Home

Op stap met ‘buurtverbinders’ die het anders willen aanpakken. ‘Mensen van de gemeente komen vaak alleen maar slecht nieuws brengen’

Sociale cohesie Het SCP schreef onlangs dat mensen met bestaansonzekerheid het gevoel hebben ‘er niet bij te horen’ en ‘een vangnet’ missen. In de Rotterdamse wijk Delfshaven gaan buurtverbinders langs portiekflats. Met bloemen leggen ze contact. „Mijn moeder heeft weleens gezegd: ga nou eens langs bij dat buurthuis, daar kunnen je ze helpen.”

Femke van Dam (rechts) en Hayat, buurtverbinders bij De Verbindingskamer, praten met Stan Bloemers in Rotterdam.

Trinngggg. Met een vol bosje roze, paarse en witte gerbera’s belt Hayat aan bij een van de vele portiekflatjes in de Rotterdamse wijk Delfshaven. „Het is altijd spannend of er open gedaan wordt”, zegt haar collega Femke van Dam, terwijl ze door het raampje van de deur tuurt. 

Hayat (54) en Femke (33) werken voor de Verbindingskamer, een organisatie die buurtbewoners onderling en bewoners en de gemeente of andere instanties dichter bij elkaar wil brengen. In opdracht van de gemeente Rotterdam lopen ze vandaag als ‘buurtverbinders’ een rondje door de wijk om met bewoners te praten. 

Moet er wel opengedaan worden. Hayat schudt haar hoofd. „Kom, we proberen de volgen…” „Hallo!” Plots steekt een man zijn hoofd uit het raam. „Goedemorgen!”, zegt Hayat opgewekt. „Wilt u een bloemetje?”

De man, Stan Bloemers (38), kiest voor de roze gerbera. Hoe is met ’m? Bloemers haalt zijn schouders op. Gaat goed. Niks te klagen, werkt in de bouw. Maar na even doorvragen vertelt-ie dat hij eigenlijk best wel wat hulp kan gebruiken met brieven van de overheid of andere instanties. „Ik heb dyslexie”, zegt Bloemers. „Dan duurt het allemaal wat langer…” 

Hayat lacht vriendelijk en wijst naar achter, naar het buurthuis tegenover Stans woning. „Daar kunnen ze u helpen, wist u dat?”

Luisteren, contact maken, verder helpen. Dat zouden ambtenaren vaker moeten doen, schreef het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onlangs in het rapport ‘Bestaansonzekerheid vanuit de beleving van mensen’. Burgers die moeilijk kunnen rondkomen of het gevoel hebben „er niet bij te horen” missen „een vangnet”, schrijft het SCP. Doordat zij de overheid niet vertrouwen, doen ze minder snel een beroep op regelingen of instanties die hulp kunnen bieden. 

Een van de aanbevelingen: het vaker inzetten van ‘buurtverbinders’, iemand die contact zoekt met mensen in de wijk, vóórdat het misgaat. „De buurtverbinder zorgt in wijken met relatief veel bestaansonzekerheid voor laagdrempelig contact met de overheid en voor directe ondersteuning” en „draagt bij aan gemeenschapsvorming”, schrijven de onderzoekers. Hoe moet dat eruit zien?

Vooroordelen over ‘slechte’ buurten

„Ik wil elke ambtenaar of professional achter zijn bureau vandaan krijgen”, zegt Marianne Lock (41), oprichter van de Verbindingskamer. In haar werk met gemeentes ziet ze vaak dat er vooroordelen leven over ‘slechte’ buurten. „Als ik workshops geef, zie ik mensen echt opkijken tegen de wijken ingaan. Sommigen denken dat ze alleen maar weerstand zullen krijgen.”

Ook het SCP, dat voor hun onderzoek wijkbewoners en ambtenaren interviewde, schrijft dat ambtenaren mensen in de problemen vaak als „passief en afhankelijk” zien. Vooroordelen gaan knagen aan mensen, vertelde een van de SCP-onderzoekers eerder aan NRC. Respondenten begonnen uit zichzelf over het gevoel dat hun wijk als „afvoerputje” wordt gezien waar „alleen maar aso’s” wonen.

Daarom is contact belangrijk, zegt Lock. Na een ‘bloemenronde’ nodigen buurtverbinders van de organisatie bewoners uit voor een bewonersavond. „Op zo’n avond vragen we: wat is nou het belangrijkste dat moet veranderen in deze buurt?” Vervolgens nodigen ze tijdens een nieuwe avond professionals uit die hier iets aan kunnen doen. „Als het om veiligheid vraagt, vragen we de wijkagent, als het om de woningen gaat, iemand van de wooncorporatie. Zo leren bewoners elkaar kennen, verdwijnen vooroordelen en kunnen problemen worden opgelost.”

De Verbindingskamer werkt aan het versterken van de onderlinge banden tussen bewoners en helpt hun zorgen in de wijk aan te pakken.

Inmiddels zijn buurtverbinders van de Verbindingskamer actief in 22 wijken door heel het land, naast gemeentes werken ze ook voor woningcorporaties. Vooral in Rotterdam, maar sinds kort ook in Utrecht, Amsterdam, Limburg. Het zijn wijken die volgens Lock „vast onderaan alle lijstjes staan”. Maar noem het geen probleemwijken. „Er wordt gewoon niet met de bewoners gepraat. Met een beetje contact leeft de buurt op.”  

Dat kan óók de gemeente geld schelen, blijkt uit een rapport van het het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), een organisatie die onderzoek doet naar bureaucratie. Het IPW onderzocht het werk van de Verbindingskamer in Bospolder-Tussendijken, een wijk in Rotterdam. De onderzoekers zagen het ‘zelfvertrouwen’ van wijkbewoners groeien en dat ‘mensen verbonden’ raakten met elkaar. Doordat buurtverbinders problemen van inwoners signaleerden voordat deze konden ‘escaleren’ , werd er minder een beroep gedaan op zorg. In Bospolder-Tussendijken scheelde dat zo’n 300.000 euro aan zorgkosten, schat het IPW.

In Delfshaven staan Hayat en Femke al een kwartier bij het raam van Stan Bloemers. „Mijn moeder heeft weleens gezegd: ga nou eens langs bij dat buurthuis, daar kunnen je ze helpen”, zegt Stan. Maar ja, „dan moet je wel je trots opzijzetten.” 

Dat hoort Hayat vaker. Uit privacyoverwegingen wil ze niet met haar naam in de krant, die is wel bekend bij de redactie. „Veel mensen durven geen hulp te vragen.” Schaamte speelt een rol, „mensen wíllen niet afhankelijk zijn van de overheid.” Maar belangrijker is dat de ervaringen met instanties vaak alleen maar negatief zijn. „De politie, incassobureaus. Mensen van de gemeente of andere instanties komen vaak alleen maar slecht nieuws brengen. Dan is het niet zo gek dat je pas hulp vraagt als je verdrinkt in de problemen.”

Een bewoner houdt een gerbera vast met de boodschap ‘Samen maken we van een huis een thuis’, nadat hij deze heeft gekregen van buurtverbinders.

Talloze regelingen tegen armoede

Trap omhoog. Volgend huisnummer. Een man kiest voor een roze gerbera. Ook hij zegt eerst dat alles goed gaat, maar later in het gesprek blijkt dat hij soms moeite heeft met rondkomen. „Bent u bekend met het energiefonds?”, oppert Femke. „Dan kun je steun krijgen met de energiekosten.”

Energiefonds. Extra AOW. Gratis ov voor kinderen. Korting op huur. Rotterdam, zegt Lock, kent talloze regelingen tegen armoede. Buurtverbinders lopen regelmatig mee naar een laptop om iets aan te vragen, maar dat is niet altijd even makkelijk. „De hulp is versnipperd. Vandaag had ik nog een vergadering met beleidsmakers in Rotterdam. Die zeggen dat het geld op de plank blijft liggen. Het zou makkelijker zijn als het systeem zelf wat minder ingewikkeld was.”

Dat speelt ook in andere gemeenten, weet Albert Jan Kruiter. Hij is bestuurskundige en de oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden. „Gemeenten mogen zelf geen inkomensbeleid voeren. Ze mogen bijvoorbeeld niet voor hun inwoners uitkeringen opschroeven.” Als gemeenten dan iets aan armoede willen doen, roepen ze daarom specifieke regelingen in het leven. „Dat mag wél. Maar het resultaat is dat je een complex systeem creëert met steeds meer kleine regelingen. En dan heb je buurtverbinders nodig om mensen wegwijs te maken.”

Ook het SCP signaleert een „mismatch tussen de leefwereld van mensen en de systeemwereld”. Het zou helpen als er meer gewerkt wordt op basis van vertrouwen, aldus de onderzoekers. „Veel regelingen kennen allerlei toelatingseisen”, zegt Kruiter. „Mensen die arm zijn moeten constant bewijzen dat ze arm genoeg zijn.” Dat merkt Hayat ook. „Niemand heeft zin om constant zijn verhaal te moeten doen. Ik vind het soms ook moeilijk om alle bestaande opties te overzien, laat staan de mensen die we helpen.”

Femke van Dam, buurtverbinder bij De Verbindingskamer, op het kantoor van de organisatie in Rotterdam.

Als mensen op hun buurtbewoners kunnen terugvallen hoeven zij minder snel naar de overheid te kijken, weet Hayat. Tot ze vier jaar geleden voor de Verbindingskamer ging werken, was ze ‘buurtmoeder’ hier in de wijk. „Zeker sinds corona zitten mensen veel in hun eigen wereld. Alles zit potdicht, mensen komen minder bij elkaar over de vloer.”

Maar het blijft haar verrassen hoe met een aantal activiteiten de cohesie in de buurt verbeterd kan worden. In andere wijken organiseerde de Verbindingskamer beautydagen en kookavonden. Na dat soort activiteiten komen vanzelf nieuwe initiatieven op gang. „Zo versterk je de gemeenschap.” 

Schreeuwende onderbuurman

In de portiekflat in Delfshaven is nog wel wat werk te verrichten. Een vrouw die geen Nederlands spreekt, zegt in het Arabisch tegen Hayat dat ze „nooit contact heeft met buren”. Een verdieping hoger klaagt een man met een kinderfietsje voor de deur over de schreeuwende onderbuurman. Even verderop vertelt een meneer die alleen Chinees spreekt via Google Translate dat hij hier al twintig jaar woont zonder z’n buren te spreken. Maar zodra de bloemen in ontvangst zijn genomen, beloven allemaal ze aan Femke en Hayat naar de bewonersavond te komen.

Het bosje is bijna leeg. Femke en Hayat raken aan de praat met een bewoner, als er een vrouw met rode bomberjas komt aangesneld. Ze loopt al heel de ochtend onrustig door de buurt en lijkt onder invloed. „Hebben jullie het nummer van de vuilnisdienst?”, vraagt ze paniekerig. „Ik heb mijn telefoon in de bak gegooid.”

Kom maar mee, zegt Hayat. Ze pakt haar mobiel erbij, terwijl Femke doorbabbelt met de bewoner. Een paar tellen later wandelt de vrouw met rode bomberjas weer de buurt in. Ze heeft een gerbera in haar hand, ze koos voor de witte.

En op naar de volgende buurtbewoner.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Sociale zekerheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next