Bijna twee derde van de gemeenten houdt zich nog altijd niet aan de Spreidingswet. Daardoor is het voor het COA lastig om genoeg veilige plekken voor kwetsbare asielzoekers op te zetten. Lhbti’ers in Ter Apel voelen de sfeer grimmiger worden.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Als Obada over het terrein van de asielopvang in Ter Apel loopt, kijkt hij altijd behoedzaam om zich heen. ‘De mannen die me in elkaar hebben geslagen, wonen hier ook’, vertelt hij. ‘Ik heb ze sindsdien al een paar keer gezien.’
Obada is een 32-jarige man uit Jordanië. Hij is Palestijns, maar zoals honderdduizenden andere Palestijnen geboren in een Jordaans vluchtelingenkamp. Samen met de eveneens Palestijnse Mutasim (31) ontvluchtte hij twee maanden geleden Jordanië omdat ze er als homostel niet veilig waren. Nu zitten ze in Ter Apel en ook hier blijkt het onveilig.
Op een middag in augustus fietste Obada naar het centrum van Ter Apel om boodschappen te doen bij de Aldi. Met een volle tas aan het stuur keerde hij terug naar de asielopvang, waar drie mannen de ingang versperden. ‘Ze zeiden iets in het Arabisch, maar ik begreep hun dialect niet’, vertelt hij. ‘Toen begonnen ze op me in te rammen. Een van hen gebruikte een ketting.’
Queer vluchtelingen zijn van oudsher kwetsbaar in asielzoekerscentra (azc’s). Ze worden er geconfronteerd met mensen die er dezelfde conservatieve en homofobe opvattingen op nahouden als degenen voor wie ze zijn gevlucht. Door de opvangcrisis die nu al jaren voortduurt, is het nog moeilijker geworden een veilige omgeving te creëren voor deze groep. En ook een adequate aanpak van geweldplegers is makkelijker gezegd dan gedaan.
Zo werd in de asielopvang in Budel eind augustus een jonge queer man tot bloedens toe tegen het hoofd geschopt. Volgens belangenorganisatie LGBT Asylum Support (LGBT AS) maakte de dader zich al langer schuldig aan het treiteren en intimideren van queers.
Ook in Ter Apel zijn de problemen groot. Sandro Kortekaas (63) van LGBT AS stuurde begin deze maand een brandbrief naar minister Bart van den Brink (CDA) van Asiel en Migratie waarin hij vijf geweldsincidenten beschrijft die zich afgelopen zomer voordeden op het terrein rond het aanmeldcentrum. Het gaat over diefstal, ernstige mishandeling en verkrachting van een lesbische vrouw.
Kortekaas gaat elke woensdag naar Ter Apel om lhbti-vluchtelingen te helpen met de voorbereiding van hun asielverhoren. Hij beantwoordt hun vragen over de procedure en helpt met andere zaken waar ze tegenaan lopen. En hij begeleidt slachtoffers van geweld bij het indienen van een klacht bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en het doen van aangifte. Hij doet dat in het hele land. ‘Het is meer dan een fulltimebaan.’
Meestal vergaderen ze buiten, maar deze tweede woensdag van september komt de regen met bakken uit de lucht. Dus verzamelen ruim twintig queer asielzoekers zich op de eerste verdieping van een containerwoning van de zogeheten lhbti-unit. Niet iedereen past in de krappe keuken, een deel blijft noodgedwongen in het halletje staan.
De keuken vult zich al snel met de geur van de mandarijnen die Kortekaas bij binnenkomst heeft uitgedeeld. Uit grote Action-tassen haalt hij ook zeep, toiletpapier en handdoeken voor de aanwezigen. ‘Hier is aan alles een tekort’, zegt een vluchteling uit Jamaica terwijl hij met een brede grijns een regenboogkleurige douchespons in ontvangst neemt.
Ook Obada en Mutasim zijn naar de bijeenkomst gekomen. Tegenover de keuken, in de kamer van twee andere queer asielzoekers vertelt Obada over de aanval. Zelf wonen ze elders op het terrein, alle bedden in deze unit waren al bezet. ‘Ik weet niet waarom ze me aanvielen’, zegt Obada zacht. Mutasim pakt zijn hand en knijpt er zachtjes in. ‘Misschien zagen ze de regenboogsticker op mijn telefoon.’
Omdat ze bang zijn voor represailles willen de twee niet met achternaam in de krant of herkenbaar op foto. Ze vertellen dat ze in Jordanië noodgedwongen een dubbelleven leidden en ook hier in Ter Apel houden ze hun liefde buiten de lhbti-unit geheim. ‘Als we naar onze kamer gaan, doen we deze regenboogarmbandjes af.’
Kortekaas pleit al jaren bij het COA en het ministerie voor aparte opvanglocaties voor lhbti-vluchtelingen. Vergeefs. Op een aantal locaties zijn speciale units, zoals de containerwoningen in Ter Apel, maar die zijn niet afgescheiden van de rest. Volgens het COA is het onhaalbaar om voor alle kwetsbare groepen, naast queer personen zijn dat momenteel ook christenen en Syrische Alawieten, aparte opvang te realiseren. Bovendien, zo redeneert de organisatie, moeten ze als ze een status krijgen, ook samenleven met uiteenlopende mensen.
De spanningen in azc’s worden gevoed door wanhoop over de ellenlange wachttijden. Sinds het Europese migratiepact op 12 juni is ingegaan, is die onvrede geëxplodeerd. Asielzoekers die na 12 juni zijn gearriveerd, krijgen voorrang bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Dat is uiterst frustrerend voor de vijftigduizend anderen die soms al jaren in Nederland zijn.
Het structurele gebrek aan opvangplekken maakt maatwerk lastig. ‘Bewoners die zich identificeren als lhbtiq worden waar mogelijk bij elkaar geplaatst’, zegt een COA-woordvoerder. ‘Maar wanneer locaties langdurig overvol zijn, neemt de flexibiliteit af om bewoners te plaatsen op een manier die optimaal aansluit bij hun individuele behoeften.’
Met andere woorden: doordat veel gemeenten de Spreidingswet niet uitvoeren, is het beschermen van kwetsbare asielzoekers moeilijker. De wet, die tweeënhalf jaar geleden in werking is getreden, is bedoeld om asielzoekers en statushouders gelijkmatig over het land te verdelen. Dat moest een einde maken aan het eindeloze pleisters plakken met noodopvang waartoe het COA zich al jaren genoodzaakt ziet.
In tegenstelling tot het voormalige kabinet-Schoof wil het in februari aangetreden kabinet-Jetten serieus werk maken van de wet. Meteen in maart stuurde asielminister Van den Brink een brandbrief aan alle gemeenten waarin hij hen opriep opvanglocaties te realiseren. Geen opvang in dure hotels en cruiseschepen dus, maar locaties voor langere tijd.
Door de Spreidingswet uit te voeren wordt opvang ‘zeker een miljard euro’ per jaar goedkoper, zei Van den Brink vorige week donderdag in een commissiedebat in de Kamer. ‘Misschien wel het dubbele daarvan.’ Tegen partijen die willen dat de wet van tafel gaat, zei hij dat ze ‘in het belang van de belastingbetaler’ zouden kunnen overwegen het idee toch te omarmen.
Vooralsnog heeft de brandbrief nog niet het gewenste resultaat. Slechts 119 van de 342 gemeenten voldoen aan de wettelijke opvangplicht. 116 gemeenten bieden enige opvang maar nog niet genoeg, de rest heeft nog geen enkele opvangplek gerealiseerd. Die aantallen zijn al maanden onveranderd. De minister heeft inmiddels 42 weigergemeenten op het matje geroepen. Als zij niet met een concreet plan komen, wijst hij uiteindelijk zelf een locatie aan.
Intussen eist de overbevolking in opvangcentra haar tol. In mei ging het COA in Ter Apel over tot ‘gecontroleerde toegang’. Dat betekent dat alleen vrouwen, kinderen en ouderen gegarandeerd een bed krijgen. De rest moet buiten wachten tot er een plek vrijkomt. Het Rode Kruis regelt voor de nachten een slaapplaats en doet daarvoor een beroep op omliggende gemeenten.
‘Een houtje-touwtjeoplossing’, aldus de minister in het debat. Ook de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel onder valt, vindt het gebrek aan solidariteit in de rest van het land moeilijk te verkroppen. ‘In Ter Apel zien we dagelijks de gevolgen’, zegt een woordvoerder. ‘Wanneer elders onvoldoende opvangcapaciteit beschikbaar is, wordt de druk hier direct voelbaar.’
Want de situatie buiten het opvangcentrum van Ter Apel is grimmig. Het Rode Kruis zag zich in juli genoodzaakt de hulpverlening op het grasveld voor de ingang te staken. ‘Onze medewerkers werden bedreigd en er werd drugs gebruikt en verhandeld’, zegt een woordvoerder. Het Rode Kruis vangt mensen nu overdag op in een nabijgelegen leegstaand kantoorpand, met beveiliging. ‘Het aantal incidenten bij ons is sindsdien verwaarloosbaar.’
Maar op het terrein rond Ter Apel zijn de problemen niet voorbij. Die worden doorgaans ook niet veroorzaakt door nieuw gearriveerden die op toegang tot het aanmeldcentrum wachten, maar door jonge mannen die al langer in de procedure zitten, of zelfs zijn uitgeprocedeerd. Veiligelanders worden ze ook wel genoemd, afkomstig uit landen als Tunesië, Algerije en Marokko.
Anderhalve week geleden was er nog een steekpartij op het grasveld, en de problemen met deze groep strekken verder dan de directe omgeving. Vervoersdienst Arriva besloot afgelopen weekeinde om geen zwartrijders uit Ter Apel meer te beboeten vanwege agressie tegen medewerkers, en een verzorgingstehuis heeft beveiliging ingehuurd omdat jonge asielzoekers in de buurt rondhangen en geprobeerd zouden hebben binnen te dringen.
Ook Sid Amrouch, een 40-jarige Algerijn die met een felgekleurde blouse complimenten zaait op de lhbti-bijeenkomst in de krappe keuken, kreeg met ze te maken. ‘Een groep Marokkanen en Algerijnen viel me aan, net buiten de poort’, vertelt hij. ‘Eentje had een mes. Ze riepen dat ik dood moest omdat ik homo ben.’ Hij neemt zijn bril af om zijn tranen weg te vegen. ‘Ik ben in het ziekenhuis goed behandeld, maar er zit nog altijd bloed bij mijn ontlasting.’
Volgens Amrouch zagen de COA-beveiligers aan de poort het gebeuren en deden ze niks. Het COA wil in een reactie niet ingaan op individuele gevallen, maar laat wel weten dat ‘COA-beveiligers geen bevoegdheden hebben om buiten het terrein handhavend op te treden’. De woordvoerder van Westerwolde zegt juist dat ‘de gemeente het COA en het ministerie herhaaldelijk heeft gewezen op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor asielzoekers die buiten het aanmeldcentrum verblijven’.
Hoe dan ook, de overlastplegers zijn zowel voor het COA als voor de minister een chronisch hoofdpijndossier. Een deel van hen zit in de zogeheten ‘verscherpte toezichtlocatie’, een met een hoog hek afgesloten deel van het terrein in Ter Apel. Daar belanden asielzoekers die geweld hebben gebruikt of anderen bedreigen en daar ook na waarschuwingen niet mee stoppen.
Deze mannen (het zijn alleen mannen) hebben geen toegang tot de rest van het COA-terrein, maar mogen wel naar buiten. Want zolang iemand niet voor een misdrijf is veroordeeld, kun je hem zijn vrijheid niet ontnemen. Pogingen van eerdere kabinetten om dat wel te doen, strandden bij de rechter. Veel bewoners van de toezichtlocatie hangen rond voor de ingang of in het dorp.
Daarom, zo benadrukt Van den Brink in het Kamerdebat, is het van groot belang aangifte te doen. Want pas na een onherroepelijke veroordeling kan de IND kijken of wangedrag gevolgen heeft voor het recht op asiel. Volgens de minister zijn veel asielzoekers huiverig om aangifte te doen, omdat ze uit landen komen waar de politie niet te vertrouwen is. ‘Daar is een grote slag te slaan.’
Het COA doet alleen zelf aangifte van strafbare feiten als medewerkers er getuige van zijn. Wanneer dit niet zo is, begeleiden ze bewoners in hun gang naar de politie. Maar volgens Kortekaas van LGBT AS laat het COA hier steken vallen. ‘Ik hoor geregeld dat het COA slachtoffers niet op de hoogte brengt van de mogelijkheid om aangifte te doen. Ik neem dan zelf contact op met de wijkagent.’
Ook Amrouch en Obada deden met hulp van Kortekaas aangifte, nu wachten ze af of daar vervolg aan wordt gegeven. Hun belagers zijn niet naar de verscherpte toezichtlocatie verplaatst, Amrouch en Obada leven in voortdurende angst hen opnieuw tegen het lijf te lopen. Obada probeert de moed erin te houden. ‘We hopen op een veilig leven.’ Hij kijkt met stralende ogen naar zijn geliefde. ‘We willen hier in Nederland trouwen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant