Home

Door de grote stroom toeristen ‘slibben de aderen van Amsterdam dicht’. Wat valt daaraan te doen?

Massatoerisme Met bijna 24 miljoen toeristenovernachtingen per jaar neemt de druk op de hoofdstad toe. Toeristen blijven Amsterdam bezoeken, onder inwoners groeit de weerstand en de gemeente krijgt het massatoerisme maar niet onder controle. „Amsterdam is net Disneyland, maar dan zonder goed management.”

Argentijnen Nicolás Sadonio (33), Agustín Biassi (32) en Nicolás Silva (33) in Amsterdam.

De drie Argentijnse jeugdvrienden Nicolás Sadonio (33), Agustín Biassi (32) en Nicolás Silva (33) gaan „waar de wind ze brengt”, zegt Sadonio zodra de drie toeristen hun hostel op de Nieuwendijk verlaten. Maar eerst op de foto met een Amsterdamse gracht, zeggen ze tegen elkaar. Het wordt, na een korte wandeling, de Corsgenbrug. Daarna blaast de wind de drie Argentijnen regelrecht de toeristenfuik in.

Met Argentijnse maté in de hand lopen de drie vrienden in de richting van de Westerkerk, dan naar het Anne Frankhuis waar ze snel op de foto gaan met het naambordje en vervolgens weer terug naar het centrum. Alles waar het woord ‘weed‘ op staat, trekt hun aandacht. Bij een winkel waar stroopwafels met allerlei toppings worden gemaakt, gaan de Argentijnen naar binnen. ”Qué rico”, zegt Biassi.

Sadonio, Biassi en Silva zijn in de stad voor „de vrijheid”, zegt Silva. De vrienden zijn op doortocht door Europa en deden op sociale media inspiratie op voor hun reis naar Amsterdam. Ze willen meerdere wandeltours doen, „on the boat” door de grachten en terug naar het Anne Frankhuis om het te bezoeken. Ze willen paddo’s eten in het Vondelpark. En naar de coffeeshop.

In 2025 vond een recordaantal van 23,7 miljoen toeristische overnachtingen plaats in de hoofdstad, nog naast de 21,9 miljoen dagbezoeken. De cijfers betreffen niet het totale aantal toeristen, maar het zijn records die de komende jaren opnieuw zullen worden gebroken, zo blijkt uit de prognose van onderzoeksinstituut O&S van de gemeente Amsterdam. Zo worden in 2028 tussen de 25 en 29,4 miljoen toeristenovernachtingen en tussen de 21,7 en 23,6 miljoen dagbezoeken verwacht.

De almaar groeiende toeristenstroom is een bron van frustratie onder Amsterdammers. Bijna een op de vijf Amsterdammers mijdt de binnenstad vanwege onder andere toerisme, en bijna twee derde is van mening dat buitenlandse toeristen te nadrukkelijk aanwezig zijn, zo blijkt uit de Binnenstadsenquête 2024 van I&O. In 2020 tekenden dertigduizend Amsterdammers een petitie tegen massatoerisme. Daarna nam de gemeenteraad een verordening (’toerisme in balans’) aan, met daarin de belofte dat het aantal toeristische overnachtingen niet meer boven de twintig miljoen mag uitkomen. Als dat niet lukt, moet de gemeenteraad volgens de verordening maatregelen nemen.

Toch krijgt het Amsterdamse college het maar niet voor elkaar om de jaarlijkse bezoekersaantallen onder die grens te krijgen, de cijfers blijven stijgen. De gemeente ondernam de afgelopen jaren meerdere pogingen, zoals het spreiden van toeristen, langetermijnvisies of het recente plan om toeristenbelasting drastisch te verhogen. Maar burgemeester Femke Halsema zei vorige week tegen stadszender AT5 dat het „buitengewoon lastig” is om „grip” op de bezoekersaantallen te krijgen. De „belangrijkste knoppen waaraan je kunt draaien” liggen volgens Halsema „buiten de stad”, zoals goedkope vluchten en de invloed van bedrijven als Airbnb. Er lopen vanuit het college gespreken met het Rijk over dit soort onderwerpen.

Het burgerinitiatief achter de petitie tegen massatoerisme, Amsterdam heeft een Keuze, neemt geen genoegen met het beleid van het gemeentebestuur. In een nog lopende zaak hoopt het initiatief af te dwingen dat de gemeente meer maatregelen neemt.

Maar wat valt er aan overtoerisme te doen, en hoe hebben de bezoekersaantallen zo kunnen oplopen?

Drie vrienden uit Argentinië bezoeken Amsterdam.

Drie vrienden uit Argentinië bezoeken Amsterdam.

Binnenstad is ‘haperend hart’

De explosieve toerismegroei in Amsterdam is een ontwikkeling van de afgelopen decennia, zo zegt Jan van der Borg, hoogleraar toerisme aan de KU Leuven en de Universiteit van Venetië. Volgens hem begon de groei in de jaren negentig van de vorige eeuw, in navolging van andere steden als Barcelona, Praag en Venetië. Toen werd toerisme gezien als een manier om een economische impuls te geven aan de stad en het land. Schiphol werd uitgebreid, er kwam meer ruimte voor grootschalige evenementen zoals Amsterdam Pride en Amsterdam Dance Event (allebei vanaf 1996) en het imago van de stad werd opgepoetst door middel van fanatieke citymarketing – wat vanaf 2004 bijvoorbeeld vorm kreeg met de beruchte ‘I Amsterdam’-letters op het Museumplein. Die kwamen later overigens symbool te staan voor het overtoerisme en moesten weg.

Het promotiebeleid sloeg aan. Waar in 1990 nog geen twee miljoen hotelgasten per jaar in de hoofdstad verbleven, was dat aantal in 2000 al verdubbeld. Die stijgende lijn werd verder opgestuwd na de financiële crisis van 2008, waar de gemeente onder het credo Amsterdam Topstad veel meer hotelvergunningen ging verlenen en zodoende inzette op toerisme als economische reddingsboei. Ook de komst van sociale media en de verworven UNESCO-werelderfgoedstatus van de Amsterdamse grachtengordel in 2010 zetten Amsterdam nog nadrukkelijker op de kaart als populaire bestemming.

Volgens hoogleraar Van der Borg was die keuze voor een „toeristisch verdienmodel” een „standaardoplossing voor de stedelijke economische misère”. Toerisme hééft ook economische voordelen, en het hoort bij een „dynamische en robuuste” stad als Amsterdam, zegt Van der Borg. De stad „kan bovendien best een stootje hebben”. Maar, zegt hij ook, „Amsterdam heeft toerisme en de effecten daarvan lang onderschat”. „Een stad kan ‘korte pijn’ lijden met grote evenementen zoals een marathon, maar de ‘lange pijn’, waarbij de stad continu onder druk staat door het toeristische verdienmodel, is funest voor de stad en de stedelijke samenleving”, aldus Van der Borg.

Naar de effecten van massatoerisme op de hoofdstad en het dagelijks leven van Amsterdammers doet Fenne Pinkster, stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam, al zo’n tien jaar onderzoek. Volgens haar is de afgelopen jaren in toenemende mate sprake van een „uitholling van de binnenstad”, waarbij de „functie van de stad voor inwoners door marktmechanismen veel meer onder druk is komen te staan”. Lokale voorzieningen zoals bakkers of specialistische winkels met bijvoorbeeld muziekinstrumenten verdwijnen door stijgende huurprijzen en worden vervangen door internationale ketens of winkels met „badeendjes of stroopwafels”.

De functie van de binnenstad is steeds meer in het teken komen te staan van toeristen die simpelweg meer uitgeven dan lokale bewoners. Het is voor inwoners steeds lastiger om bijvoorbeeld het Anne Frankhuis te bezoeken omdat de tickets door reisbureaus worden opgekocht, aldus Pinkster.

De Amsterdamse binnenstad is volgens Pinkster daarom net een „haperend hart”. „De binnenstad zou het symbolisch en kloppend hart van de stad moeten zijn, dat inwoners met elkaar en met de stad verbindt”, zegt ze. „Maar door de toenemende drukte door toerisme, verschraling van het winkelaanbod en stijgende woningmarktprijzen slibben de aderen van de binnenstad dicht.”

Er is sprake van een „disbalans” tussen inwoners en toeristen, zegt Pinkster. Anders dan in Berlijn, Parijs en Londen is de historische binnenstad van Amsterdam een „postzegel”, waarbij het stadscentrum van tachtigduizend inwoners jaarlijks 22 miljoen toeristen te verwerken krijgt. Die zorgen voor „opstoppingen, lange rijen op onhandige plekken en veel rotzooi”.

Toeristenbelasting als ‘oorlogskas’

Maar valt daar ook wat aan te doen? Volgens econoom Jasper van Dijk, voorzitter van burgerinitiatief Amsterdam heeft een Keuze, wel. ”Je kunt op twee manieren bijsturen: minder slaapplaatsen, maar ook terugdringen van hoe vol de hotels worden.” Om dat mogelijk te maken, pleitte het burgerinitiatief voor onder meer een hogere toeristenbelasting, waarmee de stad onaantrekkelijker voor toeristen moet worden en het minder rendabel wordt om een hotel uit te baten, aldus Van Dijk.

Aan die wens werd gehoor gegeven: in het Amsterdams coalitieakkoord van afgelopen juni is vastgelegd dat de toeristenbelasting stapsgewijs wordt verhoogd van het huidige 12,5 procent naar 20 procent in 2031. Die 12,5 procent is al het hoogste tarief van Europa. Wie in 2031 een hotelkamer van 100 euro boekt, zal daar ruim 40 euro aan toeristenbelasting en btw bij moeten betalen.

De maatregel stuit ook op kritiek. Zo maakt de Koninklijke Horeca Nederland zich zorgen over de „forse lastenverzwaring” en de gevolgen voor de horecabranche, en poogt het de besluitvorming „waar mogelijk” te beïnvloeden. Ook toerismehoogleraar Jan van der Borg heeft kritiek op de maatregel. Zo slapen volgens hem veel toeristen ook buiten de stad. „Met een toeristentaks op hotelovernachtingen raak je de bestbetalende en bestgedragende bezoeker, in plaats van de bezoeker die de meeste overlast en kosten oplevert”, aldus Van der Borg.

Uit onderzoek blijkt dat een toeristenbelasting van 25 procent 3,5 miljoen toeristenovernachtingen minder zou opleveren, alsmede 250 miljoen euro aan extra inkomsten. Met dat extra geld zou volgens Van Dijk een „oorlogskas” gefinancierd kunnen worden „om de effecten van overtoerisme aan te pakken”. Daarmee doelt hij op het financieren van rechtszaken om vergunningen van hotels terug te draaien en het terug- of opkopen van panden om lokale voorzieningen te behouden, door deze bijvoorbeeld te verhuren aan „de bakker op de hoek”. Het idee van een ’toerismepot’, gevuld met een deel van de toeristenbelasting of vrijwillige bijdrage, staat ook in een rapport dat Hogeschool Inholland en de gemeente woensdag publiceerden.

‘Amsterdam is net Disneyland’

Toch ziet toerismehoogleraar Van der Borg eerder heil in andere maatregelen. „De vervuiler moet betalen”, vindt hij, en dat zijn in zijn ogen vooral de dagjesmensen die een aantal uur in de stad verblijven en de meeste overlast veroorzaken. Die toeristen moeten volgens hem, zoals in Venetië, toeristenbelasting in de vorm van een dagpas betalen, die door stewards in de stad wordt gecontroleerd.

Ook kan Amsterdam het een en ander leren van pretparken. „Amsterdam is net Disneyland, maar dan zonder goed management.” In Disneyland wordt „spreiding in tijd en ruimte” volgens Van der Borg goed uitgevoerd door middel van toegangspassen, tijdsloten en wachtrijen, waardoor grote druktes zoveel als mogelijk worden vermeden.

Volgens stadsgeograaf Pinkster moet de stad „radicale keuzes” maken. De gemeente zou volgens haar lokale voorzieningen moeten beschermen tegen de markt door ze voorrang te geven of te subsidiëren. Maar, zegt ze, er ligt ook een belangrijke rol weggelegd voor Amsterdammers zelf. „Uiteindelijk moeten wij als stad het centrum ook samen dragen, wat betekent dat we lokale winkels moeten blijven ondersteunen en van de binnenstad gebruik blijven maken”, aldus Pinkster.

De Amsterdamse wethouder Melanie van der Horst (D66), verantwoordelijk voor het toeristenbeleid in de stad, laat in een schriftelijke reactie weten dat de „aanhoudende groei van het aantal bezoekers steeds meer druk legt op de leefbaarheid” van met name de binnenstad. Door onder meer beperkingen op vakantieverhuur en de hotelstop die eind 2024 is ingesteld, waardoor er geen nieuwe hotels en nieuwe bedden meer bijkomen, hoopt de wethouder „die groei te begrenzen en de balans met het dagelijks leven van Amsterdammers te herstellen”.

Een hogere toeristenbelasting houdt de drie vrienden niet weg.

‘Onderdeel van het probleem’

De Argentijnse toeristen Sadonio, Biassi en Silva maakt het gevoerde beleid niet uit, zeggen ze tijdens hun tweede Spaanstalige wandeltour. Ze verblijven in een hostel waar de prijs relatief laag is, ze proberen zich zo netjes mogelijk te gedragen en hadden Amsterdam hoe dan ook bezocht, zeggen ze. Voor de Condomerie in de Warmoesstraat, de eerste condoomwinkel ter wereld, houdt de groep halt.

Sadonio heeft het thuis ook lastig met toeristen, vertelt hij, want hij woont sinds een paar jaar in Barcelona. „Toerisme levert de stad veel geld op”, zegt hij, „maar de geheimen van de stad zijn geen geheimen meer, de lokale inwoners trekken het centrum uit en het wordt voor hen steeds onleefbaarder”. Maar ja, zegt Sadonio, ”nu ben ik in Amsterdam ook onderdeel van het probleem”.

Of de drie ook een onderdeel van de oplossing kunnen zijn, daar zijn ze kort over. Silva vindt de stad weliswaar „heel vol” en snapt „de irritatie” van Amsterdammers, maar hij wil zich er niet door laten weerhouden om mooie steden te bezoeken. Ook een hogere toeristenbelasting houdt ze niet weg, zegt Sadonio. „Als ik in een weekend 500 euro uitgeef, maakt die 30 euro extra me ook niet uit.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Toerisme

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next