Home

Juist de onnadenkende vanzelfsprekendheid waarmee AI wordt gebruikt is het probleem

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

‘Iedereen doet het’: dat zou voor een premier geen reden moeten zijn AI te gebruiken. Bovendien gaat Jetten hiermee voorbij aan de ethische kwesties die bij nieuwe technologie komen kijken.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Over zijn gebruik van AI zei Rob Jetten vorige week in een interview van drie minuten met RTL de volgende zeven dingen:

1. Driekwart van de Nederlanders doet het ook.
2. Heel veel mensen doen dat in hun dagelijkse werk.
3. Zoals ik net al zei, bijna elke Nederlander gebruikt elke dag AI.
4. En zo doen wij dat, net als vele anderen ook.
5. Zo zetten wij dat in, net als vele anderen dat ook doen.
6. AI-inzet kan voor iedereen het werk leuker en makkelijker maken.
7. Ik denk dat heel veel mensen het elke dag met plezier gebruiken.

De strategie was even simpel als duidelijk. Iedereen doet dit. Waar zeuren jullie over?

Uit de verontwaardigde reacties die volgden op de onthulling valt inderdaad te concluderen dat veel mensen AI gebruiken, en dat ze dat de normaalste zaak van de wereld vinden. De verontwaardiging gold niet zozeer voor de premier, maar voor de krant. Waar zeuren jullie over?

Maar het eigen gedrag rechtvaardigen met andermans gedrag is geen overtuigend argument – althans geen argument dat we van kinderen accepteren. Een premier is geen trendvolger. Een premier is iemand die, bij complexe maatschappelijk-technologische ontwikkelingen met in potentie ontwrichtende gevolgen, inziet dat hij een voorbeeldfunctie heeft. En niet net als Jantje óók in de sloot springt.

Kunstmatige intelligentie heeft veel verschijningsvormen. Zelflerende besturingsprogramma’s in auto’s en drones, patroonherkenners die voor banken en inlichtingendiensten fraude en terroristen detecteren, zoekfuncties en chatbots die vragen beantwoorden en rapporten samenvatten. Erg handig allemaal, maar zoals elke nieuwe technologie brengen ook deze toepassingen stuk voor stuk ethische vragen met zich mee die niet zijn te beantwoorden met het argument dat ze het werk leuker of makkelijker maken.

Allereerst de groeiende autonomie, een klassiek schrikbeeld van techniekfilosofen en scenarioschrijvers. Zelfs de Frankensteins zelf beginnen nu te waarschuwen voor de monsters die zij aan het bouwen zijn – al kan niet uitgesloten worden dat ze dat om commerciële redenen doen. Maar zelfstandig opererende robots zijn geen sciencefiction meer.

Ten tweede het beslag dat de servers – kunstmatige intelligentie bestaat grotendeels uit niet al te snuggere programma’s die simpelweg in razend tempo grote hoeveelheden data verwerken – leggen op de ruimte, energie en water. Zelfs de simpelste zoekvragen worden steeds vaker met behulp van AI beantwoord. De massaliteit waarmee dat gebeurt (iedereen doet het elke dag, aldus Jetten) is geen argument vóór, maar tegen AI. Juist in de onnadenkende vanzelfsprekendheid schuilt het gevaar.

Ten derde het gebruik van generatieve AI voor communicatie, zoals Jetten dus te pas en te onpas (Westerbork) doet. Dat juist deze menselijke essentie aan machines wordt uitbesteed is misschien op korte termijn handig, maar brengt op lange termijn grote risico’s met zich mee, zowel kwalitatief als kwantitatief.

Niet alleen verliezen woorden hun persoonlijke waarde, maar ook ontstaat er een onbeheersbare stroom van kunstmatig gegenereerde klachten, Kamervragen, Woo-verzoeken en andere procedurele stukken die deze communicatiekanalen dreigen te verstikken. In hoeverre dit werk efficiënter maakt is zeer de vraag.

Woorden hebben meer waarde als ze tijd kosten, aandacht vergen, als iemand er zelf over heeft nagedacht. Omgekeerd werkt het ook: wie zijn woorden zelf kiest móét nadenken. Zonder inspanning geen spieren.

Vooruitgang bestáát, en is vaak technologisch van aard. Maar wie vraagtekens zet bij nieuwe technologie is niet automatisch een naïeve luddiet die de vooruitgang probeert tegen te houden. De naïviteit zit in de gemakzuchtige omarming ervan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next