Universiteit. In Zwitserland had hij al gewerkt met de eerste boeren die rijst kweekten ten noorden van de Alpen. Waarom zou dat niet ook in de polder kunnen, vroeg hij zich af. Het klimaat in Nederland is er inmiddels warm genoeg voor. ‘Mijn collega-onderzoekers lachten me uit’, zegt Helfenstein.
Zijn idee was er zeker niet voor de lol. ‘Veenweidegebieden stoten als ze uitdrogen broeikasgassen zoals CO2 uit. En dat gaat extra hard met droge zomers zoals die van dit jaar’, licht Helfenstein toe. Voor het idee: de Nederlandse veenweidegebieden stoten jaarlijks 4,25 miljoen ton CO2 uit; ongeveer net zoveel als 3 miljoen personenauto’s in een jaar.
‘Als je die velden onder water zet, stop je het proces van uitstoot. En het gaat bodemdaling tegen’, zegt Helfenstein. Alleen hebben boeren niet zo veel aan een nat weiland: er moet ook een boterham mee te verdienen zijn. ‘Dan kun je er maar beter voedsel op verbouwen. Rijst is dan uitermate geschikt.’
En zo kwam Helfenstein in Oud Ade terecht, waar burgercoöperatie Land van Ons al een Polderlab had waarin boeren, burgers en onderzoekers van de Universiteit Leiden werken aan de landbouw van de toekomst. Hadden ze daar niet een strookje land over om het te proberen?
Aanvankelijk keken boeren hoofdschuddend naar de teststrookjes, zegt Roeleveld. ‘Boeren denken in hectares. Zo’n teststrookje stelt dan natuurlijk niets voor.’ De eerste strookjes van een paar vierkante meter werden bovendien opgegeten door ratten.
Ook Maarten Schrama, universitair hoofddocent community ecology aan de Universiteit Leiden, was in eerste instantie sceptisch. ‘Zo’n rijstveld kan voor een hoge uitstoot van het sterke broeikasgas methaan zorgen. Beland je dan niet van de regen in de drup? En grasland is ook mooi: er staan allerlei bloeiende kruiden en planten. Moeten we dat nou wel vervangen door een monocultuur van rijst?’
Methaan ontstaat door chemische processen in zuurstofloze grond, zoals die onder een rijstveld. Maar koeien stoten ook methaan uit, en met de uitstoot van rijst blijkt het tot nu toe enorm mee te vallen. Juist omdat het in Nederland minder warm is en het groeiseizoen korter duurt, ontstaat er minder methaan dan in tropische rijstgebieden.
Nu er voor het eerst meer dan een halve hectare aan rijst groeit – de eerdere opbrengst ging voornamelijk op aan onderzoek en opnieuw inzaaien – zien boeren dat het kan werken. ‘Ze zijn wel degelijk geïnteresseerd’, zegt Roeleveld, ‘want ze weten dat ze het in de toekomst met minder koeien moeten doen en staan open voor alternatieven.’
‘Kijk daar, een juffer!’, wijst Schrama naar een felblauw gekleurd libelle-achtig insect dat tussen de rijsthalmen door navigeert. Terwijl de verslaggever en de fotograaf een rijstkorrel proeven, trekt Schrama zijn bergschoenen uit en stroopt zijn spijkerbroek op. Hij stapt over een soort plastic damwandje heen, met zijn blote voeten het modderige rijstveld in.
Voor de biodiversiteit is een rijstveld gunstig, zegt hij. Studenten en onderzoekers telden onder meer kevertjes, waterwantsen en libellenlarven. Kikkers zitten er ook. ‘Er leeft van alles in het rijstveld dat vrijwel niet in de sloten hier voorkomt’, zegt hij. ‘Ja, natuurlijk verlies je beestjes die in het graslandschap zitten als je weilanden vervangt door rijstvelden’, zegt Schrama. ‘Maar we willen niet alle weidegebieden vervangen door rijst. Juist met een mozaïeklandschap van rijst en weiland neemt de biodiversiteit enorm toe.’
Ondanks alle gunstige effecten denkt Schrama dat de bijdrage van de wetenschap aan de transitie van de landbouw bescheiden is. ‘Boeren zitten niet altijd te wachten op wetenschappers die hun komen vertellen wat ze moeten doen. ‘Daar heb je weer zo’n schetenwapper’, zeggen ze dan.’
De omvorming van de landbouw is volgens hem veel meer een sociale transitie dan een wetenschappelijke. ‘De boeren hier houden al 800 jaar vee. Veehouden zit in hun dna, en ik snap goed dat ze niet staan te springen om opeens akkerbouw te gaan bedrijven.’
En het moet ook wel uit kunnen. Misschien is subsidie nodig om rijstteelt mogelijk te maken, denken Roeleveld en Schrama. ‘Gezien alle gunstige effecten van rijstteelt voor milieu, natuur en voedselzekerheid, kan de overheid daar best wat tegenover stellen. Boeren krijgen nu ook subsidie voor hun melk.’
De rijsthalmen staan er boven verwachting goed bij. Maar aan schattingen hoeveel kilo rijst dit veld zal opleveren, wil Roeleveld zich niet wagen. ‘Ik wil het niet oversellen’, zegt hij. ‘Maar in Italië kan een hectare vijfduizend kilo oogst opleveren, waarvan drieduizend kilo uiteindelijk verkoopbaar is.’
Voordat polderrijst zo’n opbrengst haalt, is er nog een hoop te leren. Er is in Nederland nu eenmaal weinig ervaring mee. Het is trial and error, zeggen de drie deskundigen. Helfenstein: ‘Met maïs en aardappelen is ooit ook jaren geëxperimenteerd voordat die hier goed wilden groeien.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant