Historische ideeën over vrouwelijkheid en schoonheid bepalen mede hoe vrouwen de overgang ervaren. Cultuurhistoricus Rina Knoeff pleit ervoor om die periode niet te zeer een medisch probleem te maken.
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Een Franse vrouw die eind negentiende eeuw werd betrapt op diefstal uit een Parijs warenhuis had ‘overduidelijk’ last van de overgang, aldus de arts die het geval beschreef. Haar kleptomanie zou een compensatie zijn voor haar lege en zinloze bestaan na de menopauze. Ook in Nederland en België werden warenhuizen als de V&D en de Bijenkorf in die tijd voornamelijk bestolen door welgestelde vrouwen tussen de 47 en de 57, stelde een luitenant van de Belgische Rijkswacht.
Niemand zal kleptomanie tegenwoordig nog toeschrijven aan de overgang. Toch verdween het verschijnsel pas in de jaren negentig van de twintigste eeuw van een vrij algemeen geaccepteerd lijstje overgangsklachten.
Wanneer is een klacht een probleem? En wie bepaalt dat eigenlijk? Dat is cultuurafhankelijk, stelt Rina Knoeff, hoogleraar gezondheid en geesteswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar boek Wisseljaren, dat op 22 september verschijnt, schetst Knoeff aan de hand van zes veelvoorkomende overgangsklachten – een knipoog naar de vele zelfhulpboeken die in de boekwinkel liggen – hoe de samenleving in de loop der eeuwen over de overgang dacht.
‘Onze cultuur is vrij negatief over de overgang’, zegt Knoeff. Dat helpt volgens haar niet om die periode goed door te komen. Een cultuurhistorische blik werkt relativerend, en kan misschien zelfs de ernst van de klachten verminderen.
Waarom zien we de overgang als iets negatiefs?
‘In de westerse wereld is het beeld van de ouder wordende vrouw van oudsher negatief. De functie van de vrouw was kinderen baren. Zodra ze door de overgang was en niet meer vruchtbaar, was ze niet meer nuttig voor de samenleving. We hebben daardoor een collectieve angst ontwikkeld voor het verlies van schoonheid en vrouwelijkheid.
‘Vrouwen werden gereduceerd tot hun baarmoeder, en later tot hun eierstokken. Dat werkt nog steeds door, en dat zie je nu ook weer terug bij de tradwives, vrouwen die kiezen voor traditionele genderrollen. Bijna niemand heeft het ooit over de positieve kanten van de overgang. Die zijn er ook: geen maandelijkse bloedingen meer, geen premenstrueel syndroom, minder of helemaal geen migraine meer.’
Maar veel vrouwen hebben toch echt last van de overgang?
‘Jazeker, dat ontken ik ook niet. Veel vrouwen hebben serieuze klachten. Maar de betekenis die we daaraan geven, de emoties die erbij horen en de manier waarop we erover praten, worden gekleurd door de cultuur waarin we leven.’
Hoe beïnvloedt cultuur overgangsklachten?
‘De opvlieger is een goed voorbeeld. In de negentiende eeuw kwamen opvliegers vooral voor bij welgestelde en verwende stadse vrouwen. Die deden daar een beetje nuffig over, het was een manier om aandacht te vragen.
‘Plattelandsvrouwen hadden zogenaamd nergens last van; dat paste niet in het romantische beeld dat maatschappelijk van hen bestond. Plattelandsvrouwen waren hardwerkende mensen die een gezond en natuurlijk leven leidden, ze kregen veel kinderen en gaven borstvoeding. Ze waren niet bedorven door de decadente stadse invloeden zoals bals en diners.’
‘Cultuur bepaalt hoeveel aandacht er is voor overgangsklachten. Dat je tijdens de overgang ook anorexia kunt krijgen, zijn we bijvoorbeeld helemaal vergeten. In de negentiende eeuw was daar juist veel aandacht voor. Anorexia sluit niet aan bij het beeld dat we nu hebben van de overgang: het standaardnarratief is dat je er vijf of zes kilo bij krijgt. De schoonheidsidealen van nu schrijven een slank en perfect lichaam voor. Een buikje past daar niet bij, dus daar is veel aandacht voor.
‘Als ergens geen aandacht voor is, blijft het uit beeld. Pas sinds kort vragen psychiaters weer aandacht voor anorexia tijdens de overgang. Het laat zien hoe onze beleving van overgangssymptomen door de tijd heen verandert.’
U pleit voor voorzichtigheid bij het benoemen van de overgang als medisch probleem. Waarom?
‘Omdat de overgang in het verleden vaak tot een medisch probleem gemaakt is dat opgelost moest worden. In de negentiende eeuw was er veel medische aandacht voor de overgang. Dokters experimenteerden met allerlei gevaarlijke behandelingen en operaties. Ze haalden bijvoorbeeld eierstokken weg, want die zouden de oorzaak zijn van lichamelijke en psychische klachten.
‘Gynaecologen gebruikten de overgang om hun nieuwe discipline te vestigen en gingen daarbij soms letterlijk over lijken. Dat heeft de gynaecologie wel verder geholpen, maar het ging over de rug van vrouwen, die vaak helemaal geen baat hadden bij die medicalisering.
‘Vrouwen die zich volgens hun echtgenoten niet gedroegen, kwamen in de negentiende eeuw nogal eens in een gesticht terecht. Tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw kregen vrouwen soms zelfs een lobotomie, waarbij de zenuwbanen van de voorste hersendelen en de rest van het brein werden doorgesneden.
‘In de loop van de twintigste eeuw waren vrouwen de medische aandacht wel zat en zwegen ze over de overgang. Nu bewegen we juist weer richting meer aandacht ervoor. En ook nu is het antwoord van veel vrouwen, en van sommige artsen: méér geneeskunde en méér hormonen. Opnieuw worden vrouwen gereduceerd tot hun biologie, waardoor hun autonomie en vermogen om zelf keuzes te maken in gevaar komen. Er zijn artsen die vinden dat je vanaf je 37ste een menopauzeplan moet maken. Ik ben daar geen voorstander van, want het voedt de angst voor de menopauze.’
Hoe voedt een menopauzeplan de angst voor de overgang?
‘Je kunt je al heel vroeg druk maken over wat je kan overkomen, terwijl je helemaal niet weet of het werkelijk gaat gebeuren. Als je zelfhulpboeken leest, slaat de angst je om het hart over waar je allemaal last van kunt krijgen: opvliegers, botontkalking, heftige emoties, hart- en vaatziekten.
‘Het gevaar bestaat dat die angst overgangsklachten verergert of zelfs creëert. Terwijl de overgang ook een levensfase is waarin er van alles gebeurt: je kinderen gaan waarschijnlijk het huis uit, je krijgt vaak meer verantwoordelijkheden op het werk, je hebt misschien mantelzorg voor je ouders. Dat speelt allemaal mee in hoe je je voelt. De overgang is natuurlijk lichamelijk en hormonaal, maar álle klachten worden teruggevoerd op hormonen.’
Is er een taboe op de overgang?
‘Dat denk ik niet. De overgang is op dit moment overal. Er zijn boeken, talkshows, sociale media. Influencers en BN’ers delen één voor één hun menopauzeverhaal. Het is fijn om te kunnen zeggen dat je iets eens flink uit de taboesfeer gaat halen. Maar ik denk dat het een retorische truc is, waar vaak een verdienmodel achter zit. Tweeduizend jaar geschiedenis laat zien dat er altijd aandacht is geweest voor de overgang. Ook in de tijd van onze moeders en oma’s, en zelfs in de achttiende eeuw, waren er al voorlichtingsboekjes.’
Ondanks al die aandacht neemt hun huisarts vrouwen met overgangsklachten niet serieus, zeggen veel vrouwen.
‘Ja, die verhalen ken ik. Ik had dat zelf ook. Ik had veel last van spieren en gewrichten en wilde een hormoonpleister. Maar mijn huisarts zei: laten we eerst even bloed prikken. Ik voelde me in eerste instantie ook niet serieus genomen. Bleek ik een vitamine D-tekort te hebben. Dat geeft dezelfde klachten als de overgang.
‘Ik weet niet wat er allemaal in de spreekkamer gebeurt, want ik ben daar niet bij. Maar de huisartsen die ik spreek, nemen de overgang serieus.
‘Een bevriende huisarts vertelde dat ze een vrouw met ernstige overgangsklachten zonder problemen hormonen voorschrijft. Maar met een vrouw die om hormonen vraagt omdat haar uiterlijk verandert, gaat ze het gesprek aan. Huisartsen maken vaak mee dat vrouwen met klachten precies weten wat ze willen: hormoonbehandeling. Maar veel huisartsen willen eerst ook andere dingen uitvragen om een breder beeld te krijgen. Vrouwen voelen zich dan niet serieus genomen, maar eigenlijk krijgen ze niet meteen wat ze willen. Dat is iets anders.
‘Laat ik duidelijk zijn: ik ben helemaal niet tegen hormoonbehandelingen. We mogen blij zijn dat die er zijn, en veel vrouwen hebben er baat bij. Het is ook zeker niet iemands eigen schuld als ze last heeft van de overgang. Maar het is een lastige balans tussen voldoende aandacht en onnodig medicaliseren.’
Wat wilt u met uw boek bereiken?
‘Ik schreef Wisseljaren deels uit verwondering. Want ik merkte dat er bij debatavonden veel woede was. Woede over het patriarchaat, woede over de huisarts die je niet serieus neemt. Maar woede is geen behulpzame emotie.
‘Ik denk dat het noodzakelijk is te erkennen dat de overgang ook een culturele kant heeft, zodat we beter kunnen begrijpen waar de negatieve ideeën over de overgang vandaan komen. Want alleen als je dat weet, kun je ermee afrekenen. Misschien helpt dat om de scherpe kantjes eraf te halen en de overgang wat lichter te maken.’
Wisseljaren verschijnt op 22 september bij uitgeverij Balans.
De menopauze is de laatste menstruatie. Die is pas na een jaar met zekerheid vast te stellen. Gemiddeld is de menopauze op 51-jarige leeftijd. De perimenopauze is de periode voorafgaand aan de menopauze, en de postmenopauze is de tijd daarna. Samen heet het de overgang.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant