Het Amerikaanse leger is onverslaanbaar in de oorlog tegen Iran, zo houdt president Trump al tijden vol. Een rapport van een toezichthouder schetst een ander beeld. Munitietekorten en logistieke problemen stapelen zich op, maar uitzicht op een einde is er niet.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
‘Verraderlijke’ leugens, brieste Trump begin deze maand nog maar eens over berichten in Amerikaanse media dat het leger met wapentekorten kampt door de oorlog met Iran. ‘We hebben vrijwel onbeperkte voorraden.’ En ook: ‘We zijn deze oorlog met gemak aan het winnen.’ Al sinds het begin van de oorlog beweert Trump dat de Verenigde Staten het ‘oneindig’ uit kunnen houden.
Een deze week gepubliceerd rapport van de belangrijkste (onafhankelijke) toezichthouder van het ministerie van Defensie doet anders vermoeden. Uit het rapport doemt een beeld op van een oorlog waarin de VS man en macht hebben ingezet om de oorlogsdoelen te behalen, maar grote verliezen moeten incasseren en in toenemende mate tegen logistieke problemen aanlopen. Het rapport richt zich op de periode van het begin van de oorlog (28 februari) tot eind juni, kort voordat een akkoord tussen de VS en Iran over een staakt-het-vuren uiteenviel.
Slinkende wapenvoorraden als gevolg van de oorlog zijn al langer een grote bron van zorg. De toezichthouder stelt nu dat het munitieverbruik tijdens de oorlog ‘heeft geresulteerd in tekorten bij strategische voorraden’.
Dat maakt de VS volgens tegenstanders van de oorlog ook elders kwetsbaar. Het leger heeft volgens het rapport munitie en ander wapentuig uit bijvoorbeeld Europa verplaatst naar het Midden-Oosten. De toezichthouder gaat zelf niet in op de bredere gevolgen daarvan, maar Trumps critici vrezen dat de VS daardoor niet over voldoende middelen zouden beschikken als het land ergens anders, bijvoorbeeld in Taiwan, in een conflict verzeild raakt.
Ook het aanvullen van de voorraden laat te wensen over. Het rapport spreekt over ‘knelpunten’ bij de wapenindustrie. Hoewel het Pentagon met ‘risicobeperkende maatregelen’ is gekomen, heeft de defensie-industrie nog een ‘aanzienlijke aanlooptijd nodig om de productiecapaciteiten uit te breiden’. Vooral de productie van vaste brandstofmotoren voor raketten, de beschikbaarheid van geavanceerde explosieven en ontstekingsmiddelen, en het werven van geschoold personeel blijken grote obstakels.
Intussen lopen de kosten van de oorlog op. In menselijke zin – volgens het Pentagon zijn er tot op heden achttien militairen gedood en meer dan achthonderd gewond geraakt – maar ook in materiële zin. De financiële kosten zouden volgens schattingen van het Pentagon tot eind juni al zijn opgelopen tot boven de 33 miljard dollar. Analisten hebben soortgelijke schattingen eerder al het ‘topje van de ijsberg’ genoemd.
De toezichthouder stelt dat het berekenen van de totale kosten lastig is, mede doordat defensieminister Hegseth het Congres voor het begin van de oorlog niet heeft gevraagd geld apart te zetten. In plaats daarvan tapte hij uit potjes voor ‘reguliere operationele activiteiten’. Bovendien rekent het Pentagon de kosten voor het herstellen van beschadigde militaire infrastructuur niet mee, omdat het niet zeker is of dat in alle gevallen ook zal gebeuren.
Die schade is groot, blijkt uit het rapport. ‘Honderden gebouwen en bouwwerken’ op militaire bases in de regio zijn vernietigd, naast ‘tientallen’ militaire vliegtuigen die zijn verwoest of beschadigd.
Met name de enorme schade die Iran vroeg in de oorlog heeft aangericht op een belangrijke logistieke basis in Bahrein trekt een grote wissel op het leger, dat volgens het rapport meer dan 50 duizend militairen heeft ingezet gedurende de strijd. Voor de bevoorrading van zijn oorlogsschepen is het leger daardoor noodgedwongen uitgeweken naar een basis op Diego Garcia, een klein eiland in de Indische Oceaan, dat op een zeker moment overigens ook doelwit is geworden van Iraanse raketten.
Het probleem daarmee is de afstand. Bevoorradingsschepen zijn nu twee tot tweeënhalve week bezig om de benodigde voedsel en brandstof af te leveren bij de oorlogsschepen. De duizenden opvarenden van het vliegdekschip USS Abraham Lincoln ondervonden dat aan den lijve: voordat zij na maanden onafgebroken op zee in Thailand mochten aanmeren, leidden tekorten aan basismiddelen tot schrijnende toestanden aan boord.
Opvallend is verder dat het rapport ambigu is over het hele spectrum aan oorlogsdoelen. Trump zelf is daar alle kanten mee uitgeschoten – van een volledige regime change in Iran tot het openen van de Straat van Hormuz. De toezichthouder verwijst naar uitspraken van Hegseth over ‘het vernietigen van Irans raketarsenaal en zijn -productiecapaciteiten, marine, andere militaire infrastructuur en het voorkomen dat Iran aan nucleaire wapens komt’, maar voegt daaraan toe dat de ‘volledige taakomschrijving geheim is’.
Dat kan erop duiden dat er nog oorlogsdoelen zijn die de regering niet publiek heeft gemaakt. Maar terwijl in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen de onvrede over de oorlog en de daaropvolgende gestegen brandstofprijzen is toegenomen, is ook van de doelen die wel bekend zijn duidelijk: ondanks de hoge kosten hebben de VS Iran niet op de knieën gekregen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant