werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.
Ik heb erop gelet en de grootste telefoonverslaafde van Den Haag is zonder twijfel Sophie Hermans. Gedurende twee dagen Algemene Beschouwingen ontwaakte ze slechts heel af en toe uit haar verzonkenheid, waarna ze elke keer verdwaasd om zich heen keek, naar haar pratende baas, naar de kibbelarijen van haar collega’s en naar al die mensen op de publieke tribune, om exact zes seconden later opnieuw toe te geven aan de sirenenzang die opsteeg vanuit haar telefoon, waarna ze haar hoofd weer netjes vooroverboog om daarna wederom minutenlang weg te zakken in een moeras van dopaminen.
In 2019 turfde schrijver en regisseur Sidney Vollmer gedurende 21 debatten hoe vaak politici in de plenaire zaal eigenlijk met hun telefoon bezig waren. Het antwoord: absurd veel. Gemiddeld was 38 procent van de Kamerleden op een willekeurig moment in het debat verzonken in zijn of haar smartphone, met af en toe een uitschieter naar zelfs 90 procent van de Kamerleden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is inmiddels zeven jaar later en iedereen die de afgelopen dagen de Algemene Beschouwingen volgde, weet dat het van kwaad naar erger is gegaan. Links, rechts, Kamer, kabinet: iedereen friemelt, tikt en frutselt zich werkelijk een ongeluk op dat ding, inclusief Vincent Karremans, die als staatssecretaris vorig jaar nog een richtlijn over schermgebruik voor jongeren presenteerde. En inclusief staatssecretaris Willemijn Aerdts die minder dan een maand geleden nog met veel bombarie een campagne lanceerde om ouders aan te sporen met hun kind te praten over smartphoneverslaving.
Uiteraard zijn er legio inhoudelijke argumenten beschikbaar over waarom volksvertegenwoordigers naar elkaar zouden moeten kijken, in plaats van naar hun telefoon. Het staat bijvoorbeeld lelijk, zo’n huis van de democratie vol kromgetrokken schouders en voorovergebogen hoofden. Het getuigt bovendien van een gebrek aan respect, een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel én een gebrek aan betrokkenheid, en ook is het een duidelijke middelvinger richting zowel je eigen voorbeeldfunctie als de democratische dialoog.
Zeker de Kamerleden en ministers die geloven dat big tech hele volksstammen verslaafd probeert te maken aan hun producten en daarbij technieken gebruikt die rechtstreeks afkomstig zijn uit het draaiboek van de tabaksindustrie, zou het daarom sieren hun telefoon zo nu en dan weg te leggen.
Zeker de politici die het zorgwekkend vinden dat Nederlandse pubers minstens zes uur per dag een absurde hoeveelheid ongefilterde meuk tot zich nemen, en daardoor een leesachterstand oplopen die niet alleen desastreus is voor hun eigen levens, maar ook voor de democratie, aangezien het geen toeval is dat het Latijnse woord lezer (lector) zoveel lijkt op het woord kiezer (elector). Zeker die politici zou het sieren om in ieder geval tijdens het belangrijkste debat van het jaar dat ellendige apparaat heel af en toe op te bergen.
Het grote probleem is alleen dat Kamerleden dat nooit vrijwillig zullen doen, omdat ze allemaal beweren hun telefoons nodig te hebben om te communiceren met hun medewerkers. Uiteraard zijn dat pure leugens (ooit werden ministers Ferd Grapperhaus en Cora van Nieuwenhuizen betrapt toen ze tijdens de Algemene Beschouwingen stiekem een wedstrijd van Feyenoord zaten te kijken). Het is hun verslaving die spreekt.
Woensdag schreven EU-correspondenten Maarten Albers en Marc Peeperkorn dat Ursula von der Leyen in haar jaarlijkse Staat van de Unie had opgeroepen de toegang tot sociale media voor kinderen onder de 15 jaar te beperken. Mijn advies: pak gelijk door en stel exact hetzelfde verbod in voor Nederlandse volksvertegenwoordigers. Doe het voor hun eigen bestwil.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant