In Israël wordt opgeroepen om makers van de documentaire over de misdaden van het Israëlische leger te executeren en er wordt gejaagd op hun familieleden. Waarom is de agressie zo groot?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Je zou denken dat Israël vorige week maandag in een nieuwe oorlog verzeild was geraakt. De hoogste man van het leger belegde een spoedbijeenkomst, de media spraken constant over ‘de aanval’ en zowel de regering als de oppositie sprak zich volmondig uit tegen de ‘vijanden van Israël’.
Wat er was gebeurd? Op het filmfestival in Venetië was een documentaire vertoond van twee Israëlische filmmakers over de mogelijke oorlogsmisdaden in Gaza van het Israëlische leger. En ook al had vrijwel niemand in Israël de film gezien, mensen gingen met pek en veren de straat op.
De filmmakers Yuval Abraham en Rachel Szor, die eerder samen met anderen de Oscarwinnende documentaire No Other Land hadden gemaakt, bevinden zich nog steeds in het buitenland, en dus trokken tientallen extremisten naar het huis van hun ouders om ‘de verraders’ te grazen te nemen. ‘Zodra iemand die mensen op straat ziet, moet hij het melden’, zei de extreemrechtse activist Mordechai David woensdag tegen de verzamelde meute. ‘Dat tuig is nergens meer veilig!’
Met graffiti werd duidelijk gemaakt om welk huis het gaat, zodat de buren niet per ongeluk belaagd zouden worden: grote pijlen wijzen naar de woning van de ouders van Szor. ‘Als die lui straks zelf weer voet op Israëlische grond zetten, moeten we hen voor de rechter slepen en executeren’, schreeuwde iemand door een megafoon. ‘Het Israëlische volk moet in het offensief gaan, zodat de volgende verrader weet dat ze niet met ons leger moeten sollen!’
Adi Ronen Argov, een Israëlische traumatherapeut en bekende van de familie Szor, ziet het met afgrijzen aan. ‘Natuurlijk werd er door de makers een stevige reactie verwacht, maar dat de agressie zo groot zou zijn, is een enorme schok’, vertelt ze over de telefoon.
Geweld tegen mensen die zich uitspreken over de misdaden in Gaza is voor Ronen Argov (60) niets nieuws: zij zit zelf achter een Hebreeuwstalige website die alle gedode kinderen een naam en een gezicht geeft en is meerdere malen bedreigd. ‘Als traumatherapeut weet ik dat het een heel logische, menselijke reactie is’, zei ze daar eerder over tegen de Volkskrant. ‘Als je iets absoluut niet wilt zien omdat daardoor jouw eigen angst of zelfs je daden niet meer gerechtvaardigd zijn, probeer je elke confrontatie met je ongelijk weg te duwen. Het kán niet waar zijn; degene die dat beweert, die liegt.’
‘Die fase is voorbij’, zegt Ronen Argov nu. ‘De meeste Israëliërs weten ondertussen wel wat er in Gaza gebeurt. De huidige agressie is een poging om de rechtvaardiging voor het buitensporige geweld overeind te houden: Hamas is begonnen en er wonen geen onschuldige mensen in Gaza. Het Israëlische leger blijft in dat narratief aan de goede kant van de geschiedenis staan: deze soldaten riskeren hun eigen leven om Israël veilig te houden, en daar blijf je dus van af.’
Die houding staat in schril contrast met de buitenwereld, waar begrip voor het recht op zelfverdediging gaandeweg plaatsmaakte voor de afschuw over het genocidale geweld van het Israëlische leger. Op dit moment zijn Israëlische politici aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden, gaan steeds meer landen over tot boycots en groeien de protesten rondom de deelname van Israël bij het Eurovisie Songfestival of sportevenementen.
Die groeiende internationale afkeuring speelt volgens Ronen Argov mee in de buitensporige reactie op de documentaire. ‘Mensen proberen hun kop in het zand te steken, zien zichzelf nog steeds als slachtoffer, en dan komt er een film die een vergrootglas legt op de misdaden van het heilige leger. En nog erger: het is iemand uit eigen kring die de vuile was buiten hangt – die het allemaal nog moeilijker zal maken. Dat vinden zij onvergeeflijk.’
In de documentaire Naza vertellen militairen anoniem hoe gemakkelijk het Israëlische leger burgerdoden accepteerde bij aanvallen op Gaza. Als een Hamas-commandant zich bijvoorbeeld in een gebouw bevindt en je bombardeert het hele gebouw plat, is het doelwit vermoedelijk dood, maar alle andere mensen in het gebouw ook. Dit kon oplopen tot vijfhonderd onschuldige slachtoffers om één verdachte te kunnen liquideren, zegt een soldaat in de film.
Direct nadat de film in Venetië was vertoond, stelde de Israëlische minister van Cultuur al dat het staatsburgerschap van de filmmakers ingetrokken moet worden. Premier Netanyahu deed daar woensdag nog een schepje bovenop en zei dat hij twee nieuwe wetten wil invoeren. ‘De eerste regelt dat het staatsburgerschap van iedereen die soldaten belastert, wordt ingetrokken’, aldus de premier. ‘De tweede zal hen in de portemonnee raken: we vertwintigvoudigen het schadebedrag waarvoor zulke mensen wegens smaad kunnen worden aangeklaagd.’
Netanyahu benadrukte dat hij van iedere politieke partij verwacht dat zij deze voorstellen steunen. ‘En niemand spreekt hem tegen’, zegt Ronen Argov. ‘Ook de zogenoemde linkse partijen niet. Protest over de misdaden van kolonisten op de Westoever is er in die hoek soms wel, maar over Gaza en het leger houd je je mond. Dat heeft ook met de verkiezingen van volgende maand te maken: als een politicus nu partij zou kiezen voor de makers van de documentaire, gaat dat stemmen kosten.’ Ze is even stil. ‘Dat maakt de agressie nog intimiderender’, zegt ze dan. ‘Er is geen enkele stem die roept: stop!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant