In Goëngahuizen, meldde de Leeuwarder Courant deze week, staan de wiekenkruizen van de spinnenkopmolen sinds donderdagmiddag in de rouwstand. Molenaar Rudolphus Wagenaar heeft de onderste en bovenste wiek net voorbij het midden stilgezet en het gevlucht naar het westen gericht. Dat betekent dat een leven voorbij is: Henk Kroes, die afgelopen dinsdag overleed, groeide op in Goëngahuizen en woonde lang in Boazum, westelijk van het molendorp in het natte hart van Friesland.
Henk Kroes fietste dwars door de VS, legde de twaalfduizend kilometer van Vladivostok naar Boazum eveneens per fiets af, net als het traject Bolsward-Accra (Ghana). Maar zijn faam dankte hij aan de drie woorden die hij op 2 januari 1997 om 11.17 uur uitsprak als voorzitter van de Elfstedenvereniging: ‘It giet oan.’ Daarmee was de vijftiende Elfstedentocht, twee dagen later, een feit.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Met het nog poëtischere ‘It sil heve’ uit 1986 van Kroes’ voorganger Jan Sipkema groeide ‘It giet oan’ uit tot dé Friese uitdrukking voor niet-Friestalige polyglotten. Lang nadat de laatste Fries met een ‘oant sjen!’ het tijdelijke voor het eeuwige zal hebben verwisseld, zal bij gepaste gelegenheden ‘It giet oan’ nog klinken ten teken dat er iets gaat beginnen, een avondvierdaagse of de Tourstart in Leeuwarden. Maar nooit meer een Elfstedentocht.
Het is tragisch, maar we moeten de feiten onder ogen zien. Nu Henk Kroes na 87 jaar uit de tijd is gestapt, is ook de laatste kans op een Elfstedentocht vervlogen. Tussen die zaken bestaan geheime verbindingen, lijntjes die niemand begrijpt, maar die niettemin van beslissende invloed zijn. Kroes was onze laatste hoop: zo lang hij leefde, kon je ondanks de stijgende temperaturen nog verwachtingen koesteren over een bizar koudefront uit Siberië. Nu niet meer. Zelfs La Niña kan ons niet redden.
Henk Kroes was een man uit de oertijd, toen het in Friesland nog zo hard kon vriezen dat mannen op doorlopers zich met immense ijspegels in hun baard en hemeltergende verwensingen op de tong een weg baanden over het kwalsteriis van de hel van het noorden. Henk Kroes was de laatste die ons verbond met die heroïsche tijd: hij had de Elfstedentocht van 1963 nog gereden. Meer hoef je niet te zeggen. De tocht van 1963 was zo verschrikkelijk dat zelfs mensen die hem op tv hebben gevolgd daarvoor nog altijd onder behandeling zijn. Henk Kroes werd die dag in Franeker van het ijs geplukt, een nooit helemaal geheeld trauma.
Maar alleen het feit dat hij er lijfelijk bij aanwezig was geweest, maakte hem tot de gedroomde voorzitter van de Koninklijke Vereniging de Friesche Elf Steden. Hier was een man die het had meegemaakt, de laatste der ijsvorsten, wiens ledematen de ijzige kou van een andere tijd hadden ondervonden.
Zijn opvolger, Wiebe Wieling, had de lentetocht van 1986 uitgereden. Oké, ook niet mis, maar toch anders. Tijdens zijn 18-jarig bewind kwam er nooit een Elfstedentocht. Wielings opvolger, Jan Bakker, werd 20ste in de tocht van 1997 en is daarmee een pijnlijk symbool van het einde. Hij weet dat hij als foarsitter hooguit nog eens de Elfstedentocht voor bakfietsen mag organiseren.
Na hem zal er een voorzitter aantreden die nooit een Elfstedentocht heeft meegemaakt, voor wie de tocht iets mythisch is geworden, een Fries heldenverhaal voor bij de airco, relict uit ijskoude tijden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant