Een paracetamol of ibuprofen om een pijntje te verlichten neemt bijna iedereen weleens. Maar is zo’n pilletje wel onschuldig?
schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
Een knagende hoofdpijn, een lichte kater of last van je nek na een dag achter het scherm. Sommigen zitten zulk ongemak gewoon uit, anderen grijpen bijna gedachteloos naar een paracetamolletje bij elk pijntje. ‘Sinds pijnstillers niet meer uitsluitend bij de apotheek liggen, maar in elke supermarkt en drogist te vinden zijn, is de drempel om een pil te slikken lager dan ooit’, ziet Marcel Bouvy, hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg aan de Universiteit Utrecht. ‘Vooral bij de jongere generatie is een paracetamolletje snel gepakt.’
Paracetamol en NSAID’s (de afkorting voor niet-steroïde ontstekingsremmers, waaronder ibuprofen en naproxen) zijn laagdrempelige, zonder recept verkrijgbare pijnstillers. Paracetamol beïnvloedt vooral het centrale zenuwstelsel, waardoor pijnprikkels minder krachtig in het brein binnenkomen en de temperatuurregeling bij koorts omlaag gaat. NSAID’s remmen ontstekingen en zwellingen in de weefsels zelf.
‘De exacte mechanismen achter deze pijnstilling weten we niet eens heel precies, zelfs na al die decennia’, zegt Kees Kramers, hoogleraar medicatieveiligheid aan het Radboudumc. ‘Maar het is voor de gebruiker ook niet zo belangrijk om te weten hoe ze werken, het gaat om wat ze doen: ze dempen de pijn. En dat doen ze bij acute klachten tamelijk effectief, met een laag risico op bijwerkingen.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
De Amerikaanse president Donald Trump deed de afgelopen jaren enkele keren stof opwaaien over paracetamol. Hij koppelde paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap ten onrechte aan autisme bij kinderen. Niet veel later verkondigde hij dat hij dagelijks een hoge dosis paracetamol slikt om zijn bloed ‘lekker dun’ te houden.
‘De eerste bewering is onwaar, de tweede is ook onwaar – paracetamol is helemaal geen bloedverdunner – en dagelijks slikken is ook nog eens onverstandig’, zegt Kramers. ‘Bij kortdurend gebruik is paracetamol een veilig middel. Er is helemaal niets op tegen om er af en toe een te nemen bij een ongemak, om je leven wat aangenamer te maken. Daarover moeten we niet te krampachtig of te moralistisch doen: het is juist heel fijn dat we deze middelen hebben.’
Toch is paracetamol niet volledig risicoloos. Het gevaar schuilt vooral in acute of sluipende overdosering. Kramers: ‘Paracetamol wordt in de lever afgebroken. Neem je er te veel op een dag, dan raakt je voorraad ontgiftende stoffen op en kun je je lever onherstelbaar beschadigen. We zien helaas nog geregeld dat mensen ernstig in de problemen komen en zelfs overlijden door te hoge doses.’
Wie zich echter strikt aan de maximale dosering houdt van maximaal vier keer per dag twee tabletten van 500 milligram voor een gezonde volwassene, zit volgens Kramers wat levertoxiciteit betreft veilig.
Het grotere probleem zit in de gewoonte. Wie meerdere dagen per week pijnstillers slikt tegen hoofdpijn, loopt het risico juist méér hoofdpijn te ontwikkelen, waarschuwt Gisela Terwindt, hoogleraar neurologie aan het LUMC en hoofd van het Leidse Hoofdpijncentrum. Zij ziet deze hoofdpijn door te veel gebruik van medicatie dagelijks in de spreekkamer: ‘Je lichaam raakt eraan gewend. Zodra het middel is uitgewerkt, ontstaat opnieuw hoofdpijn omdat je lijf de demping mist. Mensen denken dan dat hun oorspronkelijke kwaal terugkomt en slikken direct weer bij. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin de pijnstiller zélf de aanjager van de pijn wordt.’
Afkicken van zo’n gewoontepatroon is zwaar en vraagt om discipline. Terwindt: ‘Het brein heeft minstens twee tot drie maanden nodig om zichzelf fysiologisch te resetten. Dat betekent een periode van ‘cold turkey’ stoppen, waarin de hoofdpijn waarschijnlijk fors toeneemt. Dat afkicken doe je niet zomaar even tussen het werk en het gezinsleven door; daar is vaak goede begeleiding van een huisarts of hoofdpijnverpleegkundige bij nodig.’
De NSAID’s, de ontstekingsremmende pijnstillers, brengen weer andere risico’s met zich mee. Bouvy waarschuwt voor de gedachte dat ibuprofen of naproxen simpelweg de sterkere varianten van paracetamol zijn: ‘NSAID’s hebben een forser bijwerkingenprofiel. Zo kunnen ze bij langdurig gebruik de bloeddruk verhogen.’
Kramers: ‘Voor het leeuwendeel van de jonge bevolking zijn ze bij kortdurend gebruik veilig, maar ik vind het eigenlijk onbegrijpelijk dat NSAID’s gewoon in de supermarkt en bij de drogist liggen, zonder dat medewerkers daar goede voorlichting over kunnen geven. Zeker zeventigplussers of mensen met hart- en vaatproblemen moeten opletten en deze middelen eigenlijk nooit zonder overleg met een arts innemen.’
‘Een incidentele paracetamol bij een verkoudheid, griep of een plotselinge pijnscheut is een uitstekende en veilige eerste stap’, zegt Terwindt. ‘Maar trek de grens bij maximaal twee dagen per week of acht dagen per maand.’ Kom je structureel boven die frequentie uit, dan loop je een reëel risico op hoofdpijn door te veel medicatie. ‘Het verraderlijke is dat mensen de neiging hebben hun klachten te bagatelliseren; ze denken dat een paracetamolletje geen kwaad kan en modderen maandenlang door, terwijl ze ondertussen dagelijks met hoofdpijn opstaan.’
Ook bij andere aanhoudende klachten lossen klassieke pijnstillers op de lange duur weinig op. Kramers: ‘Bij chronische pijn zijn deze middelen helemaal niet bewezen effectief. Voor acute pijn werken ze goed, maar chronische pijn is biologisch en psychologisch veel complexer.’
Bij frequente hoofdpijn zijn er via de arts veel gerichtere behandelingen mogelijk, zegt Terwindt. ‘Wie structureel de behoefte voelt om naar een stripje te grijpen, kan beter nagaan wat het lichaam eigenlijk probeert te vertellen, en met een arts onderzoeken wat de beste manier is om met die klachten om te gaan. Pijnstillers bestrijden het symptoom, maar nooit de bron van de klachten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant