Home

Met renteverhoging laat Fed-voorzitter Warsh zien dat hij niet aan de leiband loopt van president Trump

De Amerikaanse beleidsrente gaat naar 4 procent. Fed-voorzitter Kevin Warsh trotseert zo de man die hem heeft benoemd. En hij laat zien dat het bestrijden van de oplopende inflatie absolute prioriteit heeft voor de Amerikaanse centrale bank.

is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.

Er viel geen spoortje twijfel te bespeuren bij Kevin Warsh toen hij woensdagavond de financiële media toesprak: zijn Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank waarvan Warsh voorzitter is, ‘zal prijsstabiliteit leveren’.

Met andere woorden: de inflatie moet terug naar 2 procent. Dat heeft Warsh sinds zijn aantreden in mei keer op keer gezegd, maar dit keer ondersteunt Warsh zijn strenge woorden met daden. De Amerikaanse beleidsrente gaat met een kwart procentpunt omhoog, naar 3,75 tot 4 procent.

Een belangrijk besluit, zegt Remco Zwinkels, hoogleraar international finance aan de Vrije Universiteit. ‘Er waren echt veel zorgen over wat voor type de Amerikaanse president Donald Trump zou aanstellen als Fed-voorzitter. En wat dat vervolgens voor de rente zou betekenen. Nu heeft Warsh laten zien dat hij zijn besluiten baseert op de stand van de economie, en deze niet onder druk vanuit het Witte Huis neemt.’

Unaniem

De renteverhoging was een unaniem besluit van de twaalfkoppige rentecommissie. Daar blijft het waarschijnlijk niet bij. Achttien economen van de Fed deelden ook hun verwachting over de volgende rentebesluiten van de Fed: zestien van hen zijn ervan overtuigd dat dit jaar minstens een nieuwe renteverhoging volgt.

Dat betekent niet dat het slecht gaat met de Amerikaanse economie, integendeel. Warsh bespeurde, zo zei hij, veel optimisme tijdens de vergaderingen van de afgelopen dagen. De werkgelegenheid is groot en ondanks alle oplaaiende geopolitieke brandhaarden is de economie opmerkelijk veerkrachtig. Juist daarom kan de rente ook omhoog.

Een stijgende rente koelt de economie af: mensen sparen meer, bedrijven investeren minder, de vraag neemt af, en dus stijgen de prijzen minder hard. Dat wordt hoog tijd, zei Warsh, na ruim vijf jaar van een te hoge inflatie en geen tekenen dat deze binnenkort afkoelt.

En nee, gaf Warsh toe, een renteverhoging naar de range tussen 3,75 en 4 procent zal er niet toe leiden dat de Straat van Hormuz weer opengaat of dat de groente in de supermarkt goedkoper wordt. ‘Maar wat we wel kunnen en zullen doen, is voorkomen dat deze prijsverhogingen zich verbreden naar de rest van de economie’.

Lijnrecht tegenover Trump

Maar een afkoelende economie gaat lijnrecht in tegen alles waar de Amerikaanse president Donald Trump in gelooft. Niet voor niets postte hij al snel na Warsh’ persconferentie dat de Amerikaanse rente ‘onder de 1 procent’ zou moeten liggen, ‘omdat wij het beste krediet in de wereld hebben – met afstand’.

Toch leek hij het de Fed-voorzitter, door Trump voorgedragen met de verwachting dat Warsh hem renteverlagingen zou leveren, niet kwalijk te nemen. In een gesprek met Amerikaanse media zei Trump dat hij Warsh had geadviseerd ‘met de rest mee te stemmen, want het maakt toch niet uit. Het bestuur (van de Fed, red.) is zeer vijandelijk’.

Warsh zelf wimpelde elke vraag over Trump simpel af. Eerst een minzaam glimlachje en dan de tekst: ‘Ik ga je niks vertellen over discussies met de president.’

Het dubbele aan het gedrag van Trump, zegt hoogleraar Zwinkels, ‘is dat zijn druk om de rente te verlagen het juist onwaarschijnlijker maakt dat de Fed dat doet. Want zou de centrale bank daaraan toegeven, dan is dat een negatief signaal over de kredietwaardigheid van Amerika en over de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de centrale bank. Als reactie zou de marktrente dan alleen maar verder omhoog gaan.’

Goed voor minst bedeelden

Opvallend aan de toonzetting van Warsh is dat hij benadrukte dat deze renteverhoging uiteindelijk juist goed is voor de minst bedeelden in de Amerikaanse samenleving. Hoewel lenen en creditcardschulden nu weer een beetje duurder worden, naast de stijgende prijzen aan de pomp en in de winkel, hebben zij het meest te winnen bij prijsstabiliteit. Elke procent inflatie raakt hen immers relatief het hardst in de portemonnee.

De renteverhoging van de Fed past in een wereldwijde trend. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de rente deze zomer al twee keer verhoogd, van 3 naar 3,25 procent en van 3,25 naar 3,5 procent, de Japanse Centrale Bank verhoogde in juni en mogelijk volgt vrijdag een nieuwe verhoging.

De reden voor al deze verhogingen zijn de prijsschokken door de oorlog in Iran. Dat conflict leek even te luwen voor de zomer. Maar nu het weer is opgelaaid en een oplossing ver weg is, blijven de (olie)prijzen hoog. Daarbij komt dat wereldwijde oliereserves de eerste klappen konden opvangen. Die raken nu, waarschuwen economen, echt op. En dat maakt het alleen maar moeilijker om de inflatie te temmen.

Ervaring Oekraïne

Daarbij speelt ook de ervaring na de Russische invasie in Oekraïne nog altijd een rol. Toen wachtten centrale banken af, met name de Europese, in de overtuiging dat aan een energieschok met monetair beleid niet zo heel veel te doen was. Centrale banken moesten vooral ‘door de energieschok heenkijken’.

Maar doordat het aanbod aan gas en olie drastisch terugliep, volgden hogere prijzen van bijna alles, terwijl mensen in een enorme ‘uitgeef-modus’ zaten na jaren van binnen zitten tijdens de coronacrisis. Vervolgens schoten ook de lonen omhoog en kwam het monetaire beleid van de centrale banken te laat om de inflatie te beteugelen. Zo’n scenario willen de banken nu voorkomen.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Alles over economie vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next