Home

Dev Summit 2026: waarom legacy volgens Stefan Koopmanschap geen scheldwoord is

Nieuwe software krijgt alle aandacht: budget, planning en lancering. Daarna begint het minder zichtbare werk: zorgen dat ze veilig en bruikbaar blijft. Juist daar gaat het volgens Stefan Koopmanschap vaak mis. Tijdens de Tweakers Developers Summit 2026 spreekt hij over Lifecycle Management: de waarde van up-to-date software. Zijn boodschap: software is geen eenmalige aankoop die je na oplevering kunt vergeten.

Nieuwe software krijgt alle aandacht: budget, planning en lancering. Daarna begint het minder zichtbare werk: zorgen dat ze veilig en bruikbaar blijft. Juist daar gaat het volgens Stefan Koopmanschap vaak mis. Tijdens de Tweakers Developers Summit 2026 spreekt hij over Lifecycle Management: de waarde van up-to-date software. Zijn boodschap: software is geen eenmalige aankoop die je na oplevering kunt vergeten.

Net zoals een architect bij het ontwerp van een gebouw al nadenkt over toekomstig onderhoud, moet ook de architectuur van software ruimte bieden aan updates, nieuwe versies en veranderende omstandigheden. Toch ziet Koopmanschap steeds opnieuw systemen die jarenlang nauwelijks zijn bijgewerkt. Dat raakt niet alleen de techniek, maar ook de veiligheid, prestaties, kosten en uiteindelijk de toekomst van een organisatie. Tijdens zijn talk laat hij zien hoe teams kunnen voorkomen dat een kleine achterstand uitgroeit tot een peperduur reddingsproject.

Koopmanschap is al bijna dertig jaar actief in de softwareontwikkeling. Zijn fascinatie voor computers begon echter nog eerder, thuis in Apeldoorn, waar het gezin een Acorn Electron had.

Zijn vader gaf hem een geprinte handleiding voor BASIC. "Want downloaden was toen nog niet een ding", vertelt hij met een lach. Op iedere computer die daarna in huis kwam, probeerde hij wel iets met code te doen. Aanvankelijk bleef dat bij experimenteren en spelen, maar tijdens zijn opleiding werd het serieuzer. Een collega tijdens een stage zag dat hij websites in HTML bouwde en wees hem op PHP. Daarmee hoefde hij niet langer iedere losse pagina aan te passen wanneer een website veranderde.

Die tip bepaalde voor een belangrijk deel zijn loopbaan. Koopmanschap probeerde verschillende programmeertalen, maar kwam steeds weer bij PHP uit. Zestien jaar geleden begon hij samen met zijn vrouw Marjolein het bedrijf Ingewikkeld. Wat begon met het beschikbaar stellen van PHP-developers, groeide uit tot een bedrijf voor softwareontwikkeling, consultancy, trainingen, advies en interim-leiderschap. Marjolein richt zich meer op communicatie en ontwerp, Stefan vooral op de techniek. Al benadrukt hij dat programmeren óók een creatieve manier van werken is.

Als externe specialist komt Koopmanschap vaak bij bedrijven met een omvangrijke, oudere codebase. In de ontwikkelaarswereld krijgt zulke software al snel het etiket 'legacy'. Dat klinkt meestal niet als een compliment: het suggereert verouderde techniek, ondoorzichtige code en keuzes die een developer van nu nooit zou maken.

"Legacy is altijd wel het deel van je software waar het geld mee verdiend wordt."Koopmanschap kijkt daar anders naar. "Legacy is altijd wel het deel van je software waar het geld mee verdiend wordt." Het is de geschiedenis van een bedrijf én zijn erfenis. Achter de soms rommelige code zitten processen en functionaliteit waarop klanten en medewerkers iedere dag vertrouwen. Dat maakt de software juist bedrijfskritisch.

Hij herkent ook een typisch menselijke reflex bij developers. Oude code is vaak geschreven door iemand anders en wordt daardoor al snel minder goed gevonden dan de eigen oplossing. Of, zoals hij het droog formuleert: "Het is over het algemeen de code die geschreven is door een andere developer, dus dan is het sowieso minder goed dan wanneer je het zelf zou schrijven."

Dat betekent niet dat oude systemen met rust moeten worden gelaten. Juist omdat organisaties ervan afhankelijk zijn, moeten ze voorkomen dat hun belangrijkste software onhandelbaar wordt. Koopmanschap en zijn collega's treffen geregeld applicaties aan waarvan zowel de frontend als de backend vele versies achterloopt. Een groot deel van die achterstand is volgens hem te voorkomen.

Hoe komt het dan dat bijna iedereen het belang van updates begrijpt, maar zoveel organisaties toch achterlopen? Koopmanschap ziet oorzaken aan beide kanten van de vergadertafel.

Bij het management leeft nog te vaak het idee dat software vooral een eenmalige investering is. Er wordt geld vrijgemaakt voor de bouw en na oplevering moet het systeem het vervolgens gewoon blijven doen. "We doen een eenmalige investering in software. En dan blijft het wel draaien. Dat is gewoon niet hoe het werkt.""We doen een eenmalige investering in software. En dan blijft het wel draaien. Dat is gewoon niet hoe het werkt."

Software staat nooit stil. Library's en frameworks verschijnen in nieuwe versies, koppelingen veranderen en beveiligingsproblemen worden ontdekt. Onderhoud moet daarom geen onverwachte tegenvaller zijn, maar een vast onderdeel van de levenscyclus en de begroting.

Developers gaan volgens Koopmanschap evenmin vrijuit. Onderhoud aan bestaande systemen klinkt nu eenmaal minder aantrekkelijk dan iets nieuws bouwen. "Developers hebben heel vaak eigenlijk helemaal geen zin om aan die oude software te werken. Die willen nieuwe dingen bouwen, en het liefst met mooie, shiny, nieuwe technologie."

Zo versterken beide groepen hetzelfde probleem. Het management geeft voorrang aan zichtbare nieuwe functies, developers werken graag met moderne technieken. Het noodzakelijke onderhoud verdwijnt naar de achtergrond, terwijl de technische achterstand blijft groeien.

Volgens Koopmanschap hoeft lifecyclemanagement helemaal niet ingewikkeld te zijn. De basis is juist overzichtelijk: wacht niet jarenlang, maar werk de software regelmatig in kleine stappen bij. "Kleine stapjes is altijd makkelijker dan een hele grote sprong."

Een beperkte update is doorgaans goed te overzien en te testen. Wie meerdere jaren overslaat, krijgt te maken met een stapeling van veranderingen. Dan dreigt vrijwel het volledige softwarepakket op de schop te moeten. Dat kost meer tijd, brengt grotere risico's mee en maakt fouten lastiger te vinden.

Organisaties moeten daarom bewust ruimte inbouwen voor onderhoud, niet alleen wanneer een ernstig lek of een storing zich aandient. Die investering is minder zichtbaar dan een nieuwe functie, maar voorkomt later een veel duurdere en ingewikkeldere migratie.

Koopmanschap zegt het met de nodige zelfspot: organisaties kunnen beter geregeld kleine upgrades uitvoeren, "zodat je dat niet na vijf jaar voor veel geld ineens door een externe moet laten doen, zoals ik."

Hoe teams dat onderhoud organiseren en hoe developers en leidinggevenden elkaar daarbij kunnen helpen, bewaart hij grotendeels voor zijn presentatie. Wel belooft hij concrete handvatten waarmee bezoekers zelf aan de slag kunnen.

Bij verouderde software denken veel mensen als eerste aan beveiligingslekken. Dat is terecht, maar volgens Koopmanschap is security slechts één onderdeel van het verhaal. Een achterhaalde stack kan ook slechter presteren, problemen geven met andere systemen en verhinderen dat developers moderne functies gebruiken.

Bovendien groeit met iedere uitgestelde update de afstand tot de huidige standaard. Ondersteuning voor oude versies kan stoppen en nieuwe medewerkers moeten zich verdiepen in technieken waarmee ze elders nauwelijks nog werken. Zelfs een kleine wijziging kan daardoor steeds meer tijd kosten.

Het besef is bij veel organisaties wel aanwezig. Developers en managers zeggen vrijwel allemaal dat onderhoud belangrijk is, maar zodra ze prioriteiten moeten stellen, wint het nieuwe meestal van wat al bestaat. Koopmanschap ziet het als zijn taak om die vanzelfsprekendheid te doorbreken. "Het houdt mij al heel lang van de straat", grapt hij.

Ook kunstmatige intelligentie komt ter sprake. Koopmanschap noemt zichzelf "een fervent en zeer vocaal tegenstander van AI". Zijn belangrijkste bezwaren zijn ethisch van aard: hij wijst onder meer op energie- en watergebruik, grondstoffen en andere verborgen kosten. Tegelijkertijd ontkent hij niet dat de technologie krachtig is.

Koopmanschap noemt zichzelf "een fervent en zeer vocaal tegenstander van AI"Binnen softwarebeveiliging ziet hij een nieuwe wedloop ontstaan. AI kan worden ingezet om sneller zwakke plekken in code te zoeken. Dat biedt kansen voor beheerders van opensourcesoftware, maar dezelfde snelheid kan ook worden gebruikt om kwetsbaarheden uit te buiten. Daardoor wordt het volgens hem alleen maar belangrijker om systemen tijdig te patchen en niet vele versies achter te blijven.

Zelf probeert hij AI waar mogelijk te vermijden. "Ik zie echt wel de kracht van AI. Alleen heb ik heel veel problemen met de ethische bezwaren op dit moment." Hij ziet dus wat de techniek kan, maar vindt dat de maatschappelijke rekening te gemakkelijk buiten beeld blijft.

De platen van The Chemical Brothers en muziekapparatuur achter Koopmanschap verraden nog een andere kant van hem. Hij is vrijwilliger bij Concertzender en maakt zelf elektronische muziek, ooit begonnen met FastTracker 2 en inmiddels met een flinke verzameling hardware.

Zijn eigen werk beweegt tussen house, techno, intelligent dance music (IDM), ambient, noise en experiment. "Ik probeer niet te veel in één hokje te denken. Ik vind het leuk om allerlei verschillende dingen te doen." De overeenkomst met softwareontwikkeling is snel gevonden: beide vragen om technische kennis, nieuwsgierigheid en creativiteit. Soms is het nodig om de regels te kennen. Soms ontstaat juist iets interessants door ermee te spelen."Ik probeer niet te veel in één hokje te denken. Ik vind het leuk om allerlei verschillende dingen te doen."

Tijd voor muziek moet hij bewust reserveren. Soms blokkeert hij er simpelweg een hele dag voor. Dat lijkt verrassend veel op zijn advies over softwareonderhoud: wacht niet tot iets volledig vastloopt, maar maak er bewust tijd voor.

Met Lifecycle Management: de waarde van up-to-date software richt Koopmanschap zich nadrukkelijk niet alleen op developers. Ook techleads, managers en andere mensen die beslissen over tijd, budget en prioriteiten kunnen volgens hem veel aan de sessie hebben. Software duurzaam onderhouden lukt immers alleen wanneer de techniek en de organisatie dezelfde urgentie voelen. Hij laat zien welke risico's achterstallig onderhoud opleveren en hoe organisaties dure inhaalslagen voorkomen. Zijn boodschap: bedrijfskritische software vraagt blijvend onderhoud, liefst in kleine en beheersbare stappen.

Ben je enthousiast geworden naar aanleiding van het verhaal van Stefan?Koop dan hier een kaartje nu de tickets nog beschikbaar zijn. Meer informatie over het programma, workshops en sprekers vind je op de aparte Dev Summit-website. We zien je eind oktober!

Source: Tweakers.net

Previous

Next