Home

Israël Producten Centrum verliest kort geding over importverbod op producten uit illegale nederzettingen

Een Nijkerkse winkel in Israëlische spullen heeft het kort geding verloren tegen het importverbod van producten uit de illegale Israëlische nederzettingen. Een rechter stelde het Israël Producten Centrum (IPC) op alle punten in het ongelijk. Daarmee kregen de sancties per 22 september juridisch groen licht.

is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.

De winkel en groothandel, gelieerd aan de organisatie Christenen voor Israël, vond dat de regering zich had beroepen op een onrechtmatig ‘geitenpaadje’ om de handel met Israëlische kolonisten in de bezette Palestijnse gebieden te boycotten. Het opleggen van sancties zou exclusief domein van de Europese Unie zijn, waar Nederland als individueel land geen recht toe had, luidde de argumentatie.

Daar maakte de rechter korte metten mee. Volgens de woensdag gepubliceerde uitspraak mag het kabinet een beroep doen op een uitzonderingsclausule, omdat de Israëlische bezetting een ‘ernstige bedreiging van een fundamenteel maatschappelijk belang is’.

De sancties betreffen alle goederen uit de Israëlische nederzettingen (en daaraan gelieerde plantages) in de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte. Het gaat vooral om landbouwproducten zoals olijfolie, wijn, dadels en citrusvruchten. Volgens schattingen van onder meer de Wereldbank zou de waarde van de stroom zo’n 20 à 30 miljoen euro bedragen.

Kabinetsval

Al jaren proberen activisten en ngo’s de overheid tot strengere economische maatregelen tegen Israël te bewegen. Maar behalve een halfslachtig ‘ontmoedigingsbeleid’ hielden de rechtse partijen in Den Haag extra maatregelen tegen. Vorig jaar viel het kabinet-Schoof over de weigering van de VVD en BBB om meer te doen, terwijl toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) vond dat dat ‘noodzakelijk’ was.

Die noodzaak draait om een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (van juli 2024), dat stelt dat ‘derde landen’ met hun handel en investeringen niet mogen bijdragen aan de ‘bestendiging van een onrechtmatige situatie’. In het nieuwe kabinet heeft de VVD zich daar schoorvoetend bij neergelegd.

Alleen moeten de EU-lidstaten handelsbeleid normaal gesproken overlaten aan Brussel. Slechts met een beroep op de ‘openbare orde’ kunnen ze zelf maatregelen nemen.

‘Voorzienbaar’ handelsverbod

Het IPC betoogde dat het kopen van een flesje wijn uit de bezette gebieden geen gevaar voor de openbare orde is, maar daar ging de rechter niet in mee. Het begrip openbare orde mag, zo blijkt uit Europese jurisprudentie, breed worden geïnterpreteerd.

Het Israëlisch optreden in de onrechtmatig bezette gebieden vormt een ‘ernstige bedreiging van de internationale rechtsorde’, en dat rechtvaardigt een beroep op de openbare orde, aldus de rechtbank.

Het argument van het IPC dat de maatregel uit de lucht komt vallen en daarmee zijn ‘recht op ongestoord genot van eigendom’ wordt geschonden, verwees de rechter naar de prullenbak.

‘Nederland voert al sinds 2006 een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van economische activiteiten die direct bijdragen aan de instandhouding van de onrechtmatige nederzettingen in de bezette gebieden, dat sinds juli 2025 actiever wordt uitgedragen’, luidt de analyse. Daarmee was het handelsverbod ‘voorzienbaar’. ‘Het IPC had daarop kunnen en moeten anticiperen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next