Familievoorstelling In Sjostakovitsj’ satirische operette Cherry Town lopen een woningcrisis, liefdesperikelen en corruptie door elkaar. De Nationale Opera brengt het stuk deze maand als familievoorstelling met hiphopdans, met rennen, springen en vallen – ook door de zangers. „Het wordt echt heel fysiek.”
Bariton Michael Wilmering speelt de rol van Boris in Cherry Town.
„Wil jij eens kijken of je uit die wasmachine kan kruipen?” zegt regisseur Jakop Ahlbom tegen een sopraan uit het Koor van de Nationale Opera (DNO). Op het toneel kijken we binnen in een vervallen flatgebouw. Een oventje, een schilderij, een wc-pot: ze geven het ondiepe decor iets huiselijks. Maar wonen wil je liever niet in deze aftandse appartementjes. Verf bladdert van de deuren, wanden missen tegeltjes, elektriciteitskabels hangen los. De boel is klaar voor de sloop. Onder een elektronische soundscape van ritmische boor- en klopgeluiden zetten acht dansers van ISH Dance Collective de moker in de muren. Ondertussen spuwt het decor koorzangers uit. Met verhuisdozen en kamerplanten in de handen kijken ze een beetje verdwaasd naar hun voormalige thuis. De wasmachine blijkt uiteindelijk toch te krap.
Op een maandagmiddag eind september zijn de toneelrepetities voor de operette Cherry Town van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) in volle gang. Vooral het operakoor, dat vorige maand door het tijdschrift Opernwelt werd uitgeroepen tot Koor van het Jaar 2026, heeft vandaag veel te doen. Op het repetitieschema staan twee scènes waarin zij een prominente rol spelen, plus een changement met enorme decordelen die uit elkaar schuiven. Af en toe klinkt vanuit het midden van de zaal een „Oké, stop”. Daar houden regisseur Ahlbom en zijn artistieke kompaan, choreograaf Marco Gerris van ISH Dance Collective, het gekrioel op het podium in de gaten. „Slower, slooower, sloooooower”, willen ze de bewegingen in een slowmotionscène. „Te langzaam kun je nooit zijn, alleen te snel.” Ook een moment waarop de koorleden opstaan om te gaan zingen, luistert nauw: „Anticipeer, maar niet te veel.” Het moet er natuurlijk uitzien.
„Het is niet vaak dat ik met zoveel mensen tegelijk op het toneel werk”, vertelt Ahlbom na afloop in de foyer. Eerder regisseerde de theatermaker twee opera’s bij de Deutsche Oper Berlin. In zijn DNO-debuut Cherry Town doen twintig koorleden, acht solisten en acht dansers mee. In de scènes die vanmiddag worden gerepeteerd staat het gros van hen samen op het podium. „Met twee mensen op het toneel is de focus duidelijk. Met veel mensen moet je de focus op meerdere niveaus plaatsen. Een groepje hier, een groepje daar. Wanneer moet die figuur gaan lopen? En die ander? En hoe komen ze dan daar ergens uit? Hoe omvangrijker het wordt, hoe complexer. Dat maakt het spannend om te coördineren, maar ook leuk. Het is een grote puzzel.”
Regisseur Jakop Ahlbom geeft aanwijzingen tijdens de repetitie van operette Cherry Town.
Mocht je bij de naam Sjostakovitsj en het genre operette denken: huh? Dat is niet zo gek. De Russische componist staat vooral bekend om zijn serieuze opera’s en symfonieën, muziek die wordt geassocieerd met de spanningen van het leven onder het Sovjetregime. Maar de componist waagde zich eind jaren vijftig ook aan een operette (en daarna nooit weer), waarin hij zich van zijn lichte, dansante kant toont: Moskou, Tsjerjomoesjki. De titel verwijst naar de echt bestaande wijk Tsjerjomoesjki, genoemd naar de kersenbomen die er massaal werden aangeplant. De wijk werd in het Moskou van Chroesjtsjov gebouwd om gezinnen uit overvolle gemeenschappelijke woningen een eigen appartement te bieden.
Onder de titel van de latere verfilming, Cherry Town, is deze operette deze maand vijf keer als familievoorstelling te zien in Amsterdam. Het is een sitcom-achtig verhaal over mensen die een appartement proberen te bemachtigen in de nieuwe wijk. Terwijl liefdesperikelen zich ontvouwen, krijgen ze ook te maken met bureaucraten die het niet zo nauw nemen met de regels. Een nieuw appartement blijkt ineens te zijn ‘verdwenen’. Corruptie? Aan deze zaak zit een stevig luchtje.
Ah, daar zul je ‘m net hebben: projectontwikkelaar Fayke Noos (spreek uit als: fake news). Met zijn gladde zonnebril en jas met wapperende panden paradeert hij, gespeeld door bariton Thomas Oliemans, over het toneel. Een schare koorzangers drentelt met bewonderende blikken achter hem aan. Gloednieuwe betonnen flats zullen hier verrijzen: de stad van de toekomst is hier. „A castle of dreams that will soon be fulfilled / A great and more glorious city”, belooft Noos.
In deze DNO-versie zijn de Russische zangteksten vervangen door de Engelse vertaling van de Britse regisseur en librettist Sir David Pountney. En in plaats van Moskou speelt het verhaal zich af in de fictieve stad Metro. Al verraadt een überherkenbare gele straatvuilnisbak en een retro bushaltebordje in het decor een Nederlandse knipoog. Ook de tijd is naar het heden verschoven: „You’ll get a brand-new flat. Fully automated, wi-fi, climate friendly and all that”, zingt het koor. Met de setting in een stad die overal ter wereld zou kunnen zijn, ziet Ahlbom het als een modern sprookje. „Ik wilde het verhaal niet aan één specifieke plek verbinden, maar er een universeel verhaal van maken waar iedereen zich mee kan identificeren. Dat zou niet gaan als je de focus expliciet op Moskou en Rusland legt.”
De wooncrisis zet de levens van de Metro-bewoners in beweging en maakt de voorstelling hyperactueel in Nederland anno 2026. Maar voor kinderen – de voorstelling is voor 10+ – ligt het thema woningnood niet per se dicht bij hun belevingswereld. Daarom draait Cherry Town voor Ahlbom nog meer om onderliggende aspecten als machtsmisbruik en eerlijkheid. „Er wordt iets kapotgemaakt en er wordt iets nieuws gebouwd. Een nieuwe toekomst is de belofte. Maar wordt die belofte wel waargemaakt? En wordt die wel eerlijk verdeeld naar iedereen? Of wordt er misbruik gemaakt van de situatie door iemand die zijn positie inzet voor zijn eigen welvaart? Doen wat je hebt belooft, of niet: ik denk dat daar een universeel spanningsveld zit waar iedereen, jong en oud, iets in kan herkennen.”
In de orkestbak vertolkt een pianist in z’n eentje het Nederlands Philharmonisch Orkest. Het is verdraaid vrolijke walsmuziek. Wel een tikkeltje anders dan het luchtige gezwier waar Oostenrijkse operettekoningen Franz Léhar en Johann Strauss jr. in grossierden. Een wals bij Sjostakovitsj heeft meer zwaartekracht, zeker als straks de lage koperblazers aantreden. Ook de strijkers dragen bij aan dat gewicht, legt dirigent Bassem Akiki uit. „Standaard – en makkelijker om te spelen – bewegen strijkers hun stok in het walsritme op en neer: neer-op-op, neer-op-op. In veel van Sjostakovitsj’ walsen spelen de strijkers op elke tel met een neerwaartse streek. Daardoor klinkt zo’n wals veel zwaarder.” Het geeft walsen van Sjostakovitsj en andere Oost-Europese componisten een sinistere, onderhuidse spanning, vindt Akiki.
Leòn Ali Çifteci (in het wit) als Babble, tijdens de repetities.
Repetitie van de operette ‘Cherry Town’.
Oktober is Sjostakovitsj-maand voor Akiki. Later deze maand dirigeert hij bij het Royal Scottish National Orchestra ook de Zevende symfonie ‘Leningrad’, de muziek die in de Tweede Wereldoorlog tijdens het beleg van Leningrad via luidsprekers over de stad werd verspreid, als teken van verzet tegen de Duitse troepen. De operette van Sjostakovitsj kende Akiki aanvankelijk nog niet. „Toen ik de partituur voor het eerst opensloeg, dacht ik: jeetje, wat een walsen en polka’s allemaal. Mooi hoor, maar dit is toch niet de Sjostakovitsj die ik ken?” Maar wie beter luistert, hoort volgens Akiki dezelfde componist aan het werk, en vindt eenzelfde gelaagdheid als in zijn symfonieën.
Want Cherry Town mag aan de oppervlakte vrolijke dansmelodieën rondstrooien, daaronder schuilt voor Akiki een sinistere onderlaag. Vooral de vele muzikale herhalingen zorgen daarvoor. „Voor mij roepen die herhalingen op hoe een samenleving steeds weer wordt voorgehouden wat een goed leven is. Elke samenleving kent zulke verhalen: het Sovjetideaal, de Amerikaanse droom, de Europese droom.” Herhalen, herhalen, herhalen. Totdat mensen het gaan geloven, zelfs al is het een leugen. Dat hoor ik terug in de muziek: steeds dezelfde melodie, in dezelfde toonsoort, met dezelfde instrumentatie. Op een gegeven moment laat Sjostakovitsj een polka wel vijf keer opnieuw opstarten.”
Choreograaf Marco Gerris maakt met Cherry Town ook zijn DNO-debuut. Maar in het operagebouw is hij kind aan huis: de ISH Dance Collective-oprichter, die vorig jaar de Johannes Vermeerprijs won, maakte meerdere voorstellingen met Het Nationaal Ballet. Bij Cherry Town is hij betrokken omdat de vele gesproken dialogen zijn geschrapt en zijn vervangen door dans en beweging. „Soms wordt het verhaal letterlijk verteld. Bij de huisuitzetting zie je bewoners met hun verhuisdozen lopen. In andere gevallen draait het om gevoel, bijvoorbeeld iemand die verdrietig is omdat hij zijn huis niet meer in kan. Dat gevoel kan ik vertalen in dans.”
Hiphop en opera lijken werelden die niet verder van elkaar af kunnen staan. „Zulke kritiek hoor ik al 26 jaar”, lacht Gerris, die in zijn voorstellingen vaker verschillende disciplines vermengt. „Hoe harder mensen dat roepen, hoe leuker ik het vind om te bewijzen dat het wel kan. Let’s go, challenge accepted. Opera en breaking [een dansstijl uit de hiphop, red.] kunnen allebei heel krachtig én heel broos en intiem zijn. Als je die werelden in vol ornaat samenbrengt, kan dat mensen echt raken.” In sommige scènes zullen de dansers all-out gaan, vertelt hij. „Rennen, springen, vallen; het wordt echt heel fysiek. En soms doen de solozangers ook mee in de choreografie. Dan wordt het één grote blur van wie nou wie is.”
Dat vraagt van de operazangers een grotere fysieke inspanning dan ze gewend zijn. Een van hen is bariton Michael Wilmering. Vanmiddag is hij te herkennen aan zijn blitse rode chauffeurspet: hij speelt Boris, chauffeur van de projectontwikkelaar en verliefd op een van de Cherry Town-bewoners. „Normaal gesproken kom ik op, ga ik aan een bureau zitten, en schrijf ik bijvoorbeeld een brief terwijl ik mijn aria zing.” In Cherry Town danst Wilmering mee, springt hij op een keukenblad, en er is sprake van een koprol – om maar wat te noemen. „In deze grote zaal moet je erop blijven letten dat je klank maakt. Als je te veel in de actie opgaat, horen mensen je niet meer zingen. Je moet steeds voelen: waar geef ik energie en waar iets minder? De eerste keer dat je iets fysieks doet, ben je helemaal buiten adem. Maar doe je het tien keer, dan went je lichaam eraan.”
De operazangers blijken gretig om mee te bewegen en dansen, merkt Gerris. „Wat ik bijzonder vond in dit proces, is dat ze allemaal best wel kunnen bewegen. En ze willen zo graag. Er was geen enkele strijd van: ‘Oh nee, dit wil ik niet of dit kan ik niet.’ Ik push ze uiteraard; dat is mijn skatersmentaliteit. Dan zie je dat mensen zelf verrast zijn door wat ze eigenlijk allemaal kunnen.” Wilmering laat zich maar wat graag fysiek uitdagen: „Als operazangers zitten we in ons eentje op te warmen in onze kleedkamer. Die hiphoppers doen dat samen: vooraf planken, tot wel tien minuten. En achteraf doen ze push-ups. Ik heb het hele repetitieproces met ze meegedaan. Zo kom je echt in een fysieke vibe, heerlijk is dat. Laten we maar kijken wat mijn limits zijn.”
De Nationale Opera: Cherry Town, met het Nederlands Philharmonisch o.l.v. Bassem Akiki. 8 t/m 20 oktober, NO&B Amsterdam. Info: www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2026-2027/cherry-town
Repetitie operette Cherry Town.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie