Natuureducatie Dik tien jaar geleden werd in Zaanstad het eerste Tiny Forest in Nederland aangeplant, een minibosje van inheemse soorten, midden in de stad. Inmiddels zijn er verspreid over het land meer dan 350 van zulke bosjes. Met een risico: „Het hangt vaak af van het enthousiasme van één persoon. Als die vertrekt, versloft het.”
Kinderen van basisschool De Laarhorst hielpen mee bij het aanplanten van Tiny Forest Het Laarbosje.
„Kinderen mogen hier vrij rondlopen, dat hoeft niet per se over het pad”, zegt Marc Veekamp, landelijk projectleider Tiny Forest van IVN Natuureducatie. Hij staat in het Laarbosje, een compact bos dat vorig jaar november werd aangeplant achter basisschool De Laarhorst in Arnhem. Zeshonderd inheemse bomen en struiken op tweehonderd vierkante meter. Dat is de kracht van het concept dat Tiny Forest heet, legt Veekamp uit. „Doordat het zo beplant is, groeit het snel dicht en hoog. Een standaard bosplantsoen heeft veel meer tijd nodig om te volgroeien. Daardoor kan een kind dat een boom geplant heeft, met eigen ogen zien hoe het zich tot bos ontwikkelt. We willen kinderen uitdagen meer in de natuur te komen, en de wildernis naar hen toe brengen.”
Het natuuronderwijs op De Laarhorst is „rijker” geworden, zegt directeur van de school Renske Kleintjes. „We hadden al een groen schoolplein maar nu hebben we ook een bosje met echte natuur waar kinderen les kunnen krijgen. We zitten er niet iedere dag, maar elk seizoen gaat de school er wel een keer heen met de verschillende klassen. De kinderen van groep 5 en 6, dus van acht tot negen jaar oud, waren intensief betrokken bij het ontwerp en het aanplanten van het Tiny Forest.” Ook een andere school in de buurt en een kinderdagverblijf maken er gebruik van, en buurtbewoners kunnen er samenkomen.
De eerste honderd minibossen in Nederland zijn aangelegd met een subsidie van 1,85 miljoen euro van de Postcodeloterij. Nu zet IVN de aanplant voort met steun van gemeenten en provincies en sponsors uit het bedrijfsleven. Ook het Laarbosje is zo gefinancierd. Er zijn ook particulieren die een klein bos aanplanten, als tegenprestatie moeten ze dat openstellen voor publiek.
IVN Natuureducatie heeft Tiny Forest geregistreerd als beschermd merk. Dat is nodig om het concept zuiver te houden, zegt Veekamp. „We merken wel vaker dat gemeenten of particulieren de naam gebruiken voor een bosplantsoen dat ze hebben aangelegd. Maar wat IVN betreft moet een Tiny Forest aan strikte voorwaarden voldoen, en dat klopt niet altijd. Een vriendelijk mailtje is doorgaans voldoende om mensen erop te wijzen dat ze de naam niet zomaar mogen gebruiken.”
IVN-projectleiders Marc Veekamp en Linda IJmker in Tiny Forest Het Wolfsbosje in Nijmegen.
Het conceptuele minibos werd in de jaren zeventig bedacht door de Japanse botanicus Akira Miyawaki en verder ontwikkeld door Shubhendu Sharma uit India. In 2015 werd de eerste in Nederland aangelegd, Het Groene Woud in Zaanstad. Veekamp somt de ecologische voordelen op van zo’n dichte en diverse boomaanplant: „Goed voor biodiversiteit, extra wateropslag in de grond, bijdrage aan CO2-opslag en hittereductie in de stad. Dat scheelt zo 5 à 6 graden op een warme dag.” Maar vanwege de beperkte grootte is het natuurlijk een druppel op de gloeiende plaat, moet Veekamp toegeven.
Botanicus Ton Denters, stedelijk ecologisch adviseur en auteur van het handboek Stadsflora van de Lage landen is „enthousiast” over dit soort initiatieven, maar zegt dat het ook tijd is voor verdergaande ambities. „Laat de natuur zijn werk doen en de regie nemen”, zegt hij. „Geen bomen planten, maar toezien hoe het spontaan dichtgroeit met zaailingen, voor meer biodiversiteit. Het grote voordeel is dat alles meteen op de juiste plek groeit. De natuur rangschikt en herschikt zich vanzelf, dat vergt minder beheer. En zo wordt ook ruimte geboden aan verrassingen.”
Tiny Forests bewijzen zich als heel robuust, dankzij de diversiteit en de goede bodembewerking vooraf. Een dikke laag mulch (organisch materiaal) houdt de bodem luchtig en vochtig. Toch heeft de droge zomer wel een wissel getrokken op de jonge aanplant in het Laarbosje en staan er wat verdorde staakjes tussen. „Misschien redden ze het nog”, zegt Linda IJmker, IVN-medewerker Gelderland. „Maar als er bomen doodgaan worden die niet meteen vervangen. Het liefst laten we het zijn gang gaan.”
Het Laarbosje is omheind door een schapenhek. „Niet om mensen eruit te houden”, benadrukt Veekamp, „maar om te voorkomen dat er in het bosje wordt gemaaid.” Hoe dat mis kan gaan toont IJmker even later op een locatie in Nijmegen, waar in oktober 2021 per ongeluk een Tiny Forest volledig werd weggemaaid. „Een enorme vergissing die de kinderen van basisschool Aquamarijn, die het hadden helpen aanleggen, heel verdrietig maakte”, zegt ze. Tot ieders verrassing is het bosje vanuit de stompjes weer opgekomen. IJmker: „We hebben de beplantingslijst erbij gepakt, en bijna alles wat er oorspronkelijk stond is weer teruggekomen.” Je moet goed kijken, maar dan zie je een heel gevarieerd bosje met rozenstruiken, populier en wilg, maar een eik. Nu heeft de groenbeheerder er keurig omheen gemaaid.
Op kosten van de gemeente was intussen een nieuw Biezenbos aangelegd middenin een grasveld in het nabijgelegen Westerpark. De oude borden en de zwerfkeien van het omgemaaide bosje zijn naar de nieuwe plek verhuisd. Hier staat nu een bosschage van tweeëneenhalf tot drie meter hoog. Overal gaan met hoog gras begroeide olifantenpaadjes tussen de bomen door, daaraan kun je zien dat er kinderen gespeeld hebben, merkt Veekamp op. Wijzend op de rommel die her en der ligt: „Maar het ziet er ook uit alsof er al een tijdje niemand is geweest.”
Die indruk klopt, bevestigt onderwijzer Tess de Vos van basisschool Aquamarijn later aan de telefoon. „Na de vakantie zijn we er nog niet geweest.” Samen met groep 3 en 4 en een paar ouders heeft ze het onderhoud op zich genomen. „De kinderen vinden het leuk om met een prikker en een vuilniszak zwerfvuil op te ruimen en we houden jaarlijks een snoeidag om de paden vrij te houden.”
De aandacht voor het bosje was een beetje verslapt, vertelt De Vos, „Sinds vorig jaar zijn we er weer meer mee gaan doen. In de lente gaan we een keer per maand, en in de herfst en winter ook zeker. Meestal geef ik in de klas instructies en dan kunnen we op tien minuutjes lopen van school in de natuur een les doen over bomen, planten of insecten.” De Vos gebruikt daarbij de leskist van IVN. „Daarin zit bijvoorbeeld een instrument waarmee je een insect kunt opzuigen om het via een vergrootglas te kunnen bekijken. Kinderen kunnen dan met een zoekkaart uitvinden wat voor insect het is, als ze dat niet meteen wisten.”
Tiny Forest Het Laarbosje werd vorig jaar aangeplant achter basisschool De Laarhorst in Arnhem.
Een kilometer verderop langs de Energieweg staat het Wolfsbosje, waar de bomen al meters de lucht in schieten. Zonder bord zou je er zo aan voorbij lopen, het ligt er verlaten bij. „Bewoners willen het graag behouden als buffer tussen het industriegebied en de woonwijk”, zegt IJmker. Een pad ontbreekt en aan de buitenkant is het zo dichtgegroeid met takken dat het moeite kost om erin door te dringen. Eenmaal binnen sta je tussen dicht opeengepakte stammetjes van verschillende boomsoorten op een vrijwel kale bodem. En liggen daar nou grote brokken purschuim? Of zijn het paddelstoelen? Veekamp pakt de telefoon erbij en scant een van de geelbeige knollen. „Het is een reuzenbovist!” De buitenissige paddenstoelen hebben een plek gevonden waar ze ongestoord kunnen groeien.
De middelbare school waarmee het Wolfsbosje in 2019 werd aangelegd, is inmiddels opgeheven. Sindsdien heeft bewonersgroep Hees het onderhoud op zich genomen. „Inmiddels doen we er niet veel meer aan”, zegt vrijwilliger Thea Aarts. „We snoeien soms wat braamstruiken weg omdat die anders de boel overwoekeren, maar dat is het wel.” Een ontmoetingsplek voor de buurt is het nooit geworden.
Zonder betrokkenheid van een school of omwonenden verliest een Tiny Forest zijn educatieve functie, merkt Veekamp. „Bij de aanleg wordt een beheersovereenkomst vastgesteld die ondertekend wordt door gemeente, scholen en wijkvertegenwoordigers. Daarin staat precies wie wat moet doen. Maar duurzaamheid is soms een uitdaging. Het hangt vaak af van het enthousiasme van één persoon, en als die vertrekt versloft het. Dat is het kwetsbare punt. Er is geld om een nieuw bosje te planten, maar er is geen geld om de sociale betrokkenheid blijvend te steunen.”
Tien jaar na de aanplant van het eerste Tiny Forest in Zaandam is het concept volwassen geworden, zegt Veekamp. „De aanpak staat stevig. Hoveniers die de aanleg doen hebben ook veel ervaring opgedaan. We hebben lespakketten ontwikkeld. Maar er is nog veel werk te verzetten. Nu hebben 250 van de ruim 6.000 basisscholen in Nederland een minibos in de buurt. Eigenlijk moet elke school dat hebben, want de afstand tot het echte bos is voor veel kinderen veel te groot.”
Buurtbewoners bouwden een ecoruïne naast Tiny Forest het Wolfsbosje in Nijmegen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie