Home

Muzikant Beck over beat poets, schrijfwaren, goede pakken, klassiek Franse restaurants, Nick Cave en Los Angeles

Dit weekend brengt hij met Ride Lonesome zijn vijftiende album uit. Zelf zegt de Amerikaanse muzikant Beck daarover: ‘Het duurde even voordat ik de stap zette om mijn trilogie van droefenis te voltooien.’ Volkskrant Magazine spreekt hem in Parijs over zijn favorieten.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Dit weekend brengt hij met Ride Lonesome zijn vijftiende album uit. Zelf zegt de Amerikaanse muzikant Beck daarover: ‘Het duurde even voordat ik de stap zette om mijn trilogie van droefenis te voltooien.’ Volkskrant Magazine spreekt hem in Parijs over zijn favorieten.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Voor iemand zo productief als Beck is een gat van zeven jaar in zijn discografie een eeuwigheid. Zijn laatste album Hyperspace maakte hij met hiphopproducer Pharrell Williams en dateert uit 2019.

Hoewel het Beck Hansen (56) toen persoonlijk bepaald niet voor de wind ging en er een echtscheiding van actrice Marissa Ribisi dreigde, klonk het album bij vlagen luchtig. De springerige beats van Pharrell en de batterij elektronica die Beck had aangeleverd, vormden een pakkende combinatie die hem zelfs een Grammy opleverde.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Maar toen kwam covid en kon ook hij zijn agenda leegvegen. Alleen duurde het in zijn geval wel erg lang voordat hij met nieuwe muziek terugkeerde.

‘Laat ik het zo zeggen’, vertelt hij in het kantoor van de Parijse vestiging van platenmaatschappij Universal, ‘ik had best wat te verwerken en dacht daar misschien te lichtzinnig over. Natuurlijk, die coronajaren waren voor iedereen een obstakel. Maar ik had echt moeite de draad weer op te pikken. Ik stond er eigenlijk alleen voor. Althans, zo voelde dat. Daar gaat dit nieuwe album Ride Lonesome over.’

Echtscheiding, een man na bijna vijftien jaar huwelijk alleen. Een mooi gegeven voor droevige liedjes, maar dat vond Beck wat te gemakkelijk. Hij schreef veel nieuwe muziek de afgelopen tijd om zijn gedachten te verzetten.

‘Ik denk dat ik wel acht albums aan materiaal heb liggen. Die techno-Beck of een Beck die zich in jazz uitleeft: ik kan er zo een plaat mee vullen.’

Toch krijgen we dan weer een wat speelse Beck. Leuk, maar moest hij toch niet proberen deze wat moeizame fase in zijn leven te benoemen?

‘Kijk, ik had al twee keer een plaat gemaakt die een wat meer introspectieve kant van mij liet horen. Sea Change in 2002 en twaalf jaar later Morning Phase. Die albums waren ook middelen om met mezelf in het reine te komen. Misschien moest ik zoiets toch weer proberen.’

Hij luisterde in de covid-jaren, en ook daarna, veel naar Hank Williams en Woody Guthrie. ‘Mannen met het hart op de tong op wie ik al sinds mijn tienerjaren kan terugvallen.’ Ook de platen van klassieke singer-songwriters als Neil Young, Joni Mitchell en Nick Drake gaven hem veel troost en boden ook weer nieuwe inzichten. Een eenvoudig zinnetje als ‘In a total silence I saw you walk away’ in het liedje Failed Words, had hij vroeger niet snel opgeschreven. ‘Gevoelens verborg ik graag achter ironie of beeldspraak. De echt goede singer-songwriters gebruiken een paar woorden. Maar ze klinken alsof ze naast je de waarheid staan te verkondigen. Het duurde even voordat ik zelf de stap zette om mijn trilogie van droefenis te voltooien.’

Want zo ziet hij zijn vijftiende, dit weekend verschenen album Ride Lonesome een beetje. ‘Ik heb de afgelopen jaren echt niet stilgezeten hoor. Ik maakte een liedje met Gorillaz, Paul McCartney vroeg me aan een nummer mee te werken en met The Black Keys nam ik twee jaar geleden zelfs een heel album op, Ohio Players.’

Dat grote, meer persoonlijke werk bleef weliswaar broeien, maar niet meer dan dat. Een weerzien met producer Nigel Godrich (vooral bekend van Radiohead), met wie hij onder meer de albums Mutations (1997) en Sea Change (2002) had gemaakt, maar met wie hij al twintig jaar niet had samengewerkt, legde de kiem voor Ride Lonesome.

‘Ineens zag ik het voor me. Ik wilde met dezelfde mensen als 25 jaar geleden de studio in, en het liefst ook naar dezelfde United Recording Studios in Los Angeles waar ik me altijd het prettigst heb gevoeld.’

De liedjes waren er eigenlijk al. Beck hoefde ze alleen maar even voor te spelen en ze hadden de juiste, melancholieke sound te pakken die het hele album overheerst. De band met onder meer Smokey Hormel en Jason Falkner op gitaar en Joey Waronker op drums voelde meteen aan waar hij heen wilde. Een door akoestische gitaren met het geluid van strijkers versmolten sound, met alle ruimte voor de zielenroerselen van Beck zelf, al dan niet in koorzang met zichzelf en bandleden.

‘In mijn hoofd was ik er misschien een paar jaar mee bezig, uiteindelijk hadden we alles in twee sessies van bij elkaar een week op de band staan. Het had iets vertrouwds, ook de samenwerking met mijn vader (David Campbell, verantwoordelijk voor de strijkersarrangementen, red.) was weer vanzelfsprekend.’

Uitleggen waar de liedjes over gingen, hoefde hij ook niet. ‘De teksten zijn volkomen duidelijk, lijkt me.’ Dat klopt. Meteen in het titelnummer zingt hij: ‘She’s gone and you can’t put your arm around memory.’ In Bleed, een paar liedjes verder, slaat de wanhoop toe: ‘Tonight I am bleeding dry/ Waiting for a reason to bring your love back to life.’ Eigenlijk gaan alle nummers op Ride Lonesome over afscheid van een geliefde, de eenzaamheid die erop volgt en de vraag hoe nu verder. ‘Klassieke thema’s in de popmuziek, waar ik hopelijk toch iets origineels van heb kunnen maken. In ieder geval voelt het voor mij alsof ik me van een zware last heb ontdaan.’

Film: Wings Of Desire (Der Himmel über Berlin) - Wim Wenders (1987)

‘Ik groeide op in een buurt in Los Angeles waar weinig te doen was voor jonge mensen. Vlakbij was een café annex boekwinkeltje waar ik vaak kwam, met ernaast een bioscoop.

‘Een van mijn vrienden runde die bioscoop en liet ons gratis binnen. Ik weet nog dat Wings Of Desire van Wim Wenders daar ging draaien. Ik was een jaar of 17, 18 en precies op de leeftijd dat ik heel ontvankelijk was voor films, boeken en muziek. Veel van wat ik toen tot me nam, draag ik nog altijd als intellectuele bagage mee.

‘Wings Of Desire met Peter Falk en Bruno Ganz maakte een onuitwisbare indruk. De sfeer, Berlijn en het surrealisme. Ik zag de film tientallen keren, want hij bleef wel vier, vijf maanden draaien in die buurtbios. Iedere keer ontdekte ik weer iets nieuws.

‘We konden in het café altijd horen hoe ver de film gevorderd was. Dan zeiden we: over tien minuten is de scène met Nick Cave, en dan liet mijn vriend ons binnen.’

Muziek: Nick Cave & The Bad Seeds

‘Om de hoek bij mij in LA was een oud theater waar, toen ik een jaar of 15 was, Tom Waits optrad. Ik had echt geen cent te makken, maar wat was ik daar toen graag bij geweest.

‘Ik denk weleens: stel je voor dat ik hem toen had gezien, in de tijd dat hij die plaat Rain Dogs (1985) uitbracht. Ik denk echt dat het mijn leven zou hebben veranderd.

‘Een beetje zoals Nick Cave dat deed. Die zag ik wel, met The Bad Seeds in de jaren tachtig. Naast Tom Waits en Bob Dylan was hij een van de weinige toen actuele artiesten waar ik graag naar luisterde voordat ik ook door hiphop werd gegrepen.

‘Door Nick Cave werd ik echt overrompeld. De intensiteit en rauwheid van zijn performance was zo krachtig. Alsof ik James Brown, Elvis Presley en Iggy Pop in één persoon verenigd zag. Het bijzondere aan Cave was dat hij ondanks die vaak furieuze voordracht toch iets gedistingeerds had. Hij bewoog zich met een elegantie die moeilijk te rijmen was met die woede-uitbarstingen in zijn muziek. Dat vond ik iets magisch hebben.’

Muziek: Field recordings van Alan Lomax

‘Ik groeide op bij mijn moeder in een liefdevol gezin. We hadden het best zwaar in LA. Er was nergens geld voor, en mijn leeftijdgenootjes waren vooral bezig met skateboarden of drugs, wat mij allebei weinig boeide.

‘Het liefst hing ik rond in de bibliotheek. Boeken hadden al vroeg mijn interesse, ik las van alles door elkaar. Maar het mooist was mijn ontdekking van de muziekafdeling. Daar stond een geweldige collectie blues- en folkplaten uitgebracht door de Library of Congress.

‘Stokoude bluesopnamen die ik mocht lenen om thuis te draaien en er volledig in te verdwijnen. Vooral prachtig waren die zogeheten ‘field recordings’ van Alan Lomax, die zo rond 1959-1960 met een bandrecorder door het zuiden van de Verenigde Staten trok om daar op de plantages inmiddels al bejaarde blues- en folkzangers op te nemen. Mississippi John Hurt en Fred McDowell leerde ik kennen via de platen van Lomax. Nog altijd vind ik het de mooiste, meest intense muziek die er bestaat. Zo wilde ik ook klinken. Met alleen een akoestische gitaar en een mondharmonica. Puurder dan dit kan muziek niet worden.’

Kunst: Hammer Museum, Los Angeles

‘Had ik meer talent gehad, dan was ik gaan schilderen. Kunst zit een beetje in mijn genen, denk ik. Mijn opa Al Hansen was in de jaren zestig medeoprichter van de Fluxus-beweging. En mijn moeder Bibbe Hansen hing een tijdje rond in de periferie van Andy Warhol. Zelf kan ik aardig tekenen en heb ik me ook weleens uitgeleefd in de collagekunst. Als ik op tournee ben, probeer ik ook altijd een museum mee te pikken. In het Prado in Madrid of Uffizi in Florence ben ik uren zoet. Ik heb een brede smaak. Van de klassieke meesters via Paul Gauguin naar conceptuele kunst van Cy Twombly: ik vind het allemaal prachtig.

‘Maar ik blijf ook graag op de hoogte van hedendaagse kunst, van Doug Aitken bijvoorbeeld, een van de kunstenaars uit LA met wie ik bevriend ben geraakt. Zijn werk is te zien in een van mijn favoriete plekken in de stad, het Hammer Museum. Behalve een museum is het ook een soort cultureel ontmoetingscentrum. Altijd zie ik er wel iets dat me prikkelt.’

Stad: Los Angeles

‘Ik heb een haat-liefdeverhouding met de stad waar ik ben opgegroeid en ook steeds weer naar terugkeer. Ik kan me ontzettend opwinden over het gemak waarmee alles wat mooi is in en aan de stad wordt vernietigd.

‘Echt, ik weet zeker dat als de stad wat beter met zijn architectuur was omgegaan, Los Angeles het Parijs van Amerika had kunnen worden. Nu zie ik het per jaar lelijker worden. Misschien dat ik die vergankelijkheid wil bezweren, in ieder geval ben ik best wel verslaafd geraakt aan oude Hollywoodfilms waarin het door mij zo bewonderde Los Angeles uit de jaren vijftig en zestig nog is terug te zien. Toen Hollywood nog mooie winkels had, in plaats van goedkope souvenirshops, en als het niet was volgeplempt met spuuglelijke hoogbouw.

‘Voor de films van Ernst Lubitsch of een noir-klassieker als The Night Of The Hunter kun je me wakker maken. Dat oude Los Angeles waarvan ik nog net genoeg heb meegekregen om er voorgoed heimwee naar te hebben.’

Dichter: Wanda Coleman

‘Niet alleen films, maar ook boeken vertellen me veel over het oude Los Angeles. Ik was er vroeg bij met de literatuur van John Fante, Joan Didion, Charles Bukowski en Raymond Chandler. Maar mijn belangstelling ging vooral uit naar de beat poets. Ik dichtte zelf ook al wat en daar maakte ik met vriendjes op school een soort krantjes van die we in boekhandels probeerden te verkopen.

‘Daarin werd ik erg gesteund door een mentor, Austin Straus, die me stimuleerde in het schrijven en dichten. Hij was getrouwd met de dichter Wanda Coleman, die echt een naam had in LA. Zij namen me op als een soort zoon en brachten me veel liefde voor poëzie en andere literatuur bij.

‘Van Austin en Wanda hoorde ik voor het eerst over symbolisten als Arthur Rimbaud, waar ik een tijd door geobsedeerd ben geweest. Niemand die mijn teksten vol verwijzingen naar surrealisme en symbolisme begreep, maar ik heb mijn interesse ervoor van dit liefdevolle echtpaar geleerd. Wel ben ik inmiddels, hoop ik, wat begrijpelijker gaan schrijven.’

Kleding: pakken van Nudie Cohn

‘Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de pakken die door Nudie Cohn zijn gemaakt. Van die cowboy suits, ingelegd met strass-steentjes of andere kralen. Ze zijn vooral bekend van Elvis, die er in zijn late jaren in optrad, maar ik associeer ze zelf meer met mijn oude countryhelden als George Jones en Webb Pierce.

‘In de jaren negentig heb ik ze veel gedragen bij optredens, maar ik werd op een gegeven moment moe van al die mensen die steeds zeiden: Beck gaat weer z’n Elvis-act doen. Ik vind het gewoon een mooi pak om in op te treden. Je zegt toch ook niet tegen iedere muzikant die mondharmonica speelt dat-ie een Bob Dylan-act opvoert?

‘Ik heb jaren niet meer zo’n pak gedragen totdat regisseur Wes Anderson me een paar maanden geleden vroeg op te treden in de Hollywood Bowl op een feestelijke avond die ‘The Music of the Films of Wes Anderson’ heette. Hij wilde me graag hebben, maar ik moest er wel een Nudie-pak voor aantrekken. Dat heb ik gedaan en het beviel me weer uitstekend.’

Restaurant: La Belle Époque, Parijs

‘Mijn favoriete restaurants bevinden zich gek genoeg vooral in Mexico-Stad. Ik kom graag bij Máximo, Hugo en Casa Virginia, terwijl ik niet eens zo’n sterke voorkeur voor Mexicaans eten heb. Eigenlijk lust ik alles. Ik ben dol op grote steaks of een flink stuk vis, dus niet geschikt voor het tippen van vegetarische restaurants.

‘Hier in Parijs is het culinair ook genieten hoor, op iedere hoek van de straat is wel een bistro die oké is. De plek waar ik het liefst met de band of crew heenga, is La Belle Époque. Klassieke Franse gerechten die al eeuwen hetzelfde zijn en nooit vervelen. Dezer dagen ga ik er vast nog even langs.’

Kantoorboekhandel: Choosing Keeping, Londen

‘Een eigenaardigheid van mij is dat ik een zwak heb voor kleine kantoorartikelen; opschrijfboekjes, briefpapier en pennen. Het erge is dat kantoorboekhandels die daarin gespecialiseerd zijn steeds meer uit het straatbeeld verdwijnen. In Parijs zie ik ze niet meer. De beste in Londen is Choosing Keeping. Daar vind ik altijd weer wat moois om mee of in te schrijven. Of van dat mooie briefpapier dat ik thuis in mijn Olivetti-schrijfmachine kan draaien. Ook zo’n schrijfgerei waar ik zeer op gesteld ben, die langzaam aan het verdwijnen is. Ik word er sentimenteel van.’

8 juli 1970 Geboren als Bek David Campbell in Los Angeles.
1988 Verlaat vroegtijdig middelbare school en probeert wat te verdienen als straatmuzikant.
1989 Vertrekt naar New York, waar hij aansluiting vindt bij de anti-folkscene.
1993 Terug in Los Angeles brengt hij op het kleine Bong Load-label de single Loser uit in oplage van vijfhonderd stuks.
1994 Loser wordt een hit en Beck wordt door grote labels benaderd voor een platencontract.
1994 Geffen brengt het derde Beck-album Mellow Gold uit.
1996 Album Odelay met hitsingles Where It’s At, Devil’s Haircut en New Pollution.
1998 Album Mutations.
2002 Album Sea Change.
2014 Album Morning Phase dat belangrijkste Grammy wint voor album van het jaar.
2019 Maakt met Pharrell Williams het album Hyperspace.
2026 Ride Lonesome, het vijftiende album van Beck verscheen op 18 september 2026.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next