De documentaire over de beroemde WK-wedstrijd Argentinië - Engeland uit 1986 laat zien hoe één wedstrijd onderdeel kan zijn van iets veel groters. Voetbal, oorlog, kolonialisme: alles vloeit hier in elkaar over.
schrijft voor de Volkskrant over film.
Eerst was er die ‘hand van God’ – een brutaal en door velen ongezien tikje met de hand tegen de bal, over de opspringende keeper. Toen de solo die begon met een pirouette op de eigen helft en uitmondde in een van de mooiste doelpunten aller tijden – een langgerekte rush langs het halve elftal van de tegenstander.
Het is sportcanon: twee goals die bij voetballiefhebbers in het geheugen staan gegrift. Goals waarvan vermoedelijk zelfs de meest doorgewinterde voetbalhater weleens een flard heeft opgevangen, ergens in de afgelopen veertig jaar.
Op 22 juni 1986 speelde Argentinië tegen Engeland in de kwartfinale van het WK voetbal in Mexico. In het enorme Aztekenstadion in Mexico-Stad – ook afgelopen zomer het decor van een aantal WK-wedstrijden – zagen 115 duizend toeschouwers hoe Diego Armando Maradona het voetbal verhief.
In een tijdsbestek van amper vier minuten kwam het imago van de Argentijnse ster – berucht én uitzonderlijk begaafd – in zijn volledigheid voorbij op het veld. Argentinië won het toernooi, maar vooral die kwartfinale beklijfde.
Dat aan één enkele wedstrijd veel meer betekenis is te ontlenen, maken de Argentijnse filmers Santiago Franco en Juan Cabral duidelijk met hun magnifieke documentaire The Match. Op basis van het boek El partido (2016) van de Argentijnse schrijver en sportjournalist Andrés Burgo nemen ze die ene wedstrijd als uitgangspunt om niet alleen de sportieve rivaliteit te schetsen, maar ook de geopolitieke strijd, de oorlogsgeschiedenis en de (koloniale) identiteit van beide landen.
Dat plaatst The Match in een rijtje van uitzonderlijke sportdocumentaires die op een heldere, toegankelijke en opgetogen toon mikken op een breder publiek dan de vaste kijker van Studio Sport. Denk bijvoorbeeld aan Hoop Dreams (1994), over de basketbaldroom van twee Afro-Amerikaanse middelbare scholieren, When We Were Kings (1996), over het legendarische boksgevecht tussen Muhammad Ali en George Forman en The Last Dance (2020), over het laatste seizoen van Michael Jordan bij de Chicago Bulls.
Wie weleens gniffelt om mensen die voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven noemen, of om de gedachte dat voetbal oorlog zou zijn, begrijpt na afloop van The Match in ieder geval wat er met die beweringen wordt bedoeld.
Voor de liefhebber is The Match ondertussen niets minder dan een cinematografisch cadeau. Franco en Cabral slagen glansrijk in hun doel om met hun documentaire het niveau en de opwinding van Argentinië - Engeland uit ’86 te spiegelen, met tempowisselingen en zelfs een speelduur die gelijk is aan die van een voetbalwedstrijd.
Een tijdreisfilm, noemden ze The Match dit voorjaar tijdens de wereldpremière op het filmfestival van Cannes. Begrijpelijk: vanuit 1986 springt de documentaire met soms duizelingwekkende sprongen door een geschiedenis die uit veel meer bestaat dan enkel voetbal.
Veelzeggend is het tekstje waarmee de documentaire begint: ‘Wanneer begint een wedstrijd? Wanneer is hij afgelopen?’ Twee vragen die Franco en Cabral zo ruim mogelijk interpreteren.
221 jaar voor de aftrap, is het antwoord op vraag één – in 1765 stichtten de Britten een kolonie op de Falkland-eilanden voor de Argentijnse kust. Misschien wel nooit, luidt het antwoord op vraag twee. Cruciaal is hier de tweeënhalve maand durende Falklandoorlog van 1982, waarin de Engelsen de archipel heroverden na de inval van de Argentijnse junta.
De naweeën daarvan worden glashelder opgediend. Op archiefbeeld van de Argentijnse tv zien we een getuigenis van een timide 17-jarige militair die in 1982 van een zinkend schip sprong en een etmaal in het water overleefde. Op Engels archiefmateriaal een koude Margaret Thatcher in de slachtofferrol: alleen in dit land kun je worden beschuldigd van het laten zinken van een vijandig schip.
Maradona, in de aanloop naar de wedstrijd van 1986: ‘Als de mensen om ons leven vragen, dan geven we dat.’ Je vóélt het.
Hoe één wedstrijd onderdeel is van iets groters en tegelijk talloze miniwedstrijdjes omvat, daarover gaat The Match. Geweldig is de gedetailleerde aandacht voor de strijd tussen de sportfotografen die in de uren na de wedstrijd razendsnel hun rolletjes moesten ontwikkelen. Fraai tijdsbeeld ook: allemaal hopend op het definitieve bewijs van Maradona’s handsbal.
Dat bewijs kwam uiteindelijk van de Mexicaanse fotograaf Alejandro Ojeda Carbajal, maar in de daaropvolgende jaren werd de foto vaak geclaimd door Bob Thomas, een Engelse fotograaf. Een gestolen foto van een gestolen doelpunt. Kolonialisme, oorlog, voetbal, verdienmodel; alles vloeit hier in elkaar over.
Logischerwijs ontbreekt in deze Argentijnse productie die toch ook historische reactie van Theo Reitsma, op de Nederlandse tv, die Maradona’s tovenarij tijdens de 1-0 direct in de smiezen had. ‘Scoort-ie met de hand?’, was zijn retorische vraag terwijl de bal over de doellijn stuiterde. ‘Dat is de vraag die door de scheidsrechter en grensrechter met nee wordt beantwoord. En ik denk ja. Hands!’
Reitsma munt terloops ook nog de term ‘straatjongensgeluk’. Het is geweldig, maar helaas ongeschikt voor het Argentijnse of het Engelse vertelperspectief.
Die beide perspectieven krijgen ook gestalte via een wat geijkte interviewopzet, met een handvol oud-voetballers die voor een scherm het (voetbal)verleden ter plekke van commentaar voorziet. Zelfs die aanpak stijgt hier boven zichzelf uit wanneer de betrokkenen Maradona’s solo nog maar eens onder ogen krijgen.
Eerst is de camera alleen op hun gezicht gericht. Dan volgen de beelden zelf, zonder commentaar, maar voorzien van kwikzilverachtige muziek. Tegen die tijd is de betekenis van dit moment al zo zorgvuldig gefundeerd dat niets anders rest dan ontroering.
Documentaire
★★★★★
Regie Santiago Franco en Juan Cabral
Met Gary Lineker, John Barnes, Jorge Valdano, Jorge Burruchaga
91 min., in 32 zalen.
Avant-gardistisch verslag van de wedstrijd Real Madrid - Villarreal op 23 april 2005 door beeldend kunstenaars Douglas Gordon en Philippe Parreno en Hollywoodcameraman Darius Khondji (Seven, Marty Supreme), die met zeventien gesynchroniseerde camera’s elke beweging, blik, gebaar en zucht van Zinedine Zidane (Real Madrid) in beeld brachten.
Sinds de Franse sterspeler ruim een jaar later, in de WK-finale van 2006, na een kopstoot van het veld werd gestuurd, oogt dit portret profetisch. Hij verzorgt hier weliswaar de beslissende pass voor de winnende goal, maar ook deze wedstrijd eindigt voor hem voortijdig: na een opstootje krijgt hij rood. Magie en niets liggen dicht bij elkaar, benadrukken de makers met een tekstje in beeld.
Het Nederlandse reclamebureau KesselsKramer, dat eerder dit jaar failliet ging, initieerde in 2002 een voetbalwedstrijd tussen de twee laagst geplaatste landen op de internationale ranglijst. Op de dag waarop Brazilië en Duitsland de WK-finale speelden, namen zodoende ook het boeddhistische koninkrijkje Bhutan (destijds nummer 202 op de Fifa-ranglijst) en het Caribische vulkaaneilandje Montserrat (nr. 203) het tegen elkaar op.
Wat is voetbal zonder de allesverslindende commercie? Bhutan won met 4-0, maar om de uitslag ging het bij deze wedstrijd niet.
De Duitser Hellmuth Costard volgde een wedstrijd lang Manchester United-icoon George Best, thuis tegen Coventry City. Zo kent de Zidane-docu een minder bekende en minder virtuoze, doch belangrijke voorloper, die in zijn geheel op YouTube is te zien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant