Home

Waarom is onze klok verdeeld in die rare 12 uren?

De wetenschapsredactie van de Volkskrant beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: wie heeft ooit bedacht dat onze klok 12 uren heeft?

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

De Zwitserse horlogefabrikant Swatch bedacht eind jaren negentig de Swatch Internet Time. Om de tijd op het destijds ontluikende internet aan te geven, deelden de Zwitsers een etmaal op in .beats – met puntje, zonder hoofdletter. Tijdzones gingen overboord en, cruciaal, de tijdrekening werd gedecimaliseerd. Het Zwitserse systeem telde duizend .beats in een dag. Nieuwe Swatch-horloges gaven de tijd in uren en minuten én de ‘internettijd’ in .beats.

Het systeem sloeg nooit aan, maar met hun decimale tijdrekening hadden de Zwitsers wel een punt. Het huidige stelsel – twee keer twaalf keer zestig keer zestig – is niet de meest intuïtieve manier om een etmaal op te delen. Waarom hebben we eigenlijk die rare twaalfcijferige klok, vraagt lezer Dick Eskes zich af. ‘En wie heeft dat allemaal bedacht?’

Om met die laatste vraag te beginnen: het is maar net hoe je kijkt. De verdeling van de dag, dat wil zeggen de periode tussen zonsopkomst en zonsondergang, in twaalf gelijke eenheden wordt toegeschreven aan de oude Egyptenaren, terwijl het twaalftallig stelsel dat ze daarvoor gebruikten al werd gebruikt door de Sumeriërs.

Daar hoort een kanttekening bij: van de Sumeriërs weten we dat ze tot twaalf (en zestig) telden omdat ze als eersten geschreven bronnen nalieten in de vorm van kleitabletten met spijkerschrift. Het is goed mogelijk dat eerdere beschavingen vergelijkbare talstelsels gebruikten. Twaalf en zestig zijn namelijk best logische getallen.

Dat is eenvoudig te illustreren: gebruik je rechterduim om een voor een de kootjes van de overige vingers op je rechterhand te tellen. Drie vingerkootjes keer vier vingers maakt twaalf. Tel daarna met de vinger van je linkerhand het aantal eenheden van twaalf. Eén keer twaalf, twee keer twaalf, en zo door tot vijf keer twaalf.

De twaalfdelige zonlichtdag van de oude Egyptenaren had een belangrijke tekortkoming. In de loop van de seizoenen verandert de daglengte, en dat betekende dat de lengte van wat we nu een uur noemen gedurende het jaar varieerde.

Dat ondervingen de Egyptenaren uiteindelijk door de dag van de equinox (het begin van lente of herfst, als dag en nacht even lang zijn) in twaalf stukken te knippen. Dat equinoctiaal uur werd voortaan de vaste, niet heel handige tijdseenheid.

De Amerikaanse natuurkundige Richard E. Carrigan beschreef in een wetenschappelijk artikel in 1978 historische pogingen om tijdrekening te rationaliseren. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk revolutionair Frankrijk, dat in september 1794 een decimale klok invoerde, met tien uren in een dag, verdeeld in honderd minuten van honderd seconden. Het systeem sloeg nooit aan, al schrijft Carrigan dat het stadhuis van Toulouse datzelfde jaar nog een decimale klok kreeg.

Anderhalf jaar later, in april 1796, keerde Frankrijk terug naar de twaalfurige klok. De bedenker van de decimale klok, politicus en wiskundige Gilbert Romme, werd kort daarna opgepakt en wegens hoogverraad ter dood veroordeeld.

Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next