Home

Het Vaticaan heeft er een concurrent bij: het ‘knok-katholicisme’ van extreemrechts

Het katholicisme staat in het Westen weer volop in de belangstelling. Maar over welk katholicisme praten we eigenlijk? Dat van Maga-katholiek JD Vance of van paus Leo XIV? Twee van de ‘belangrijkste katholieke denkers’ bieden inzicht.

is redacteur van de Volkskrant.

Zeeën, oceanen en lichtjaren – allemaal prima metaforen voor de afstand tussen het werk van Tomáš Halík en dat van Rod Dreher. Maar in boekhandels bedraagt de afstand tussen de letters D en H op de afdeling religie vaak amper een meter.

Behalve dat hun werk op dezelfde plank staat, worden de auteurs op de achterflappen van hun boeken vaak hetzelfde omschreven:

De Tsjech Halík is ‘een van de belangrijkste katholieke denkers van onze tijd’. Dreher, Amerikaan in Hongarije, (officieel inmiddels oosters-orthodox) is ook ‘een van de belangrijkste katholieke denkers van deze tijd’.

Al zes decennia wordt geconstateerd dat het katholicisme in de westerse wereld op zijn retour is, maar deze auteurs zijn verantwoordelijk voor veel nieuwe belangstelling. Beiden categoriseren de huidige tijd als een overgangstijd: een tijd waarin breed wordt ervaren dat moderne maatschappijen tekortschieten.

Beiden weten dat samenlevingen die draaien om eindeloze competitie en consumptie mensen geen goed doen.

Maar dan.

Dogmatiek

De parochie van Tomáš Halík in Praag wordt bezocht door jongeren uit de hele wereld. Zijn lezingen zitten maanden van tevoren al vol. Halík benadrukt daarin vaak zijn probleem met de term ‘katholicisme’: waar een begrip eindigt op ‘isme’ laat dogmatiek zich meestal makkelijk traceren.

Liever spreekt hij van ‘katholiciteit’. Dat zit dichter bij het oorspronkelijke Griekse woord katholikos, ‘het geheel betreffend’.

Halík (Praag, 1948) groeide op onder een atheïstisch regime dat de kerk bestreed. De vervolging van katholieken in het communistische Tsjechoslowakije had onmiskenbare overeenkomsten met die van vroege christenen in het Romeinse Rijk.

Geestelijken die weigerden onder toezicht van de staatsveiligheidsdienst te werken, verdwenen in de plaatselijke goelag. Halík maakte pas als tiener met het geloof kennis, in de boeken van de Britse schrijver Graham Greene, die op zijn 22ste katholiek werd. Diens feilbare en worstelende personages stonden haaks op de statische en onfeilbare helden uit de marxistisch-leninistische propaganda.

Greenes beroemdste boek, The Power and the Glory uit 1940 (Nederlandse titel: Het geschonden geweten), heeft een naamloze hoofdpersoon, ‘de whiskypriester’, die in tijden van antiklerikale terreur in Mexico ook nog worstelt met een alcoholprobleem. Hij is constant op de vlucht, maar hij probeert toch te doen wat hij kan. Halík las het in de tijd dat overlevende priesters uit de Tsjechoslowaakse goelag vrijkwamen.

In gesprekken met hen leerde hij dat geloof het tegenovergestelde is van dictatuur: het draait om naastenliefde en ontzag voor het mysterie. Religie zónder ontzag voor het onkenbare, waarin leiders zichzelf onfeilbaar verklaren en alles vastnagelen met dogma’s, is een vorm van totalitarisme, net als het marxistisch-leninisme of het nationaalsocialisme.

Zo werd Halík tijdens de Praagse Lente katholiek.

De rest is geschiedenis: in augustus 1968 kwamen de Russische tanks, het geloof verdween ondergronds. In 1978 werd Halík in de kelder van een huis in de toenmalige DDR in het geheim tot priester gewijd. Bovengronds werkte hij als psycholoog met verslaafden.

Na de Fluwelen Revolutie in 1989 werd hij adviseur van een goede vriend uit de ondergrondse tijd, de nieuwe Tsjechoslowaakse president Václav Havel. In de decennia erna groeide Halík uit tot een van de invloedrijkste katholieke denkers van deze tijd.

Zijn boeken kwamen uit in 21 talen. In het Nederlands verschijnen jaarlijks nieuwe vertalingen. Een van zijn bekendste titels kwam in 2023 uit als De namiddag van het christendom. De oorspronkelijke ondertitel, ‘De moed om te veranderen’, dekt de inhoud beter dan de Nederlandse, ‘Op weg naar een nieuw tijdperk’.

Van Halík is het inzicht dat grenzen tussen expliciete gelovigheid en expliciet atheïsme in de huidige wereld vervagen. Moderne westerse mensen die zeggen niet meer gelovig te zijn, bedoelen vaak dat ze zich niet meer thuis voelen in 19de-eeuwse institutionele vormen.

Bij ‘zogenaamde ongelovigen’ ziet hij vaak meer geloof dan bij ‘zogenaamde gelovigen’. Sleutelinzicht uit De namiddag van het christendom: ‘Het is de manier waarop iemand leeft die iets vertelt over geloof of ongeloof. Iemands leven zegt meer over geloof dan wat iemand denkt of zegt over God.’

Je hebt mensen die zichzelf niet gelovig noemen maar in wier levens geloof zichtbaar is. Je hebt ook mensen die zichzelf voortdurend als gelovig aanprijzen en zich tijdens kerkdiensten laten filmen. Neem de Russische president Vladimir Poetin of de Amerikaanse president Donald Trump of de Amerikaanse vicepresident James David Vance.

Bastion van christelijke onveranderlijkheid

JD Vance is net als Halík een officiële bekeerling tot het katholicisme. ‘Ik was zonder het te beseffen een streber geworden – zo belust om het spel te winnen dat ik de diepere waarheden was gaan verwaarlozen’, schrijft de vicepresident van de VS – die om door te stoten tot de top bereid was zijn mening over Trump 180 graden te herzien – in Communion – Finding My Way Back to Faith, zijn deze zomer verschenen boek over zijn bekering.

De auteur die in Vance’ kennismaking met het katholicisme een sleutelrol speelde, staat op dezelfde plank als Halík en was jarenlang Vances adviseur en boezemvriend: Rod Dreher.

In de jaren dat Halík overdag in Praag werkte met verslaafden, zocht Dreher (Baton Rouge, 1967) het isolement van zijn tienerkamer in Louisiana. In een familie van mensen die graag de handen uit de mouwen staken gold hij als een zonderling, een kamergeleerde, een boekenwurm. Op zijn kamer lagen de romans van Dostojevski naast de albums van The Talking Heads. New wave, postpunk, artpunk: het was een ontsnapping uit een ruraal, conservatief milieu.

In de jaren na zijn bekering tot het katholicisme, in 1993, ging Dreher zijn liefde voor The Talking Heads anders verklaren: uit een met bandleider David Byrne gedeelde ervaring van vervreemding in de moderne urbane wereld en de leegheid van de consumptiemaatschappij.

In de katholieke kerk herkende hij een bastion van christelijke onveranderlijkheid, een ultieme beschutting tegen de moderne tijd, een traditie met riten die de eeuwen hadden doorstaan. Dreher wordt een voorloper genoemd. In het tweede decennium van de 21ste eeuw begon het katholicisme als ‘bastion tegen verandering’ een nieuwe groep mensen aan te spreken op sociale media. Drehers bekendste boek, The Benedict Option – A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation, komt daar vaak langs.

In dat werk gaat Dreher aan de haal met een door kerkhistorici betwist idee dat de orde der benedictijnen een defensieve oorsprong had: dat Benedictus van Nursia in de vroege 6de eeuw het zuivere geloof en de echte christelijke waarden wilde beschermen tegen een vijandige, onchristelijke omgeving, en zijn volgelingen daarom maande zich terug te trekken in kloosters met dikke muren.

Vijftien eeuwen later staan christenen in de westerse wereld opnieuw bloot aan vijandigheid, weet Dreher: die van de moderne seculiere maatschappij. Veel oude christelijke gemeenschappen zijn geïnfiltreerd door mensen met woke-ideeën.

De ‘benedictijnse optie’ is in de westerse wereld daarom opnieuw relevant geworden: zonder stevige muren en verdedigingslinies zal ‘waar het om draait’ verloren gaan. Op de cover van The Benedict Option zien we een rots met kerkelijke bouwsels boven troebele wateren uitrijzen.

Bekering

Drehers critici stellen dat het contemplatieve benedictijnse kloosterleven toch echt iets anders is dan een ‘patriarchaal knokchristendom’. De Amerikaanse hoogleraar religiewetenschappen Alyssa Maldonado-Estrada herkent in boeken als The Benedict Option een aloude angst voor ‘feminisering van de katholieke kerk’. In de 19de eeuw had je auteurs die vreesden dat mannen ten prooi vielen aan wat ‘neurasthenie’ heette, een kwaal die vermoeidheid, depressie en besluiteloosheid in de hand werkte.

Verzwakte, besluiteloze, ‘onmannelijke’ mannen konden ‘waar het echt om gaat’ niet meer verdedigen.

In veel van die 19de-eeuwse teksten hoef je alleen maar ‘neurastheen’ te vervangen door ‘woke’ om ze actueel te maken.

Maar alle kritiek ten spijt, op sociale media zijn adepten van The Benedict Option zichtbaarder. De laatste jaren etaleerde het ene na het andere ultrarechtse kopstuk een bekering tot het katholicisme online. De Amerikaanse influencer en complotdenker Candace Owens, de vrouw die weet dat Brigitte Macron als man werd geboren, bekeerde zich in 2024. De Nederlandse extreemrechtse influencer Eva Vlaardingerbroek bekeerde zich in 2023. De flamboyante Britse acteur en tv-persoonlijkheid Russell Brand verruilde links activisme voor ultraconservatief christendom en toont zich op sociale media met een rozenkrans in de hand.

Zo kun je doorgaan. Diverse posten die in Donald Trumps eerste termijn werden bekleed door relatief oude evangelische politici, zijn nu in handen van relatief jonge katholieke politici, van JD Vance tot Elise Stefanik en van Marco Rubio tot Karoline Leavitt.

Vance lukte het tijdens zijn drukke vicepresidentschap ook nog een boek te publiceren over hoe hij bij dit geloof uitkwam, al komt een groot deel van de inhoud overeen met een essay over zijn bekering uit 2020. In Communion vertelt Vance over het gevoel van onvervuldheid dat hem bleef vergezellen terwijl hij op zijn weg naar de top alsmaar meer bewondering oogstte. De wereld van ‘liberaal nihilisme’ en ‘materialistisch atheïsme’, constateert hij, lijkt ontworpen om ons bij de ‘grote vragen’ en ‘diepere waarheden’ weg te houden.

De paradox van Communion is dat de auteur voor veel antwoorden op zijn ‘grote vragen’ helemaal niet bij het katholicisme uitkomt. Hij vindt ze thuis, bij de Maga-beweging. De vermoorde Maga-activist Charlie Kirk wordt uitbundig bewierookt, het Vaticaan doet Vance vaak juist snuiven van ergernis.

Vance ontmoette paus Franciscus op Paaszaterdag 2025, een dag voor diens dood. Omdat Franciscus te ziek was voor een onderhoud, kreeg hij kardinaal Pietro Parolin te spreken. Die vroeg Vance om compassie met migranten. In Communion hekelt Vance ‘vaagheid’, ‘clichés’ en ‘afgezaagde gemeenplaatsen’ waarin het Vaticaan uitmunt. Ultraconservatieve Amerikaanse groepen zien het Vaticaan verworden tot een bastion van ‘woke-katholicisme’.

Woke-katholicisme

De man die uitgroeide tot de personificatie van ‘woke-katholicisme’ was de vorige paus, Franciscus. Die koos zijn naam als eerbetoon aan Franciscus van Assisi, de heilige van de eenvoud en de soberheid, de natuur en de dierenliefde, maar bovenal van de bekommernis om de armen, de verdrukten en de uitgestotenen. Na zijn aantreden bezocht deze paus vluchtelingen op het eiland Lampedusa, waste de voeten van gevangenen en nodigde transgender sekswerkers uit voor een audiëntie.

In zijn veelbesproken encycliek Tutti Fratelli (‘Allemaal broeders’) uit 2020 waarschuwt Franciscus tegen nieuwe vormen van racisme, nationalisme en xenofobie. Hij gebruikt de parabel van de barmhartige samaritaan – ‘Een vreemdeling langs de weg’ – voor een oproep tot universele broederlijkheid en naastenliefde.

Het is in het Nieuwe Testament nooit lang zoeken naar passages die zich lenen voor het eigentijdse predicaat ‘woke’. De beroemdste zin uit het evangelie van Matteüs geniet ook bekendheid als de Gulden Regel: ‘Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.’

Katholieke bekeerlingen uit ‘de wokehoek’ zijn op sociale media nauwelijks zichtbaar, in tegenstelling tot de ‘antiwokebekeerlingen’. In augustus bracht de Volkskrant een interview met de uitgesproken linkse dichter, muzikant en journalist Aafke Romeijn, die zich vorig jaar liet dopen. Voor wie zich in de inhoud verdiept, verklaarde zij, wordt het moeilijk ‘om katholiek te zijn én rechtsconservatief of neoliberaal’.

In de VS wordt de sociale rechtvaardigheidstraditie binnen het christendom aangeduid met de van oorsprong protestantse term social gospel. Een van de redenen dat Rod Dreher uitgroeide tot een invloedrijk auteur is dat hij handvatten biedt aan christenen die in de maag zitten met die social gospel, met véél wat letterlijk in het Nieuwe Testament staat.

De belangrijkste traditie die Dreher op de helling zet, is die van de universaliteit van de naastenliefde. Bij Dreher is de universele naastenliefde een bedreiging voor de naastenliefde die echte christelijke gemeenschappen nodig hebben om te overleven: die voor de eigen familie, het eigen dorp, de eigen geloofsgenoten, het eigen volk. Wie vluchtelingen opneemt, laat na zijn ‘eigen mensen’ te beschermen en heeft zijn ‘echte naasten’ dus niet lief. (Ironisch is dat Dreher tot de verkiezingsnederlaag van Viktor Orbán in de Hongaarse hoofdstad Boedapest woonde, op 9.000 kilometer van zijn naasten.)

Met Drehers denktrant kun je à la JD Vance katholicisme combineren met de jacht op migranten. Door onderscheid te maken tussen ‘echte’ naasten en ‘nepnaasten’ worden ‘niet-echte naasten’ vogelvrij. Vance werkt dat in Communion verder uit door ‘globalisme’ te ontmaskeren als bron van alle migratie. De strijd voor sociale rechtvaardigheid begint met het aanpakken van arme migranten waarmee rijke globale elites hun slag slaan. Vance had het graag aan paus Franciscus uitgelegd voor die Lampedusa bezocht.

*

Ondertussen droeg Tomáš Halík zijn boek De namiddag van het christendom aan Franciscus op.

De vorm van het boek ontleende Halík aan het psychoanalytische essay De structuur van de psyche van Carl Jung uit 1931. De ochtend staat bij Jung voor de eerste helft van het leven, waarin mensen zich een plaats veroveren in de wereld. De ochtend van het christendom staat bij Halík voor de verspreiding en de institutionalisering van het geloof.

Het tijdstip waarop de middagzon op zijn hoogst staat is bij Jung de tijd van midlifecrisis, bij Halík die van de crisis van de instituten. Het seksueelmisbruikschandaal vergelijkt hij met de aflatenhandel uit de late middeleeuwen: het was de druppel die de emmer deed overlopen, het toonde aan hoe verrot de instituten waren geworden.

De (na)middag is bij Jung de fase van de wijsheid, de rijpheid en het diepere inzicht. De namiddag van het christendom staat bij Halík voor het ontgroeien van rigide instellingen en het bezinnen op waar het in het geloof echt om gaat.

In een interview met Rik Torfs, de Belgische hoogleraar kerkelijk recht, zei Halík: ‘De kerk was geobsedeerd door seksuele kwesties, door abortus en door anticonceptie. Zo gingen mensen denken: wat zijn katholieken? Mensen die tegen abortus zijn en tegen huwelijken van mensen met hetzelfde geslacht. Tegen, tegen, tegen. Maar waar zijn ze eigenlijk voor?’ Zogenaamde demonstraties vóór families, observeerde Halík, zijn eigenlijk demonstraties tégen rechten voor lhbti-burgers.

‘Tegen’ werd in de beeldvorming zo allesbepalend dat mensen die geen ‘tegen-invulling’ aan dit geloof geven nu vaak verbazing wekken. In Nederland keken veel mensen op toen toenmalig vicepremier Sigrid Kaag over haar katholieke geloof sprak en verklaarde dat het voor háár niet strijdig is met het programma van D66, en dat geloof mensen kan helpen ‘om vanuit hun eigen waarden dingen te veranderen’.

De ‘benedictijnse optie’

In De namiddag van het christendom onderscheidt Halík traditie en traditionalisme: traditie is een rivier die stroomt, traditionalisme een ontkenning van de traditie. The Benedict Option is een pleidooi voor het aan banden leggen van de stroom.

Amerikaanse critici van ‘de benedictijnse optie’ lieten zich door het werk van Halík inspireren voor het munten van een alternatieve optie, namelijk ‘de zacheïaanse optie’.

Zacheüs is de tollenaar die in het Nieuwe Testament in een vijgenboom klimt om Jezus te kunnen zien zonder zich volledig bij de menigte te voegen. Bij Halík staat Zacheüs symbool voor moderne agnosten en zoekenden. Zij zijn nieuwsgierig naar het goddelijke, maar staan afwachtend of op afstand tegenover formele religieuze instellingen.

Kies je voor ‘de benedictijnse optie’, dan ontneem je Zacheüs niet alleen elke kans om iets te zien, dan rukken in mum van tijd knokploegen uit om Zacheüs weg te jagen bij ‘wat beschermd moet worden’. De essentie van traditionalisme, stelt Halík, is dat de vorm de inhoud wordt, ‘de buitenkant wordt aangezien voor de innerlijke bron’. In een echte Halík-zin: ‘De levende stroom is een doorgegeven ervaring van de Geest die telkens opnieuw wordt geïnterpreteerd in een nieuwe tijd.’

Halíks critici maken in hun metaforen óók gebruik van het element water. Halíks ‘levende stroom’ is ‘een verwatering van de christelijke leer’. In een andere vloeibare metafoor: het kind wordt met het badwater weggegooid.

Maar wat is het dat verwatert of wegvloeit?

Katholicisme als merk

In 2024 publiceerde de Amerikaanse onderzoeksjournalist Kathryn Joyce in Vanity Fair het essay ‘Behind the Catholic Right’s Celebrity-Conversion Industrial Complex’.

Ze probeert daarin de vraag te beantwoorden waarom juist het katholicisme aantrekkingskracht uitoefent op radicaalrechtse politici als JD Vance en extreemrechtse influencers als Candace Owens. Ze komt tot de conclusie dat die niet veel bezig zijn met de inhoud van het geloof. Veeleer lijken ze ‘katholicisme’ als een soort ‘merk’ te zien.

Een ‘merk’ dat ze toevoegen aan andere merken die ze hebben omarmd, zoals ‘trumpisme’, ‘poetinisme’, ‘antiwokisme’ en ‘migrantenhaat’.

Wat maakt dit merk aantrekkelijk?

Eén verklaring is dat deze mensen ergens toch een besef hebben dat die andere merken niet verheven zijn, dat het eigenlijk ‘haatmerken’ zijn, en ze daarom op zoek zijn naar een merk waarmee ze ‘de haat naar een hoger plan tillen’. Het eeuwenoude merk ‘katholicisme’ wordt dan een soort sacrale saus waarmee ‘merken uit de onderbuik’ worden overgoten.

Haat tegen migranten of seksuele minderheden is niet zomaar haat als die wordt verbonden met ‘een oude sacrale traditie’. Pleidooien voor het recht van de sterkste krijgen iets quasi verhevens als die worden verbonden met ‘riten die de eeuwen hebben doorstaan’. Communion van JD Vance is, zo bezien, ‘sacralesauskatholicisme’ par excellence.

Wie deze hypothese verder wil onderbouwen, kan aanvoeren dat het katholicisme voor Rod Dreher uiteindelijk slechts een tussenstop is gebleken op zijn reis door het christendom. De man die begon in de methodistische kerk omarmde in de 21ste eeuw het oosters-orthodoxe christendom.

Officieel verliet Dreher de katholieke kerk vanwege het seksueelmisbruikschandaal. Maar voor iemand die op zoek is naar een kerk zonder doofpot, is de oosters-orthodoxe niet de meest logische keuze.

De oosters-orthodoxe kerken kennen, in tegenstelling tot de katholieke kerk, een lange geschiedenis van onderworpenheid aan politieke leiders. De Russisch-orthodoxe kerk sanctioneerde door de eeuwen heen de wreedste maatregelen van de wreedste tsaren. Dat de kerk nu steun geeft aan Poetins oorlog tegen Oekraïne, nota bene een oorlog tegen geloofsgenoten, past in een traditie van submissie.

Lampedusa

Katholiek ultrarechts anticipeerde jaren op het einde van het pontificaat van Franciscus en op een opvolger die wel een politieke bondgenoot zou zijn. Toen die opvolger van Amerikaanse origine bleek, was er euforie op X.

Inmiddels noemen dezelfde mensen op X de eerste Amerikaanse paus ‘anti-Amerikaans’. Rod Dreher noemt zijn pontificaat ‘sentimentalistisch’.

De hekelingen van paus Leo XIV bereikten een piek toen hij deze zomer Trumps uitnodiging voor de viering van het 250-jarig bestaan van de VS afsloeg, en in plaats daarvan vluchtelingen op Lampedusa bezocht.

Dit voorjaar blokkeerde het Vaticaan een lezing van Peter Thiel, de techmiljardair (PayPal, Palantir) die Vance in de politiek lanceerde. Thiel wilde aan de Pauselijke Academie Sint Thomas van Aquino uitleggen dat ‘wokisme’ een ‘instrument van de antichrist’ is. Met Thiel is Vance nog steeds close, met Rod Dreher niet meer. Dreher vertelde in een interview dat hij Vance eind vorig jaar maande afstand te nemen van neonazistische figuren in de Maga-beweging, waarna Vance het contact verbrak.

Het Vaticaan denkt niet in jaren maar in eeuwen, is een veelgebezigde uitspraak. Geen ander instituut op aarde gaat al langer mee en geen ander instituut buigt moeilijker mee met heersende politieke modes en culturele mores. Dus wanneer het Vaticaan wordt aangevallen door wereldleiders die zichzelf christelijk noemen en de paus zich genoodzaakt ziet hen tegen te spreken, zegt dat veel over de tijd waarin we leven.

In de woorden van Nina Chroesjtsjeva, kleindochter van Sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov en hoogleraar internationale betrekkingen in New York: ‘We hebben een punt bereikt waarop paus Leo XIV en het Vaticaan de stem van de rede zijn geworden.’

Vrij naar Tomáš Halík: elk geloof dat zich sterk maakt voor dictatuur is het tegenovergestelde van geloof.

Tomáš Halík: De namiddag van het christendom – Op weg naar een nieuw tijdperk. KokBoekencentrum; 320 pagina’s; € 31,99.

JD Vance: Communion Finding My Way Back to Faith. Harper Collins; 304 pagina’s; € 19,19.

Rod Dreher: The Benedict Option A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation. Sentinel; 304 pagina’s; € 17,79.

Graham Greene: The Power and the Glory. Penguin Classics; 240 pagina; € 14,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next