Home

Eén Hemingway is genoeg: de ultieme tips voor het perfecte safari-jasje

Het safari-jasje, een jasje met vier opgestikte zakken en twee epauletten op de schouders, had zijn militaire plicht al volbracht toen het dankzij het filmdoek aan een tweede leven begon in de modewereld. Het jasje spant de kroon. De rest mag sober.

Stijlicoon: David Farrar

Het zogeheten khaki drill-uniform dook voor het eerst op bij het Britse leger in India, in 1848. Vervolgens verspreidde het zich door het hele Empire, waarbij het in Zuidoost-Azië van kleur verschoot – in de kleur jungle green viel het minder op.

Het katoenen uniform was geschikter voor warme klimaten dan de wollen uniformen van thuis. Vaste prik: vier opgestikte zakken en twee epauletten op de schouders. Dat was allemaal heel praktisch, maar stiekem ook very stijlvol. Geen wonder dat het jasje makkelijk zijn weg vond naar het witte doek. Toen de Britse acteur David Farrar er in 1955 een aantrok in Escape to Burma, had het uniform zijn militaire plicht al grotendeels volbracht. In Hollywood begon het ondertussen aan een tweede leven.

Waarmee Farrars jasje zich echter onderscheidt van bijvoorbeeld dat van Clark Gable (in de film Mogambo) of Roger Moore (in Moonraker en The Man with the Golden Gun), zijn de korte mouwen. Alsof dat nog niet genoeg is, steken daar ook nog de mouwen van zijn – kaki – overhemd onderuit. Militair misschien wat rommelig, stilistisch recht in de roos.

Sterveling: Jerrel Houtsnee

En waarom werkt het jasje met korte mouwen dan niet bij Jerrel Houtsnee? In de eerste plaats omdat die korte mouwen hier niet in een casual context worden gedragen, maar op een blazer voor de rode loper. De ceintuur heeft hetzelfde probleem: een aardig idee, maar het werkt alleen bij vrijetijdskleding.

En dan is er de pasvorm. Die is er namelijk niet. Het jasje zit te strak rond het middel – zie de plooien – en juist te ruim rond de borst. Daardoor komen de revers naar voren. Een goede coupenaad had dit kunnen voorkomen, maar eigenlijk moet het hele silhouet op de schop. Zie ook de veel te laag geplaatste sluitknoop, die het bovenlichaam van de acteur onnodig leptosoom maakt, en de kraag die niet aansluit in de nek. Dat laatste zien we ook bij het jasje van Jörgen Tjon A Fong (links), die daarmee duidelijk laat zien waarom dit het schildpadeffect wordt genoemd.

Op de catwalk

De behoefte aan een klassiek safari-jasje zal in de huidige herengarderobe misschien niet overweldigend zijn. Toch zijn er elementen van dat jasje die hun weg hebben gevonden naar de catwalk. Allereerst het palet van schutkleuren natuurlijk, die komen we tegen bij onder meer Armani en Balmain. Daarnaast zijn de kenmerkende vier zakken te zien op jasjes van bijvoorbeeld Hermès, terwijl Zegna ons zandkleur én vier zakken geeft. Het exemplaar van Mans is misschien niet meer te herkennen als klassiek safari-jasje, maar die opvallende ceintuur maakt hem in ieder geval heel geschikt voor een urban safari.

Huiswerk

Een safari-jasje hoort relatief ruim te vallen. De vier opgestikte zakken, epauletten en eventueel een ceintuur zorgen al voor genoeg vorm. Trek je het strak om het lichaam, dan verdwijnt juist die nonchalance.

Kies voor natuurlijke kleuren. Khaki, zand, olijf, tabak, ecru en gebroken wit: kleuren die niet toevallig allemaal in de buurt van een safari voorkomen. Felblauw polyester doet dat niet.

Vier zakken, epauletten, grote knopen en een ceintuur zijn visueel al een behoorlijk gezelschap. Houd broek, overhemd en schoenen daarom eenvoudig.

Anders gezegd: het jasje is de verwijzing. Daar hoeven geen cargobroek, tropenlaarzen, halsdoek én pilotenbril bij. Eén Hemingway is voldoende.

Stijlschool is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin Stefanie Bottelier en Arno Kantelberg een actueel modeverschijnsel bespreken, wat moeten we dragen en hoe?

Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next