Home

Op de Haagse Markt: Piet is misschien wel oudste kraamhouder, dit is zijn geheim om fit te blijven - Omroep West

DEN HAAG - Een dorp binnen de stad, met zijn eigen mores en bewoners van verschillende pluimage. Sommigen staan al generaties lang op de Haagse Markt, anderen komen net kijken. Piet van 't Hof (86) zou zo maar eens de oudste kunnen zijn.

Een begrip is het: De Haags Markt, al 88 jaar op dezelfde locatie (Herman Costerstraat). Het is de grootste onoverdekte markt van Nederland en een van de grootste van Europa. De ruim vijfhonderd kramen bieden werk aan meer dan duizend mensen. Wie zijn de gezichten achter de kramen? Dit is een verhaal in onze serie Op De Haagse Markt.

'We staan al meer dan dertig jaar op de Haagse Markt, dat is het geheim. Dan blijf je fit. Als ik niet meer in het ritme zit, dan is het klaar.'

Piet van 't Hof, met zijn 86 jaar misschien wel de oudste kraamhouder op de markt, denkt wel te weten hoe het komt dat hij nog zo goed van lijf en leden is én er ook nog zo uitziet.

'Veel klagen en elke ochtend twee bruine boterhammen met boter en suiker', is volgens zijn zoon Peter (60) het recept. Het klopt wel dat zijn vader daar elke ochtend mee ontbijt, zo beaamt senior. Die boterhammen worden verdiend met de verkoop van verf.

'Dat zie je verder nergens, daarom verdienen we er een boterham mee.' Ze begonnen hun handel ooit met 'bezemschoon opleveren'. 'Dat je de spullen uit het huis haalt als mensen overleden zijn en die spullen verkochten we dan', vertelt Peter.

'Wat we hadden verkocht, ging naar de Belastingdienst en de rest naar de rommelmarkt', vult Piet lachend als een boer met kiespijn aan.

Hun carrière op de markt begon in Rotterdam. Waar hun vader stond met 'lorren'. 'Hij was een lorrenboer, die ging met een kar langs de deuren om kleding op te halen en die verkocht hij dan weer op de markt.'

In Rotterdam dus. 'We moesten daar op een zeker moment naar een andere plek. Een rotplek, dus zijn we naar Den Haag gegaan.' Daar werd ook verf verkocht.

Toen er nog geen vaste kramen waren op de Haagse Markt, moest de verf elke keer in- en uitgeladen worden. 'Dat was te zwaar, daarom zijn we ook lichtere dingen gaan verkopen', vertelt Peter.

Hij staat samen met zijn vrouw in de kraam naast die van zijn vader, met rugzakken, portemonnees en allerlei andere spullen. Sowieso wed je beter niet op één paard, vindt Peter. 'Ze staan met alles, behalve eten', roept de kraamhouder van de overkant behulpzaam.

De verf waar vader Piet mee staat, zijn potten en blikjes die een kleiner of groter deukje hebben. Ze staan keurig in het gelid in de kraam.

'Met de verf is niks mis', zegt Piet. 'Deze handel stopt wel, want de locatie van het bedrijf waar we deze blikken halen, gaat dicht en weg uit Nederland. Zoals alles weggaat uit Nederland', moppert hij.

Zoon Peter belde lang geleden een keer op goed geluk naar de grote Nederlandse verfproducent. 'Ik vroeg of we de schade en retouren konden opkopen en ik mocht meteen komen.' Een gouden greep.

'Nu verhuist dat naar België. Dat is te ver voor ons, mijn vader is wel 86, hè.' Vader zelf maakt zich nog niet zo'n zorgen. 'Er staat nog wel voor een jaar of drie, vier, vijf in de loodsen. Dan ben ik 90.'

Nu staat hij nog vier de dagen in de week op de markt en twee dagen rommelt hij in de loods. Als Piet stopt met werken, houdt het helemaal op, zo verwacht hij.

'Als ik niet meer in het ritme zit, dan is het klaar. Niet dat ik bang ben om dood te gaan, helemaal niet. Wat ik achterlaat, is voor hunnie', zegt hij met een glimlach terwijl hij naar zoon en schoondochter wijst. 'Ik wil wel geld, hè', reageert Peter. 'geen verf'.

Meer verhalen uit onze serie 'Op de Haagse Markt' lees je hier

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next