Home

Maike Meijer maakte een geestige film over de overgang, in een woelige tijd: ‘Door het beest in de bek te kijken, word je sterker’

In haar bioscoopfilm over de overgang maakt Toren C-actrice Maike Meijer veel grappen over het bezoek aan de gynaecoloog. In haar echte leven speelde die een veel minder lachwekkende rol. ‘Dat was het zwartste wat ik ooit heb meegemaakt.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

‘Ik ben niet te dik, ik heb gewoon te veel vel’, zegt hoofdpersonage M. in de boekverfilming Wen er maar aan over een actrice in de overgang. M. wordt gespeeld door Maike Meijer, een actrice in de overgang, die haar eigen lichaam sinds de menopauze ‘een AliExpress-variant van mijn vroegere zelf’ noemt.

Goede vriendin Marieke (gespeeld door Bianca Krijgsman van het cabaretduo Plien en Bianca, red.) probeert haar wat op te beuren.

‘Mijn schaamlippen zijn langer geworden, dat ontdekte ik laatst; de rek is er een beetje uit’, vertelt ze. ‘Als ik eraan trek, dan blijven ze op die lengte hangen, en dan gaan ze heel langzaam terug in hun vorm. Net als met deeg. Maar Rogier vindt ze mooi. Hij noemt ze: m’n flapjes. Weet je dat ze in de jaren zeventig vreugdelippen werden genoemd? Toch veel gezelliger?’

M: ‘Oud worden is niet gezellig, Marieke. Oud is lelijk, je doos is maar mooi tot je 30ste. Een lul trouwens ook. Die van Koos lijkt inmiddels op een Rien Poortvliet-kabouter, maar dan zonder mutsje.’

De trailer van haar boekverfilming werd op sociale media in een paar weken tijd door 1,3 miljoen mensen bekeken, vertelt de 59-jarige Meijer vol ongeloof aan de eettafel in het Amsterdamse huis dat ze bewoont met haar man Marc Braun en zoon Mo. Hun oudste zoon Thor is uitgevlogen. Van het boek waarop de film is gebaseerd, zijn inmiddels 180 duizend exemplaren verkocht.

Dat doet A.F.Th. van der Heijden je niet na.

‘A.F.Th., eat that! Haha. Inmiddels zijn we aan de ehm... ik pak het er even bij, want ook mijn hersenen zijn door de overgang aangetast. Ah ja, de 23ste druk. Mensen worden er blij van. Het is een onderwerp dat vaak serieus wordt besproken, en dat is ook belangrijk, maar het leek me ook leuk om het op een grappige manier aan te vliegen, waardoor er herkenbaarheid ontstaat.’

Je zei net dat je hersenen zijn aangetast, zit jij nog in de overgang?

‘Het is moeilijk te zeggen wanneer de overgang overgaat. Mijn brein is wel vaak puree. Ik kwam laatst een vriendin tegen die ik al een tijd niet had gezien en zij vertelde dat haar leven op zijn kop stond sinds de komst van Juno. ‘O wat leuk’, riep ik verheugd, ‘jullie hebben een hond!’ ‘Nee’, zei ze, ‘Juno is ons kind!’ Ik ging door de grond. Want ik wist dat gewoon! Ik was het vergeten! Ze kon er niet om lachen. Ik kan iemand tegenkomen zonder te weten wie het ook alweer is. Dan begin ik snel bij de A in mijn hoofd, en loop zo het alfabet af. Dat is voor mij in de eerste plaats de overgang. Niet meer gratuit alles kunnen onthouden; namen, belevingen, anekdotes.’

Wel fijn om te horen dat het de overgang is en geen alzheimer.

Hard lachend: ‘Maar dat weet ik dus helemaal niet, misschien is het wel alzheimer. O mijn god! Maar ook fysiek merk ik het. Het zweten, en je gewichtstoename. 5 kilo, 10 kilo, die er gewoon aan zijn gekomen en ook in mijn gezicht zijn gegooid. Hoezo? Ik eet alleen maar sla!’

Is dat zo?

‘Nee, ik eet ook heel vaak friet. En pizza’s. Ik hou ook ontzettend van gebak, van room, van banketbakkersroom. Kortom, van dingen die niet goed voor je zijn. Aan mijn stemmingen merk ik het trouwens ook. En ik heb soms opvliegers. Ik noem dat altijd huid kotsen.’

Ik snap wel waarom Linda de Mol de overgang ‘geen sexy onderwerp’ noemde.

Onverstoord: ‘Heel driftig wordt het zweet naar buiten geperst.’ Ze maakt een kotsgeluid. ‘Een echte opvlieger is een soort wee. Een oude wee. Sorry, dit wordt steeds viezer.

‘Ik ben tegenwoordig wel zuiniger op mijn lichaam. Bij iedere hap denk ik nu: is dit goed voor me? Ik wil gewoon graag oud worden, ik word bijna 60. Dus het heeft bij mij nu meer met gezondheid dan met ijdelheid te maken. Ik vind juist dat we allemaal zo geobsedeerd zijn door die lichamen. Dat is absurd. Mijn film is ook bedoeld als pleidooi om daarmee op te houden. Want het hoort nu eenmaal bij het ouder worden dat we ook iets dikker worden.’

In een scène in het absurdistische VPRO-sketchprogramma Toren C, dat je zeven seizoenen met Margôt Ros maakte, rookte je een sigaret die tussen je buikplooien was geklemd. Daarbij voelde je wel iets van schaamte naar de crew, zei je eerder. In deze film ga je wat dat betreft helemaal los, met bijvoorbeeld een scène waarin je je lichaam maar niet in een jurk krijgt gepropt. Hoe voelde dat nu?

‘Schaamte is de bron van veel dingen die ik maak. Dat was bij Toren C ook het hoofdonderwerp van Margôt en mij. Maar toen ik die rookscène moest doen met al die mensen om me heen, en vooral mannen, toen ging ik toch dingen denken als: mijn buik is eigenlijk best dik. En: ik zou hier liever in mijn blote reet staan dan met mijn blote buik. Maar tijdens deze film voelde ik minder schaamte, ook al komt mijn buik niet fijn, voluit, in beeld. Maar ik wil gewoon een pleidooi voor de buik houden. Want die kan het ook niet helpen dat hij als eerste vet wordt. Ik denk dat het troostrijk kan zijn om dat te laten zien, want we krijgen vaak beelden voorgeschoteld waarbij het allemaal weggepoetst is, of waarbij mensen superstrak correctieondergoed dragen.

‘Ik heb in mijn film mijn broek steeds op de vreethaak staan. Waarschijnlijk valt het niemand op, maar ik laat hem bewust open staan, want dat heb ik zelf altijd. Afijn. Dus die schaamte is precies waar ik altijd naartoe wil omdat daar veel materiaal zit. Alles waar mensen zich voor generen, of het nou gaat om stukjes tussen je tanden, uit je mond stinken, scheten laten terwijl je slaapt, snurken, terugtrekkende onderkinnen, hangtieten, vaginale droogte, ik vind het allemaal heerlijke onderwerpen. Wat pijnlijk is en wat grappig, zit dicht bij elkaar. Humor en pijn zijn broertjes van elkaar.’

Vaginale droogte komt inderdaad best prominent langs in je film.

‘Jaaaa. Vaginale droogte, het is een feest. Hé, daar heb je Mo!’

Mo: ‘Hallo.’

Maike: ‘Mo heeft gisteren gedraaid. Hij zit in een nieuwe serie van... eh... zwarte Jopie? Hoe heet het nou Mo?’

Mo: ‘Zwarte Joop, Koning van de Wallen.’

Zit jij net als je oudere broer Thor, die in Arnhem op de toneelschool zit en onder andere in Oogappels speelde, ook op een toneelopleiding?

Mo: ‘Nee, dat heb ik geprobeerd, maar dat was toch niks voor mij. Ik doe nu een acteercursus.’

Maike: ‘WolfQademy heet dat. Daarnaast heeft hij al veel acteerwerk gedaan, zoals de Videoland-serie Bennie, en nu... hoe heet ook alweer het andere dat je gaat doen?’

Mo: ‘Seks in de Vinex.’

Maike: ‘Dat is een nieuwe serie bij RTL. Wij zijn een beetje zo’n gezin.’

Iedereen in het acteursvak.

Maike: ‘Ja.’

Mo: ‘Willen jullie ook een eitje?’

Maike: ‘Nee, schat, ik heb voor straks een lekkere lunch gemaakt. Maar we zijn aan het praten, Mo. Waar hadden we het zonet over?’

Over vaginale droogte.

‘O ja.’ Harde lach. ‘Maar Mo heeft de film gezien, hij zit er zelfs in. Thor ook. Zo gezellig. Maar goed, vaginale droogte is een van de eerste dingen waarvan ik wist: dat móét in de film. Ik wil niet de hele tijd met een waaier zitten, dat beeld van de overgang kennen we wel.’

In de film zegt de gynaecoloog tegen zijn assistent, terwijl jij wijdbeens voor hem ligt: ‘Mevrouw menstrueert al een tijdje niet meer en ze heeft last van een droge vagina. Denzel? Wil jij even toucheren?’ De huisarts in opleiding doceert je: ‘De oudere vagina heeft wat langer de tijd nodig om vochtig te worden.’ Heb jij dat soort situaties in het echt ook meegemaakt?

‘Niet letterlijk, maar wel van die grappige scènes zoals dat ik met mijn gynaecoloog zit te keuvelen terwijl zij me ondertussen aan het toucheren is. Zo gebruik ik van alles uit mijn eigen leven. Wat bijvoorbeeld echt is gebeurd, en wat ook in de film zit, is dat mij werd verteld dat als je je bovenlip van je mond een beetje optrekt, je schaamlippen zich aanspannen. Dat was tijdens een online-training waarvan ik de naam nu even niet weet. Maar daar moet je fors voor betalen, 250 euro of zo. Dat heet een hm-hm orgasme.’

Vallei-orgasme?

‘Ja! Heb jij die training ook gedaan?’

Nee, alleen over gelezen.

‘Hij werd gegeven door eenzelfde goeroe-achtige man als in de film. Zalvend vertelde die hoe je met je bovenlipspieren je vaginale spieren kunt samenspannen en zo je seksualiteit kunt activeren. Ik had er niks aan, maar puur biologisch klopt het wel. Moet je maar eens proberen. Als je op je rug ligt en je doet dit (trekt bovenlip omhoog), dan gebeurt daaronder wel iets. Maar het activeert bij mij verder niks. Ik heb nog net niet mijn laptop door de kamer gesmeten. Ik volgde het omdat ik altijd benieuwd ben naar wat andere vrouwen zoal doen. Alles voor het materiaal, hè? Want van dit soort fysieke ongemakken hou ik heel erg. Dat zat ook in Toren C: het benoemen van dingen die bij iedereen gebeuren, maar waarover we niet praten. Bij mannen gaat die zak ook hangen hè? Zij krijgen ook een dikke buik, en worden kaal.’

Marc vertelde dat je hem naar de sportschool schopt, dat hij geen elektrische fiets van je mag, en dat je veel klaagt over zijn buikje.

‘Haha. Heeft-ie dat gezegd? O, jezus. Maar ik kan dat wel hebben, ja. Hij haat de sportschool zo erg, terwijl ik denk: je moet nu wel iets gaan doen. Dan ben ik echt een bitch. Toch, Mo? Ik ben soms wel streng voor papa, met zijn sportschool. Of vind jij dat wel meevallen? Je mag eerlijk zijn, hè?’

Mo, op zijn telefoon kijkend op de bank terwijl hij zijn ei eet: ‘Ik vind jou niet per se streng, hoor. Het ligt er meer aan dat hij er een pishekel aan heeft. Maar zo erg, dat heb ik nog nooit meegemaakt bij iemand.’

Maike: ‘Mo traint zelf bijna iedere dag.’

Mo: ‘Ik wilde aankomen, omdat ik een beetje ondergewicht had. Dus toen heb ik een online coach genomen. Ik probeer nu wat meer massa te creëren.’

Maike: ‘Wat er hier aan kippen en eieren doorheen gaat! Die hele ijskast puilt uit van de eiwitten.’

Maar ook al is je film een pleidooi voor het omarmen van je lichaam, zo kijk je dus niet naar de buik van je eigen man.

‘Mhm, ja, dat is wel een goede.’ Denkt na. ‘Het is meer dat hij een te hoog cholesterol heeft en dat ik heel oud met hem wil worden. Dat esthetische interesseert me niet zo.’

My body is hell, it left me’, zegt M. tegen een Engelstalige regisseur op een feestje nadat haar buik pontificaal uit haar jurk is gescheurd. Waarop die reageert met: ‘Own your body. You can be the gamechanger.’ Dat is een kantelpunt voor haar. Heb jij ook zo’n own-it-moment gehad?

‘Ehm, even kijken. Do I own it? Ja, ik denk het wel. Er hoeft niets te worden verbeterd aan mij. Ja, mijn gezondheid, please. Maar verder niets. Ik hoef niks te verfraaien. Ik ben er nog. Het geluk wat daarbij hoort, dat is voor mij...’

Ze schiet vol. ‘Sorry.’

De tranen blijven uit haar ogen rollen.

Geëmotioneerd: ‘Mijn own-it-moment was de realisatie: ik ben er nog.’

Wat is er gebeurd?

‘Ik heb kanker gehad. Dat kwam op een best wel ongelukkig moment mijn leven binnenrollen, namelijk op weg naar de eerste lezing van mijn film. Er bleek een tumor op mijn linkernier te zitten.

‘Ik had al best lang buikklachten, laag in mijn onderbuik. De gynaecoloog kon niks vinden. Omdat de klachten aanhielden, deed ze een echo. De volgende ochtend belde ze me terwijl ik op de fiets zat. ‘Er zit iets op je nier’, zei ze, ‘het ziet er niet goed uit en het is 6 centimeter groot.’ Ik was net onderweg om een taart op te halen die ik had besteld voor de eerste meeting. Wie haalt nu die taart?, was mijn eerste gedachte. Ik stapte af, ging op de stoep zitten en de bodem zakte onder me vandaan. Ik heb mijn man gebeld en mijn zoon Thor, die was in de buurt, hij zou namelijk meelezen. We zijn naar café De Ysbreeker gegaan. Ik dacht: dit is het einde, want het is niet goed en het is 6 centimeter en het zit op mijn nier. En toen zei Thor: ‘Doe toch maar die lezing, want wat moet je anders?’ Dus dat hebben we gedaan.’

Heb je het iedereen toen verteld?

‘Ja, ze schrokken zich de pleuris. De man van Beppie Melissen, die mijn moeder speelt, is uroloog. Hij kon me helpen, waardoor ik snel wist dat de tumor kwaadaardig was en weg moest. Maar hij was niet uitgezaaid, dus ik hoefde geen bestraling en chemo.

‘Maar de hele productie moest on hold. Zes weken na de operatie dacht ik: ik kan wel weer aan de slag, maar dat bleek niet zo te zijn. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal hakte die operatie erin. Er komen veel angsten bij kijken. Gelukkig was de hele crew bereid om zes maanden te wachten, dat was hartverwarmend, want ik was er mentaal niet eerder aan toe. Ik was onderuit geschopt. Je denkt toch dat je onoverwinnelijk bent, en ineens besef je hoe kwetsbaar je bent.

‘Uiteindelijk hebben we in het najaar die film gedraaid, en dat is zo ongeveer het leukste geweest wat ik ooit heb gedaan. Iedere draaidag was een feest. We stonden met helikopters op de set, we zijn naar Slovenië gegaan, hebben gedraaid met paarden, met drones, met dertig Sloveense figuranten in middeleeuwse kostuums. Of ik liep in een luier door de stad, of met heel slechte bh’s aan. Want ik wilde dat mijn borsten soms helemaal slap hingen. Daar kon ik helemaal in opgaan.’

Op een gegeven moment plak je in de film een opgevouwen plastic badmat onder je borsten, om ze nog iets van push-up te geven.

‘Dat is ook een scène die ik er per se in wilde. Ik dacht: wat kan ik inmiddels allemaal onder mijn tieten hangen zonder dat het naar beneden valt? Ik had eerst een laptop geprobeerd, maar die bleef niet zitten. Daarna een tandenborstel, tandpasta, dat kon allemaal nog. Maar toen gingen we dus in die badkamer draaien en zag ik een badmat met zuignappen. Dat is geweldig, dacht ik meteen. Ik vind het belangrijk dat we de goede dingen kiezen. Ik plas ook in mijn broek en wil dan precies de stof die zo’n urinevlek het best laat zien.’

Is dat ook een overgangsklacht?

‘Ja, je sluitspieren doen het niet meer goed. Je wordt een soort lekke kraan. In mijn boek schreef ik over de overgang: je bent nog wel nat, maar op de verkeerde momenten.’

Denk je dat mannen ook naar je film durven te komen?

‘Ik denk dat ik hierna nooit meer werk heb, haha. Nee, ik denk dat mannen juist moeten komen, want ze moeten hun vrouw begrijpen. Ik hoop echt dat die kerels komen. Kom mee! En ook jullie zonen. Dan weet je waar je moeder doorheen gaat. En dochters, dan weet je wat je te wachten staat.’

In de film maakt je man een ontwikkeling door van iemand die de overgang niet snapt naar iemand die in zijn speech zegt: ‘Ik weet dat je je daarin soms alleen voelt. Maar ik ben bij je.’ Toen ik Marc sprak, maakte hij zo'n soort ontwikkeling door, maar dan over de kanker. Hij vroeg zich ineens af: laat ik haar eigenlijk niet te veel alleen met haar angst over terugkeer van die ziekte? ‘Op Maike heeft dat nog steeds grote impact’, zei hij, ‘maar voor mij en onze zonen is het voorbij.’ Staat hij daar inderdaad te weinig bij stil?’

‘Het is heel lief dat hij dat ziet, maar ik heb dat nooit zo gevoeld. Ik kan zo goed met hem praten. Hij is mijn beste vriend en vriendin. Maar ik voel wel dat het ontzettend eenzaam is om dit te hebben. Ik zat gisteren in mijn dagboek te kijken, ik kan je wel een stukje voorlezen. Dit was vlak na de operatie, toen was ik naar een balanceles geweest’ (een combinatie van yoga, tai chi en pilates, red.). ‘Vanochtend zei de lerares: Wat is de vraag die je jezelf wilt stellen?Toen dacht ik: ga ik dood? Wat natuurlijk een veel te pregnante vraag is voor hoe zij het bedoelde. Daar moest ik dan wel weer stiekem om lachen. Buiten moest ik huilen, vooral omdat ik zo bang was. Wat een kutziekte is die kanker toch. Sinds ik weet dat ik het zelf heb, heb ik het gevoel dat ik aan de andere kant sta. En daar komt vaak een raar soort kalmte bij kijken die ik me herinner van andere mensen die kanker bleken te hebben. Je komt niet meer bij de heftige emotie die je wel voelt als anderen kanker hebben.

‘Ik las er gisteren in en het kwam zó binnen hoe ik me heb gevoeld. Maar fysiek gaat het goed met me. Ik heb inmiddels twee scans gehad en die waren goed. Over twee weken heb ik er weer een; ik vind het doodeng. Maar ik ben ook een geluksvogel. Bij zo veel mensen loopt het verkeerd af. Dus ik voel zoveel dankbaarheid, bijvoorbeeld naar een verpleegkundige in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis die zelf kanker heeft, ongeneeslijk ziek is, en die mij toespreekt hoe je in het leven moet staan. Dat je positief moet blijven. Dat zijn de dingen die mij zo diep hebben geraakt.’

De tranen rollen weer uit haar ogen.

Geëmotioneerd: ‘Zij zei ook dat die angst en het verdriet om de zoveel tijd terug zullen komen. Dat blijft. Het kan me op de raarste momenten overvallen. En dat voelt eenzaam, want dat moet ik alleen doen. Het besef van eindigheid is er nu ineens. Dat is iets waarmee ik moet leren omgaan, ook met het wantrouwen naar mijn eigen lichaam. Mijn lichaam heeft mij verraden. Als ze het niet hadden ontdekt, was ik er niet meer geweest.’

‘Maar goed, ik ben ook een optimist, een harde werker en een doener. Ik heb huilend van geluk die film gemaakt, hoe bekaf ik soms ook was. Want ik zit in alle scènes. En ik ben ook nog met de fiets gevallen. Ik moest nog zestien draaidagen en had nog een vechtscène voor de boeg waarbij ik moest stoeien op de grond. En ik moest in het water springen. Ik had me een pijn. Gekneusd, zei de arts. Dus ik heb op paracetamol en ibuprofen geleefd; zo hield ik het vol. Daarna had ik weer een scan. Ik lag in die tunnel en dacht: godverdomme, ik hoop maar dat die kutkanker niet is teruggekomen. Een week daarna kreeg ik goed bericht, er was geen uitzaaiing, niks, alles was perfect. ‘Maar’, zei die arts, ‘bent u soms gevallen? We zien namelijk wel zes gebroken ribben.’ Had ik met zes gebroken ribben die halve film nog gedaan. Toen dacht ik: ik ben toch wel een held.’

Marc vertelde dat hij dacht dat je die drive hebt gekregen doordat je telefoon, nadat je cum laude was afgestudeerd aan de toneelschool, doodstil bleef.

‘Ja, toen ik na de toneelschool merkte dat niemand echt op mij zat te wachten, dacht ik: dan ga ik het maar zelf doen. Zo is Toren C ontstaan. Het is ook de reden waarom ik een paar jaar geleden ben gestopt met auditie doen: ik werd het toch nooit. Dan moest ik bijvoorbeeld in de verte over de aardappelvelden staren met een lege blik, en riep de regisseur na een paar tellen: ‘We zijn gestopt. Dit is niet leeg.’ ‘Maar ik denk aan niks.’ ‘Toch ziet het er niet leeg uit. Oké, nog een keer jongens.’ Ze klapt als een filmklapper in haar handen. ‘Dan keek ik op mijn állerleegst, en was het toch weer: ‘Wat zit je nou te doen? Je zit heel veel te spelen. Dat is niet leeg. We zijn weer gestopt.’ Ik ging op een gegeven moment denken: er is iets aan mij waar die camera niet van houdt. Ik kan het niet. Ik ben geen Carice van Houten. Als de camera op haar staat hoeft ze niets te doen. Ze kan denken: ik moet straks mijn vaatwasser leegruimen en je denkt: och wat is die vrouw toch allemaal overkomen. Dat is gewoon een...’

Ze onderbreekt zichzelf: ‘Nee, dit moet ik niet doen, want dan zit ik mezelf weer te bashen, dat is niet goed. Want ik heb ontdekt: ik kan het dus wel. Alleen doordat het na de toneelacademie zo stil bleef en omdat ik het steeds niet werd, dacht ik dat ik het niet kon. Ik had geen vertrouwen meer in mezelf. Maar ik kan het wel heel goed. Ik heb een prijs gekregen als Beste actrice voor mijn rol in een serieuze film van Roxanne Stam, waarin ik echt emotie laat zien.

‘Maar ik ben me ook gaan realiseren dat ik niet alleen actrice ben, maar juist een maker. Ik moet altijd op dat makers-ei zitten. Ik ben gewoon een kip. Ik broed elke keer een ei uit en dan hoop ik dat Mo het niet opeet.’

Je zoon Thor zei dat je niet graag over de toneelschool praat.

‘Nee.’

En dat hij zich afvroeg of het wel zo’n leuke tijd is geweest in Maastricht.

‘Nee, dat was niet zo leuk. Ik vind jonge acteurs van nu zoveel losser dan vroeger, ze lijken elkaar meer te gunnen. Bij mij was het een grote haaienvijver. Ik hield toen al een dagboek bij. Daarin schreef ik bijvoorbeeld dat ik moe was en een leraar zei: ‘Dan moet je een borstmassage krijgen.’ Die gaf hij dan. In mijn dagboek stond: ‘Dinsdag 24 augustus. Hij heeft zijn hand op mijn tiet gelegd, en daarna voelde ik me wel wat beter.’ Pas veel later dacht ik: wat heb ik allemaal goed zitten te vinden? Dat was echt absurd.’

‘Ik heb een pompoensoepje voor je. En ook nog een salade.’

Als ze weer zit: ‘Ik denk dat ik een ingebouwd pantser om me heen had. Ik liet die kerels van de toneelschool niet te dichtbij komen.’

In de film verzacht M. wanneer ze tijdens een retraite een beer visualiseert. Heb jij ook zo’n beer-moment gehad?

‘Dat is letterlijk gebeurd in een stilteretraite die door een vriendin van mij, Veroni, werd gegeven. Ik ben helemaal niet van de retraites, laat staan van stilteretraites, maar ik dacht: misschien levert het me wat op, want ik ben vaak zo chaotisch en actief in mijn hoofd. Ik kon wel wat bezinning gebruiken. In het begin is het strontsaai, maar aan het eind kom je bij iets wat waardevol is. Je moest je iemand voorstellen die tegen jou zegt: ‘Liefje, ik zie je, ik ben er voor je.’ En dat lukte bij mij niet. ‘Ik zie niks’, zei ik, ‘ik heb dat niet.’ Maar op een gegeven moment doemde er toch iets op, en dat was een beer. Een groot, zacht, bruin wezen waar ik tegenaan kon leunen.

‘Dat de beer in mijn visualisatie opdoemde, betekende dat ik mezelf teruggaf dat ik er mag zijn, dat het goed is zoals het is en dat ik altijd op mezelf kan leunen. Dat klinkt een beetje klef. Ik hoop maar niet dat mensen het magazine nu wegsmijten. Maar het is een handreiking aan jezelf, en dat is enorm waardevol als je soms zo wankel kunt zijn als ik. Volgens mij geldt dat voor iedereen: je zoekt soms houvast dat er niet is. En dan zijn dit soort oefeningen heel fijn. Die kan ik elke keer weer doen als ik dat gevoel kwijt ben.’

Ik begreep dat je op het moment van de visualisatie van de beer erg ontroerd raakte.

‘Heel erg. Ik brak echt. Het is een soort grote troost.’ In tranen: ‘Het ontroert nu ook weer omdat het zo raakt aan alles wat er is gebeurd. Soms denk ik: ik ben nog helemaal niet ver in het verwerkingsproces. Ik kan een boodschap doen, een hap uit een perzik nemen, een trein voorbij horen razen, en ineens donder ik in een donker iets.

‘Maar door het beest dan in de bek te kijken, word je sterker, zegt Veroni. Zitten in je ramp, noemt zij het. Ga naar het gevoel waar je bang voor bent. Misschien moet je dan huilen, of word je weer angstig. Want de doodsangst die ik de eerste nacht na de diagnose voelde, was het zwartste wat ik ooit heb meegemaakt. Maar als je dat gevoel doorleeft, merk je dat het langzaam weer opentrekt. En ook dat kan niemand voor me doen, dat is weer dat eenzame. Ik moet het alleen doen, maar wel samen met mijn beer.’

29 april 1967 Geboren in Nijmegen.
1992 Toneelacademie Maastricht, afgerond met de Henriëtte Hustinxprijs voor meest veelbelovende student.
1992-2008 Acteert bij De Paardenkathedraal, Het Nationale Theater, Carver en De Trust.
2008-2020 Toren C.
2009 Lira Scenarioprijs.
2010 Rol in de speelfilm De gelukkige huisvrouw.
2013 Reclamecampagne Jumbo.
2020 Literair debuut Wen er maar aan.
2026 De verfilming van Wen er maar aan is vanaf 8 oktober te zien in de bioscoop.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Fotografie Jouk Oosterhof
Styling Lobke de Dreu (House Of Orange)
Visagie Mathieu Bronckhorst (Frank Agency)
Assistent-fotografie Jinke Offinga
Locatie familie De Jong

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next