Door de extreem hete en droge zomer zijn de aardappelen dit seizoen veel kleiner dan normaal. Een teler in het Zeeuwse Dreischor ziet met de oogst ook zijn omzet krimpen. ‘Moet de afnemer minifrietjes verkopen? Dat gaat niet.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Akkerbouwer Leendert van de Velde (33) hurkt bij een bundel dorre takken die uit de natgeregende aarde steken. Met de ene hand pakt hij de stengels vast, terwijl hij de rest van de plant met zijn driepuntige riek ontdoet van het kruimelige zand. Zo haalt hij een tros met dertien aardappelen tevoorschijn.
Van de Velde sorteert ze op grootte en legt ze voor zich neer, tussen twee opgehoogde rijen (ruggen) aardappelplanten in. De grootste piepers zijn nauwelijks groter dan een kippenei, de kleinste hebben het formaat van een knikker. Hij neemt drie van de grootste en houdt ze tegen elkaar aan. ‘Dit moet eigenlijk één aardappel zijn. Maar ja, die zitten hier echt niet tussen.’
Voor veel aardappeltelers is het de harde realiteit, aan het begin van dit oogstseizoen. Door de extreme hitte en droogte van de afgelopen maanden vallen de aardappelen veel kleiner uit dan in koudere en nattere jaren. De aardappeloogst in Noordwest-Europa dreigt daardoor de kleinste in tien jaar te worden. Dat blijkt uit een eerste raming van de North-Western European Potato Growers (NEPG), de belangenbehartiger van telers uit Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië.
Ook andere gewassen gaan gebukt onder de hitte en droogte van juli en augustus, zegt directeur André Hoogendijk van brancheorganisatie BO Akkerbouw. Boeren zien hun oogsten naar schatting met 10 tot misschien wel 30 procent slinken. ‘Over het algemeen is er sprake van een lagere oogst, die bovendien van lagere kwaliteit is’, zegt Hoogendijk. ‘Daarin zien we wel verschillen per grondsoort, en of er beregend kon worden.’
Van de Velde runt met zijn broers en vader een akkerbouw- en fruitteeltbedrijf in het Zeeuwse Dreischor, waar hij en zijn tweelingbroer op 18-jarige leeftijd instapten. Het ringdorp aan de noordkant van Schouwen-Duiveland wordt omgeven door akkers, zo ver het oog reikt. Op ruim 100 hectare teelt de familie Van de Velde voornamelijk (poot)aardappelen, maar ook uien, wintertarwe, peren en kersen. Die gedijen goed bij de vruchtbare kleigrond in de Zeeuwse bodem.
Dit jaar is minder goed. Aan een picknicktafel in de ruime schuur op het erf spreekt Van de Velde de verwachting uit dat hij het dit jaar moet doen met ‘tussen de 25 en 30 procent’ minder opbrengst. Oftewel: ‘150- tot 200 duizend euro.’ En dan heeft Van de Velde het alleen nog maar over de aardappelen en de uien.
De tegenvallende oogst zal niet bij iedere aardappelteler zo fors in de papieren lopen. Dat komt doordat de meeste telers al ver voor het oogstseizoen prijsafspraken maken met afnemers, zegt Hoogendijk. ‘De partijen maken in de winter afspraken. Stel dat een teler gemiddeld 45 ton binnenhaalt, en hij verkoopt van tevoren ongeveer 30 ton, dan zit hij redelijk safe. Wij schatten in dat de meeste telers dit jaar wel aan hun contract kunnen voldoen.’
Telers die dit jaar boven op de contractuele afspraken wel wat overhouden, profiteren van de aardappelprijs. Nadat deze vorig jaar als gevolg van een aardappeloverschot was gekelderd, leveren piepers op de vrije markt inmiddels veel meer op. Hoogendijk: ‘Als je nog wat over hebt, kun je ze voor een nette prijs verkopen op de vrije markt. Dat is op zich mooi, maar dan moet je ze wel hebben.’
Ook Van de Velde maakte al voor de hete zomer prijsafspraken over een deel van zijn frietaardappelen. Maar door de kleinere oogst kan hij niet profiteren van de gestegen marktprijs. Op de akker, waar de aardappelen volgende week rijp zijn voor de oogst, wijst Van de Velde naar de kleinere piepers die voor hem liggen. ‘Als wij alleen deze kunnen aanbieden, zegt de afnemer: familie Van de Velde, moeten we minifrietjes gaan verkopen? Dat gaat niet.’
Wat de situatie voor boeren op Schouwen-Duiveland bemoeilijkt, is dat het voormalige eiland is omgeven door zout water. Daardoor stroomt er door de sloten geen zoet, maar zout of brak water, onbruikbaar voor beregening van de gewassen.
Zich bewust van het feit dat er meer bloedhete zomers zullen volgen, liet Van de Velde twee jaar geleden een bassin van meer dan 100 meter lang aanleggen. Daarmee kan hij in de winter zoet regenwater opvangen via een drainagesysteem, zodat hij in de zomer genoeg reserves heeft in tijden van droogte. Althans, dat was het idee.
Vanaf de rand van de gigantische badkuip wijst Van de Velde naar een witte rand, op ongeveer een derde van de totale hoogte. ‘Het zoete water is maar tot daar gekomen; door de droge winter was het bassin maar voor een derde gevuld. We hadden deze zomer alles zes keer moeten beregenen. Dat hebben we maar één keer kunnen doen.’
Als bestuurder van ZLTO, de zuidelijke tak van landbouworganisatie LTO, pleit Van de Velde voor een betere omgang met zoet water. Door overtollig regenwater terug te pompen in ondergrondse zoetwaterbellen, bijvoorbeeld. Dat is technisch mogelijk, maar strenge Europese regels maken het in de praktijk lastig. ‘Laat ons het regenwater terugpompen in de grond, dan kunnen we het in de zomer weer oppompen voor de beregening’, zegt Van de Velde. ‘Dan blijft er ook weer geld over om te innoveren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant