De overwinning van het linkse blok in Zweden en het verlies van radicaal-rechts kunnen traditionele partijen in Europa inspireren. Ze moeten vooral ook naar de organisatie van de Zweedse parlementaire democratie kijken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De Zweedse sociaaldemocraten mogen een regering gaan vormen. Tegen de Europese trend in heeft het linkerblok de verkiezingen gewonnen en heeft de radicaal-rechtse partij verloren. Vier jaar geleden haalden de radicaal-rechtse Zweden Democraten 20,5 procent van de stemmen, daar is nog 17,5 procent van over.
Het is altijd moeilijk om één duidelijke oorzaak aan te wijzen. De afgelopen vier jaar werd Zweden geleid door een rechtse coalitie onder leiding van premier Ulf Kristersson, die werd gesteund door de Zweden Democraten. Kristersson voerde een hard anti-immigratiebeleid en ging ook het bendegeweld, dat Zweden al jaren teistert, met harde en onconventionele maatregelen te lijf. Beide met succes. De immigratie daalde en het aantal schietpartijen nam sinds het hoogtepunt in 2022 drastisch af.
Mede daardoor vinden veel Zweden andere onderwerpen nu belangrijker. Zorg en onderwijs stonden ineens weer bovenaan de lijst met kwesties waarover de kiezers zich druk maken. Dat zijn traditioneel beleidsterreinen waarop linkse partijen zich beter thuis voelen.
Andere Zweden zijn geschrokken van de hardvochtige ingrepen. Kristersson deinsde er niet voor terug om in Zweden opgegroeide jongvolwassenen het land uit te zetten en minderjarige criminelen te straffen als volwassenen.
De belangrijkste reden was misschien wel dat veel Zweden bang werden voor radicaal-rechts. Als het rechtse blok weer zou winnen, zouden de Zweden Democraten voor het eerst ministers mogen leveren. Dat was voor veel Zweden een brug te ver.
Het is nog te vroeg voor de traditionele partijen om de vlag uit te steken. De voorsprong van het linkse blok is nipt, het zal nog een hele klus worden om een stabiele coalitie te vormen.
Het succes van het linkse blok laat zich niet heel makkelijk kopiëren naar andere Europese landen, temeer omdat de Zweedse parlementaire democratie anders is georganiseerd dan in bijvoorbeeld Nederland:
Vroegtijdige verkiezingen komen in Zweden vrijwel niet voor. Tussentijdse verkiezingen kunnen worden uitgeschreven, maar ook dan gaan de reguliere, vierjaarlijkse verkiezingen gewoon door. Dat gegeven moedigt vroegtijdig naar de stembus gaan niet aan. Daardoor zitten partijen niet continu in een hypernerveuze campagnestand, zoals in Nederland, en zijn ze eerder geneigd om in alle omstandigheden naar samenwerking te zoeken.
Zweden heeft geen Eerste Kamer. Die is eind jaren zestig afgeschaft. Hierdoor is het makkelijker om meerderheden te smeden, al is er ook in Zweden sprake van versplintering; de sociaaldemocraten boekten hun slechtste resultaat in honderd jaar.
De Zweden mogen in wezen twee keuzes maken: ze kiezen voor een partij en voor een blok, links of rechts. Elke partij moet van tevoren kiezen tot welk blok ze wil behoren. Eindeloze discussies na de verkiezingen over of het land naar links of naar rechts moet, zoals die nu in Nederland gaande zijn, zijn dus niet nodig. Het formeren gaat ook veel sneller.
Zweedse coalities hebben de goede gewoonte om geen maatregelen van hun voorgangers terug te draaien. Links en rechts respecteren elkaars beleid, en bouwen erop voort.
In plaats van te kijken naar de inhoud van de Zweedse politiek, moeten Nederlandse parlementariërs zich misschien eerder afvragen of sommige van bovenstaande eigenschappen van het Zweedse stelsel ook in Nederland heel goed bruikbaar zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant