Rellen in Frankrijk De Franse president Emmanuel Macron veroordeelde het geweld, maar had ook aandacht voor de „legitieme eisen” van de honderdduizenden Fransen die dit weekend demonstreerden. Zo nodigde hij scholieren en studenten aan om „samen met de regering” aan „concrete” oplossingen te werken.
De Franse president Emmanuel Macron had eerder op zondag een overleg met zijn premier en een aantal ministers.
„Oproerkraaiers uit extreemlinkse splintergroeperingen” en „talrijke” andere „delinquenten” hebben zich zaterdag schuldig gemaakt aan „ongebreideld geweld” in Frankrijk. Met die bewoordingen heeft de Franse president Emmanuel Macron de vernielingen, plunderingen en confrontaties veroordeeld die zaterdag ontstonden bij demonstraties in Parijs en tal van andere steden. „We voelen allemaal woede en schaamte. Het is ondraaglijk om de straten van onze steden zo vernield te zien.”
Vanuit het Élysée, met een Franse en een Europese vlag op de achtergrond, hield Macron zondagavond een toespraak die rechtstreeks in de Franse tv-journaals werd uitgezonden. De president verwees onder meer naar het in brand steken van het stadhuis van Limoges en de bestorming van het stadhuis van Marseille. „Toen we deze beelden zagen, vroegen we ons allemaal af: wat gaat er in hun hoofd om? Hoe kunnen Fransen dit Frankrijk aandoen? Niets rechtvaardigt het, niets verklaart het, niets verontschuldigt het.”
Bij de rellen zijn zeker 2.397 personen opgepakt, maakte het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken zondagavond bekend. Ruim 997 politieagenten en gendarmes raakten gewond bij de confrontaties. Ook zondag kwam het in onder meer Parijs nog tot schermutselingen.
Macron sprak kort voor zijn doen – minder dan tien minuten. Concrete maatregelen kondigde hij nauwelijks aan. Wel komt er een „crisiscel” die onder meer de hulp moet coördineren aan ondernemers van geplunderde of platgebrande zaken. De president stelde ook dat hij „duidelijke antwoorden” en „volledige transparantie” verwacht over in hoeverre inlichtingendiensten de grootschalige rellen aan zagen komen. Plunderaars en vernielers, „degenen die hebben geprobeerd de Republiek ten val te brengen”, zullen daarvoor „moeten boeten”.
Maar, zei Macron, de „legitieme eisen” van de honderdduizenden Fransen die zaterdag demonstreerden tegen onder meer stijgende kosten van levensonderhoud en voor beter onderwijs, mogen niet worden verward met het geweld. De president stelde te „luisteren naar de woede”. „We kunnen onze jongeren niet vragen in de toekomst te geloven zonder ze de kans te geven om oplossingen uit te werken.” Macron heeft toegezegd leerlingen en studenten, die al weken massaal betogen, aan tafel te zetten met docenten, vakbonden en lokale overheden. Zij zullen „samen met de regering werken aan concrete voorstellen”. De premier van Frankrijk, Sebastian Lecornu, roept deze groepen „de komende dagen bijeen”.
Macron: „Ik wil hier heel duidelijk zijn: ten aanzien van relschoppers en iedereen die zich schuldig maakt aan geweld, zullen we onverbiddelijk zijn. Luisteren en dialoog betekenen noch zwakte, noch straffeloosheid.”
Premier Lecornu moet van Macron ook nog een andere bijeenkomst regelen: een waarbij alle politieke partijen het geweld van afgelopen weekend veroordelen. Dat wordt een opgave, gezien het radicaal-linkse La France Insoumise (LFI) meent dat de politie de confrontaties heeft uitgelokt. De leider van de radicaal-rechtse partij Rassemblement National (RN) Marine Le Pen vindt juist dat Macron niet hard genoeg optreedt. In zijn toespraak preludeerde Macron zondagavond alvast op de Franse presidentsverkiezingen van april 2027: moge de debatten „niet met geweld op straat” plaatsvinden, maar in kranten, op tv en tijdens „respectvolle” bijeenkomsten. „Het land heeft nood aan orde, verzoening en geen escalatie.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie