is tv-recensent voor de Volkskrant.
Aart: ‘Hoe stond jij vanochtend op?’ Nicolaas Veul: ‘Met gemengde gevoelens. Want ik vind dat ervaren van angst moeilijk.’ Aart: ‘Met wat er twee weken geleden is gebeurd? Omdat er een escalatie is geweest?’ Veul: ‘Ja. Mijn hoofd zegt: weg, weg, weg. Maar ik sta hier, en ik moet voor ze zorgen.’
In het vijfde seizoen van de documentaireserie 100 dagen (VPRO), waarin presentator Nicolaas Veul honderd dagen stage loopt bij instellingen zoals jeugdzorg en onderwijs, gaat hij in het deel Zoals het komt aan de slag bij de intensieve verstandelijke gehandicaptenzorg.
De aflevering begint bij het einde, bij het gesprek tussen Veul en zijn begeleider Aart. Voordat Aart in de gehandicaptenzorg ging werken, zat hij in het leger. Hij werd meermaals naar Afghanistan uitgezonden.
Wat voor ‘escalatie’ Veul precies heeft meegemaakt, zal waarschijnlijk pas aan het einde van de serie blijken. Toch vertelt hij de kijker direct dat hij zijn stage na 86 dagen heeft afgebroken.
Met die mededeling in het achterhoofd maken we kennis met de bewoners, waarvan sommigen de emotionele leeftijd van een baby of peuter hebben. In het lijf van een volwassene kan dat gevaarlijk zijn, voor zowel henzelf als hun omgeving. Sommige kamers, zoals die van Oussama, hebben vuistdikke deuren. Er lopen bewoners rond met helmen op.
Oussama eet zijn banaan met schil, lacht breed, klapt in zijn handen en slaat tegen de muur, ijsbeert, herhaalt de woorden die hij iemand hoort zeggen. ‘Begeleider. Kamer laten zien.’ Hij luistert op repeat naar een kinderliedje: ‘U is voor uur, V is voor veer, W is voor woest.’
Veul kijkt mee bij een instructie om een ‘cliënt te fixeren’. Hij ziet hoe de begeleiders ‘gebruikmaken van de gewrichten’ om zo een volwassene soms wel een uur op de grond gedrukt te houden. Vroeger, toen het hier nog de ‘Vereniging tot opvoeding en verpleging van idiote en achterlijke kinderen’ werd genoemd, werden bewoners met kettingen aan de muur vastgelegd, of kregen ze een spuitje als ze moesten kalmeren.
‘Ze zeggen weleens: als je wilt weten hoe het met een samenleving gaat, kijk dan hoe ze met de allerkwetsbaarsten omgaat’, zegt Veul in een voice-over. Idiotie en achterlijkheid waren vroeger gangbare medische termen, die zijn aangepast toen de samenleving ze als scheldwoord begon te gebruiken.
Nu richt de aanpak zich op contact maken, prikkels beperken, de rust bewaren. Hoe moeilijk dat is, is duidelijk af te lezen aan het ongemak van Veul, dat soms tot zichtbare paniek escaleert. Juist zijn onvermogen maakt hem tot een empathische, oprechte verslaggever, en zet je aan het denken over het antwoord op die vraag: hoe gaan we als samenleving met deze mensen om?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant