Europese vrachtwagenfabrikanten dreigen in dezelfde valkuil te vallen als autobouwers vijftien jaar geleden. Als ze niet sneller gaan met de ontwikkeling van elektrische trucks, neemt de concurrentie uit China een grote hap uit de markt. De eerste tekenen zijn er al.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Op de belangrijke vakbeurs IAA Transportation, deze week in het Duitse Hannover, staan Chinese e-trucks te glimmen tussen de wagens van Daf, Mercedes-Benz en Scania. Nu zijn ze nog een noviteit, maar het kan de komende jaren snel gaan: al in 2030 kan een kwart van de nieuwe e-trucks Chinees zijn, stelde milieuorganisatie Transport & Environment (T&E) vorige week.
Het aandeel van elektrische trucks in Europa is nu nog gering: een kleine 6 procent van de nieuwe vrachtwagens was vorig jaar elektrisch. Maar dat was wel een verdubbeling ten opzichte van 2024. De komende jaren zal de groei versnellen omdat batterijen beter en goedkoper worden en diesel, de standaardbrandstof in de transportsector, door de oorlog in Iran extreem duur geworden is. Ook hebben sommige Europese landen tolheffing ingevoerd, die voor e-trucks vaak lager uitvalt dan voor diesels.
Hoewel een e-truck in aanschaf veel duurder is dan een dieselvariant, kruipen de kosten per gereden kilometer naar elkaar toe, vooral dankzij de veel lagere energiekosten. Het marktaandeel van elektrisch zal de komende jaren daarom snel groeien, is de verwachting.
China lijkt net als bij elektrische personenwagens een hoofdrol op te eisen. De financiële voordelen van een Chinese truck zijn groot. Milieuorganisatie T&E berekende dat een Chinese vrachtwagen gemiddeld 43 duizend euro goedkoper is dan een vergelijkbare Europese. Die kosten gemiddeld 265 duizend euro, terwijl sommige Chinese modellen al onder de twee ton verkrijgbaar zijn.
Ook Tesla, dat binnenkort met een zogenoemde trekker op de markt komt, is vaak goedkoper: de prijs van de Tesla Semi wordt geschat op 224 duizend euro.
Anders dan bij personenauto’s geven de kopers van vrachtwagens weinig om merkimago. Transporteurs kijken maar naar één ding, klinkt het vaak: de total cost of ownership, oftewel de bedrijfskosten. Zijn die lager voor een vergelijkbare vrachtwagen, dan valt de keus bijna automatisch op de goedkoopste versie.
Vaak zijn dat Chinese nieuwkomers, met exotische namen als SuperPanther, Sinotruk en Foton. Deze trucks wijken qua vermogen en actieradius nauwelijks af van de Europese truckmerken die al ruim een eeuw de Europese vrachtwagenmarkt beheersen.
‘De overgang naar elektrische trucks is definitief ingezet’, zegt Johnny Nijenhuis, onafhankelijk specialist en adviseur in elektrisch transport. ‘Als bestaande merken niet snel bewegen, ontstaat er ruimte voor nieuwkomers die met betere prijzen werken.’
Nijenhuis ziet overigens wel merkentrouw bij transporteurs. Met name goede service en een uitgebreid dealernetwerk zijn belangrijke factoren, stelt hij. ‘Maar op zeker moment is het prijsverschil tussen een Chinese en Europese e-truck zo groot dat een transporteur het zich niet langer kan veroorloven om niet over te stappen.’
Hoewel de markt in China groot is, ziet het land kansen in Europa, dat zijn transportsector ook wil vergroenen. Dus presenteren enkele Chinese vrachtwagenbouwers zich deze week in Hannover.
Europese truckfabrikanten zien deze ontwikkeling met lede ogen aan en hebben de Europese Commissie al gewaarschuwd voor dreigende concurrentievervalsing, net als bij auto’s. Ook klagen ze over de trage groei van het aantal snelladers voor e-vrachtwagens.
Vooralsnog wordt hun Chinese concurrenten geen strobreed in de weg gelegd: in tegenstelling tot Chinese personenauto’s gelden er voor trucks geen extra invoertarieven, behalve de standaard 10 procent die nu al geldt.
Nijenhuis is overigens kritisch over de verkoopaantallen die T&E noemt. ‘Ze kijken naar aantallen die Chinese fabrikanten van plan zijn te leveren, maar sommige hebben nog niet eens een productielocatie.’
Als een bekend Chinees automerk als BYD hier een e-truck onthult, zal er eerst uitgebreid getest worden voordat fabrikanten een aanschaf aandurven, zegt Nijenhuis. ‘Dat duurt twee tot drie jaar. Pas daarna kan de productie worden opgeschaald.’
Er is dus nog tijd voor Europese fabrikanten om sneller en goedkoper te gaan produceren. Ook ligt de kwaliteit van Chinese vrachtwagens volgens Nijenhuis nog niet op het niveau van Europese trucks.
Europese truckbouwers zitten niettemin in een lastige positie: zij verdienen hun geld met diesels en betalen daarmee de groei van elektrisch. ‘Zij moeten hun aandeelhouders tevreden houden en kunnen diesel niet zomaar aan de kant schuiven.’ Veel Chinese truckbouwers hebben hier geen last van, omdat die vanaf hun oprichting elektrische wagens produceren.
Nijenhuis verwacht dat Europese en Chinese prijzen de komende jaren naar elkaar toe kruipen. China moet de kwaliteit verbeteren, Europese bedrijven moeten hun productie opvoeren. Eén ding staat volgens Nijenhuis vast: ze gaan er komen, net als eerder de Chinese personenwagens.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant