André Nollkaemper en Ineke Sluiter | KNAW Druk vanuit de politiek en intimidatie op sociale media zorgen ervoor dat wetenschappers zich minder vrij voelen. „Je ziet nu de normalisering van een bepaalde minachting van universiteiten.”
Ineke Sluiter en André Nollkaemper, voorzitters van de KNAW-commissies die advies uitbrengen over de Nederlandse academische vrijheid.
De academische vrijheid is in Nederland niet afdoende beschermd en moet worden vastgelegd in de Grondwet. Ook de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek moet worden aangescherpt. Universiteiten en hogescholen zouden een landelijke gedragscode moeten opstellen met een heldere uitwerking van academische vrijheid voor de praktijk van onderwijs en onderzoek.
Dat stelt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in een vandaag uitgebracht advies aan minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66). Volgens de KNAW is in Nederland de academische vrijheid – de vrijheid om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te verzorgen – onvoldoende wettelijk verankerd om het hoofd te bieden aan tal van „kwetsbaarheden en bedreigingen”.
Een tweede advies van de KNAW behandelt de academische vrijheid en vrije meningsuiting van wetenschappers en studenten. Dat roept politici op terughoudend te zijn met uitlatingen over actuele controverses aan universiteiten of hogescholen. Wetenschappers moeten zich vanuit hun expertise kunnen blijven uitspreken over maatschappelijke kwesties.
Opname in een grondwetsartikel zou academische vrijheid beschermen tegen wisselende politieke verhoudingen, aldus de KNAW. Een ‘hybride’ (passieve en actieve) grondwettelijke formulering zou kunnen luiden: „De academische vrijheid wordt geëerbiedigd en bevorderd.” In de bestaande Wet op het hoger onderwijs uit 1992 staat nu alleen dat „de academische vrijheid in acht [wordt] genomen”.
NRC sprak de voorzitters van beide KNAW-commissies, de jurist André Nollkaemper en classicus Ineke Sluiter.
Nollkaemper: „Het is een combinatie van factoren. In de rapporten die dat vaststellen zie je bijvoorbeeld dat veiligheid op de campus een rol speelt. Dat heeft te maken met de Gaza-protesten van de afgelopen jaren. Maar ook met de ruimte die onderzoekers en studenten voelen om zich te uiten en deel te nemen aan debatten. Daarnaast zijn er politieke kwesties over gastsprekers met extremistische ideeën, kennisveiligheid en samenwerking met bepaalde landen.”
Sluiter: „Intimidatie en bedreiging van wetenschappers zijn op sociale media toegenomen, dat kan er ook toe leiden dat mensen zich minder graag uitspreken of deelnemen aan het maatschappelijk debat. Terwijl ze dat als wetenschappers juist wel zouden moeten doen, naar onze overtuiging.”
Nollkaemper: „Op universiteiten leeft zeker het idee dat de vrijheid om onderzoek te doen stevig wordt beperkt, door de rol van financiers als de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, Europese beurzen en de groei van contractonderzoek. Wetenschappers moeten voortdurend de markt op om te shoppen voor onderzoeksgeld. Als je dat optelt bij die eerdere zorgen begrijp je best dat wetenschappers vinden dat de vrije ruimte heel klein begint te worden.”
Sluiter: „Daar liggen ook politieke keuzes onder. Welk onderzoek en welk gebied vinden we urgent, welke niet? Nu zie je het met Defensie. Je kunt erop rekenen dat de groeiende betrokkenheid van de wetenschap bij het ministerie van Defensie de volgende linie wordt voor discussie en protest aan de universiteiten.”
Nollkaemper: „Ja, zeker op de langere termijn is politieke druk een groot risico. Het Amerika van Trump is natuurlijk ver weg, maar toch. Kijk naar Hongarije, waar een universiteit door de staat werd weggejaagd. Ons voorstel om de academische vrijheid op te nemen in de Grondwet moet je in dat licht zien. Het moet bescherming bieden tegen wisselende politieke meerderheden en politieke druk.”
Sluiter: „Dat gaat ook over normen. Je ziet nu de normalisering van een bepaalde minachting van universiteiten, ook vanuit de politiek. Argwaan zaaien, generalisaties over wat er daar allemaal zou gebeuren. Ook dat ondermijnt het vertrouwen in de wetenschap. Zo ver als in de VS gaat het niet, maar ook hier putten de politieke flanken uit het handboek dat daar wordt gevolgd. Dat moet je niet normaliseren.”
Sluiter: „Dat heeft niet zoveel zin, daarvoor is de trend te breed. Waar het ons om gaat is dat politici zich bewust worden van hun rol en verantwoordelijkheid in ons democratische bestel. We pleiten voor de ‘moed van de terughoudendheid’. Nu springen politici boven op elk incident aan een universiteit, vandaar al die Kamervragen. Dat valt ze niet kwalijk te nemen, ze mogen dat allemaal zeggen. Maar daarmee nemen ze wel elke keer een hapje uit de rol die we overheidspartijen hebben toegekend bij de inrichting van de rechtsstaat.”
Nollkaemper: „Het speelde hier gewoon niet zo. In het recente verleden wél in Oost-Europa na de val van de Sovjet-Unie. Academische vrijheid wordt grondwettelijk vaak vastgelegd in landen die net uit een periode van oorlog of onderdrukking komen, zoals in het voormalige Oostblok, Polen, Roemenië, Litouwen. Logisch, want die willen bescherming tegen een terugval in de oude situatie. De Russische grondwet biedt die bescherming overigens ook, althans op papier.”
Nollkaemper: „Dat geeft meteen de beperking aan, op zichzelf is een grondwetsartikel niet genoeg. Daarom bepleiten we dat ook dat de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt aangescherpt én dat er een landelijke gedragscode komt voor kennisinstellingen om hun academische vrijheid naar de praktijk te vertalen. Je moet een drieslag maken. Die aanpassingen op de Grondwet zijn ook belangrijk omdat op dit moment rechters formeel nog niet mogen toetsen aan de Grondwet, al komt daar waarschijnlijk wel verandering in.”
Sluiter: „En met ons tweede advies willen we het gesprek op gang brengen over het verschil tussen vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid en de rol van deelnemers daarin. Daar bestaat nu veel onduidelijkheid over.”
Sluiter: „In een debat onder burgers telt elke mening. Dat is bij academische vrijheid niet zo. Wat een wetenschapper zegt moet die kunnen verantwoorden, het moet naar beste weten waar zijn en wetenschappelijk onderbouwd. Daar kan nog wel allerlei diversiteit in zitten. Wetenschappers hanteren uiteenlopende methoden en worden gedreven door verschillende waarden. Dat is prima, maar dat laatste mag de analyse of uitkomsten niet beïnvloeden. Diversiteit in politieke voorkeur hoort er niet bij, die mag geen rol spelen.”
Sluiter: „Dat mogen ze, dat is dan gewoon een niet-professionele mening die niet meer weegt dan die van anderen. Je kunt je wel afvragen of we de grenzen van wetenschappelijke expertise niet iets te nauw zijn gaan trekken, we moeten daar niet krampachtig in worden. Als een strafrechtgeleerde iets zegt over een juridische kwestie, ook al valt die buiten zijn directe vakgebied, is dat heel legitiem. Hij blijft een wetenschapper. Die kennis moet niet op de plank blijven liggen, dan mis je zinnige input in het debat. Je moet een wetenschapper wel altijd kunnen vragen zich te verantwoorden. Hoe weet je dit?”
Sluiter: „Waarheid hoeft niet altijd hét motief te zijn in de wetenschap. Een ingenieur die iets bouwt gaat het niet in de eerste plaats om waarheid maar om de vraag of wat hij heeft bedacht werkt, een onderzoeker in de medische ethiek wil weten of iets mág, of het ethisch verantwoord is.”
Sluiter: „Nee, dat is niet gezegd, we weten van een hele hoop dingen die werken helemaal niet waaróm ze werken. Neem AI, daar zijn nog allerlei vragen over. Waarheid als enige wetenschappelijke waarde, prima. Omarm het. Maar er zijn ook andere criteria in de wetenschap.”
Nollkaemper: „In mijn vakgebied, de rechtswetenschap, gaat het om normatieve benaderingen, daar bestaan verschillende scholen in. Elk van die scholen heeft een eigen methode, maar het is niet zo dat anything goes.”
Sluiter: „En ze zijn allemaal gebonden aan de gedragscode wetenschappelijke integriteit. Maar we gaan nu wel heel erg de wetenschapsfilosofie in, daar gaat dit rapport niet over.”
Sluiter: „Nee, dat klinkt als pseudowetenschap. Wetenschappers mogen uiteenlopende waarden hanteren, maar ze zijn allemaal gebonden aan eisen van eerlijkheid, transparantie en onderbouwing.”
Sluiter: „Dat gaat om een ander soort waarheid. Eerlijk zijn over wat je aan het doen bent is noodzakelijk, maar dat is niet hetzelfde als stellen dat waarheid het enige is waarnaar alle wetenschappers op zoek zijn. Dat kan verschillen. De professionele eisen waaraan ze moeten voldoen zijn voor iedereen dezelfde.”
Sluiter: „Van docenten mag je verwachten dat ze zichzelf wel enige beperkingen opleggen in de collegezaal, ook al hebben ze vrijheid van meningsuiting. Voor studenten geldt dat ze zich open moeten stellen voor inzichten, óók als ze die ongemakkelijk vinden of als er onprettige waarheden of theorieën langskomen. Dat is de voedingsbodem van de wetenschap. Binnen de grenzen van de wet natuurlijk, dat is wel van belang als het gaat om racisme of discriminatie, die zijn gewoon verboden.”
Nollkaemper: „Waar het om gaat is dat je ook bij gevoelige kwesties een open uitwisseling krijgt van argumenten die je kunt wegen en toetsen. Juridisch kun je een stevig debat opzetten over het begrip genocide op basis van de oorlog in Gaza. Daarin kun je argumenten geven voor verschillende posities, net als in de rechtszaal. Dat is echt onderdeel van academische vrijheid.”
Nollkaemper: „Dat risico blijf je houden, het is een tweesnijdend zwaard. Maar we wilden niet alleen vastleggen dat de overheid op afstand moet blijven zoals in de klassieke grondrechten, maar ook dat die een taak heeft om academische vrijheid mogelijk te maken, onder meer in financiering.”
Sluiter: „Het is altijd mogelijk langs democratische weg de democratie aan te tasten, dat hoort erbij. De beste remedie daartegen is niet zozeer meer wetgeving maken die bedoeld is om vrijheden te beschermen maar die in feite die vrijheden inperkt. Beter is het om waakzaamheid van iedereen bevorderen. Niet zozeer de weerbare democratie, maar de weerbare democraat. Dat geldt net zo goed in de wetenschap en het onderwijs.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie