Scholierenprotesten De Franse regering probeert de angel uit de scholierenprotesten te halen en komt met een actieplan. De actiebereidheid bleek donderdag al veel minder dan eerder deze week. Maar het debat over het harde politieoptreden gaat door.
Politieagenten spuiten pepperspray naar studenten die in Parijs woensdag de straat op gingen in protest.
De Franse politie heeft de laatste dagen „niet disproportioneel” opgetreden tegen scholieren en studenten die protesteren voor beter onderwijs. Tot dat oordeel komt regeringswoordvoerder Maud Bregeon in een gesprek donderdag op radiozender FranceInfo. De ordepolitie heeft volgens haar „voortreffelijk werk” verricht door „goederen en mensen te beschermen”.
Bij aanvaringen tussen de politie en de jongeren zijn sinds eind september 715 agenten en 200 scholieren gewond geraakt. Er zijn meer dan zesduizend mensen aangehouden. De Franse regering spreekt van een golf van „stedelijk geweld”.
Niettemin heeft minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nunez woensdag laten weten tijdelijk het gebruik van een specifiek type flitsgranaat bij de scholierendemonstraties op te schorten. In de noordelijke stad Lens raakte maandag een scholier van vijftien jaar oud zijn linkerhand kwijt nadat de politie zo’n granaat – bedoeld om met een immense knal menigtes uiteen te drijven – had afgeschoten.
Op videobeelden is te zien dat de jongen vooroverbuigt en de granaat lijkt te willen oppakken als het ding tot ontploffing komt. Uit „voorzorg”, maar ook om „de gemoederen te bedaren”, is de politie dit middel tijdelijk afgenomen, zei Bregeon. „Totdat precies duidelijk is wat er is gebeurd.”
De afgerukte hand was niet het enige zware incident als gevolg van het politieoptreden. Op 30 september raakte in Tours een scholier van zestien jaar oud een oog kwijt toen de politie een rubberkogel afvuurde. Een veertienjarige liep in Saint-Ouen-l’Aumône (even buiten Parijs) een dubbele kaakbreuk toen een agent van dichtbij een flitsgranaat afschoot.
In Marseille wordt een agent onderzocht die in zijn ijver de weg vrij te krijgen zo hard op een jongen van zeventien inbeukte dat zijn hoofdhuid op zes plaatsen gehecht moest worden. In totaal achttien zaken waarbij extreem geweld zou zijn gebruikt, zijn overgedragen aan de toezichthouder op de Franse politie IGPN, laat het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken desgevraagd weten.
De discussie over de wijze waarop de Franse politie de orde probeert te handhaven roept herinneringen op aan eerdere massademonstraties. Ook tijdens het verzet van ‘gele hesjes’, die in 2018 maandenlang tegen president Emmanuel Macron en hoge brandstofprijzen protesteerden, vielen bijna tweeduizend gewonden. De beladen term „politiegeweld”, die tot die tijd vooral in de vaak onrustige voorsteden werd gebruikt, is sindsdien inzet van menig protest.
Anders dan in veel andere Europese landen is in Frankrijk in de doctrine voor ordehandhaving geen plek voor de-escalerend contact tussen politie en organisatoren van de demonstratie. Zodra de wet wordt overtreden (een vuilnisbak die in brand gaat, een steen die gegooid wordt) beginnen meestal de charges. Een petitie van een groep ouders met daarin de oproep om omstreden munitie voor ordehandhaving te verbieden, heeft al meer dan tachtigduizend handtekeningen gekregen.
„Je zou denken dat de leeftijd van demonstranten effect heeft op het soort techniek dat gebruikt wordt, maar de methodes voor ordehandhaving die gebruikt worden, verschillen niet fundamenteel van strategieën die op andere moment worden toegepast”, concludeerde socioloog Cédric Moreau de Bellaing, specialist op het gebied van politieoptreden, donderdag in Le Monde.
Handhaving van openbare orde draait volgens hem om het idee dat „een bepaalde mate van wanorde” getolereerd moet worden om nóg meer wanorde te voorkomen. „Die tolerantie lijkt de afgelopen jaren te zijn afgenomen. Een optreden is geslaagd als ongeregeldheden tot een minimum beperkt zijn. […] Dat vergroot de kans op geweld bij interventies.”
Twee dagen na de grote landelijke actiedag, die dinsdag in heel Frankrijk zeker een kwart miljoen mensen de straat op bracht, probeert de regering van Sébastien Lecornu intussen het initiatief terug te pakken. Donderdag werd volgens het ministerie van Onderwijs op nog maar 157 van de totaal 3.700 Franse lycées (de bovenbouw van het voortgezet onderwijs) actiegevoerd. Alleen in de grote steden Parijs, Lyon en Marseille werd gehoor gegeven aan de oproep weer massaal de straat op te gaan. Elders werd gewoon lesgegeven, soms via video.
In een onverwachte televisietoespraak toonde Lecornu woensdagavond begrip voor de „angsten” van een generatie die „opgroeide tijdens de coronapandemie”. De politiek moet „hun vertrouwen terugwinnen”, zei hij, en dat begint met luisteren. In de eerste plaats via een onlineplatform waarop scholieren hun grieven over scholen kwijt kunnen. Daar zijn al veertigduizend bijdragen binnengekomen, zei hij.
Minister van Onderwijs Édouard Geffray, die donderdag zelf in gesprek was met leerlingen in Reims, liet weten dat „in de komende uren of dagen” een „noodplan” komt om het lerarentekort aan te pakken.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie