Home

Waarom is iedereen ineens verslingerd aan het literaire oeuvre van Elizabeth Strout?

Literatuur De elfde roman van de Amerikaanse schrijfster Elizabeth Strout staat op de Booker-shortlist én is een boek dat lezers koesteren en aan elkaar doorgeven. Want hoe meer Strout je leest, hoe meer Strout je wilt lezen. Wat is het geheim van het literaire web dat zij weeft?

Morning Sun (1952) door Edward Hopper.

Onlangs struinde een vrouw door een Amsterdamse boekhandel op zoek naar iets te lezen. Een andere klant, een oudere man, beval haar het laatste boek van Elizabeth Strout aan, Wat ongezegd blijft. De vrouw rekende even later de roman af. De man kwam opnieuw naar haar toe: „U vroeg me zojuist wat ik er zo mooi aan vond. Het is natuurlijk een goed verhaal en het is heel knap geschreven. Maar het is ook… Ik las het twee keer. En ik ging nadenken, over mijn leven. Ik heb met mijn volwassen kinderen afgesproken en ze dingen verteld die ik nog nooit had verteld. Ik kan niet zeggen dat het direct door dit boek kwam en toch kwam het door dit boek. Ze waren er heel blij mee en ik ook.” Een week later kwam de vrouw weer in de winkel. Ze had de roman uit en kocht nog een exemplaar, ze wilde hem op haar beurt meteen aan een ander geven.

De Amerikaanse Elizabeth Strout (1956) schrijft doorgeefboeken, romans die mensen koesteren, waar ze zich in herkennen, die ze cadeau willen doen. Wat ongezegd blijft, haar elfde roman, gáát nota bene over het belang van menselijk contact en speelt zich ongeveer nu af, in Massachusetts. Het prijkt op de shortlist van de Booker Prize, die op 9 november wordt uitgereikt.

Elizabeth Strout debuteerde in 1998 met Amy and Isabelle, een wrange moeder- en dochtergeschiedenis over oudere mannen en hun grijpgrage handen, ruim vóór de #MeToo-beweging op gang kwam. Ze ging met deze titel in tegen de literaire mode. Er verscheen destijds een golf aan chick lit in het spoor van Helen Fieldings Bridget Jones’ Diary (1996). Die boeken gaan over dynamische jonge vrouwen in de grote stad; Strout schreef over voorttobbende oude vrouwen in de provincie.

Amy and Isabelle werd een bestseller, net als een groot deel van de tien titels die volgden. Strouts werk wordt zowel in de VS als Europa hogelijk gewaardeerd. Beroeps- en plezierlezers raken verknocht aan haar boeken en personages. De actualiteit vormt sinds haar derde boek de achtergrond voor de besognes van haar personages, die meestal in Maine wonen, of daarvandaan komen, net als Strout zelf. Het zijn meest witte mensen uit de arbeidersklasse, soms opgegroeid in regelrechte armoede. Strout wordt wel „a democratizing influencer” genoemd. Of een eigentijdse Charles Dickens, die toont hoe het leven in elkaar zit.

Binnen- en buitenwereld

Hoe krijgt ze het voor elkaar voor zoveel lezers te boeien? Het zit hem misschien nog het meest in haar gebruik van de alwetende verteller, die ze in meer dan de helft van haar romans verkiest. Deze verteller gidst de lezer door zowel de buiten- als de binnenwereld van de personages, weet precies wat ze allemaal meemaken, denken, voelen en vinden, van elkaar en van zichzelf. Die zoomt naar believen in en uit en overziet alles: van een baai met een weids rotsenstrand tot een miniem zenuwtrekje rond iemands neus. Ook kijkt deze verteller vrijelijk vooruit of terug in de tijd, naar wat de personages vormde in hun jeugd aan pech en geluk, of naar wat bepalend was in nog eerdere generaties.

Soms stuurt de verteller je mening over de personages. „Arme, arme Pam”, staat bijvoorbeeld in Vertel me alles (2024) na de beschrijving van een alcoholiste die je tot dan niet bepaald sympathiek kon vinden. „Echt, ze verdient ons medelijden.” De samenzweerderige toon werkt goed. Het suggereert intimiteit, vertrouwelijkheid tussen de verteller en de lezer. Uit hetzelfde boek: „Misschien is het op dit moment zinvol om uit te weiden over de achtergrond van Bob Burgess.” Alsof je erover mee mag beslissen, een keuze hebt. Evengoed doet de verteller grootse algemene beweringen, zoals het haast Jane Austen-achtig klinkende: „Verliefd zijn zonder te weten hoe het afloopt is een heerlijke kwelling.” Strout speelt met de diverse manieren waarop de alwetende verteller de lezer adresseert. Het geeft houvast, maar het houdt je er ook bij – hongerig, nieuwsgierig. Strout weet wat ze de lezer aandoet, welke vragen ze oproept, hoe ze de wens door te lezen afdwingt.

De keuze voor de alwetende verteller is origineel, want die vertelinstantie is sinds jaar en dag uit de mode. Strout bouwt ermee voort op diverse literaire tradities en genres, zoals van de sociale en de sentimentalistische roman, of van wat wel „domestic fiction” wordt genoemd. Maar ze kan evengoed afdalen in een personage en een tijd lang zijn wilde gedachtegang volgen, zoals in een modernistische roman. Ze trekt zich van conventies verfrissend weinig aan en vermengt genres op haar eigen, niet oubollige manier.

Bijzonder is ook haar soepele schrijfstijl. Je blijft nooit haken aan haar zinnen. Ze wisselt gemakkelijk van register, meestal is haar toon rechttoe-rechtaan, maar hier en daar ook lyrisch: „Het was half juni en de zon straalde al de hele dag door in al zijn liefelijke glorie”, luidt de eerste zin van Wat ongezegd blijft. Ze mijdt geen enkel onderwerp en schrijft net zo makkelijk over dineren met een blik spaghetti als over een zelfmoordpoging. Haar grappige huis-tuin-en-keukenvergelijkingen treffen doel. In Olive Kitteridge (2008) liggen twee oude mensen samen in bed, voor het eerst. Een van hen moet denken aan plakken Emmenthaler. Alles wat ze eerder meemaakten, sloeg een gat. En toch past het, kleeft het aaneen, hier en nu. Min of meer, want Strout is nooit te beroerd om uit te pakken over hoe relaties wrikken.

Innerlijke realiteit

Ze schrijft lichtvoetig, maar neemt het schrijverschap niet licht. Ze vindt dat schrijvers de plicht hebben, zei ze in interviews, „to show the strange relationship between people’s perceptions of others and the inner reality a person lives with daily”. Ze gelooft in de kracht van literatuur als middel om meer compassie te leren voelen, hoe onbegrijpelijk en onuitstaanbaar een ander ook is.

Elizabeth Strout afgelopen juni op bezoek in het Vaticaan.

Aanvankelijk werd Strout wel weggezet als een „vrouwenschrijver”, maar ze schrijft, zo bleek bij haar vierde roman De Burgess-broers (in het Engels verschenen in 2013), net zo makkelijk vanuit of over mannen als vanuit of over vrouwen. Ze verplaatst zich in mensen van alle leeftijden, in alle stadia van het leven, maar heeft een voorkeur voor personages op leeftijd. Die hebben van alles doorstaan. Ze maakten fouten en doen dat nog, maar redden zich desondanks. Jonge mensen zijn in de romans een beetje sneu. Geregeld klinkt een verzuchting als: „O, wat wisten jonge mensen toch weinig. Ze wisten niet dat omvangrijke, oude en rimpelige lijven dezelfde behoeften hadden als hun jonge, stevige lijven; dat de liefde niet achteloos mocht worden weggegooid[…].” (uit Olive Kitteridge)

Verraad is een terugkerend thema, in de vorm van echtelijke ontrouw, maar ook van ouder op kind – en andersom. In Strouts romans zijn mensen jaloers, oneerlijk, vals, soms ronduit agressief. Er is hier en daar een passage zo gruwelijk dat je ‘m haast niet kunt lezen. Maar er zijn ook momenten van verlichting en verzoening. Iemand realiseert zich dat ze al bijna haar hele leven denkt: dit kan mijn leven toch niet zijn, en besluit daar eens mee te stoppen. Of iemand schaamt zich voor een misstap en wordt daar verdraagzamer van.

Literair web

Met haar eerste tien boeken weefde Strout een literair web. Locaties en personages komen terug: wie in het ene boek een bijfiguur is, wordt in een volgende de hoofdpersoon. Er wordt steeds meer onthuld over iedereen. Dat is verslavend: hoe meer Strout je leest, hoe meer Strout je wilt lezen. Figuren gaan als oude bekenden aanvoelen, hun karakters worden steeds veelkantiger. In Ik ben Lucy Barton (2016) bezoekt een moeder haar dochter, een schrijver, in het ziekenhuis. Hun relatie is getroebleerd, waarom wordt niet duidelijk. Ze praten over anderen. In Niets is onmogelijk (2017) draait Strout het om: dit zijn verhalen van de mensen uit de ziekenhuisgesprekken, met daarin nieuwe informatie over Lucy Barton. Er zijn nog drie boeken over haar.

Strouts werk kun je ook nog eindeloos herlezen. Vreemd genoeg wordt dat niet saai: je focus verschuift. Er is wel een thema, een onderlaag, die voor de doorsnee Europese lezer misschien enigszins ondoorgrondelijk blijft: religie. Veel van Strouts karakters zijn grootgebracht in de congregationalistische kerk, soms is iemand unitariër. Natuurlijk kun je hier van alles over opzoeken, maar voor een Amerikaan zal het beter te begrijpen, te doorvoelen zijn.

Met haar laatste roman, Wat ongezegd blijft, slaat Strout een nieuwe weg in. Het speelt in Massachusetts en er is een geheel nieuwe cast. Hoofdpersoon Artie Dam, zevenenvijftig jaar, geschiedenisleraar, is een zonnig type die zijn leerlingen en ook andere mensen in zijn omgeving de ruimte biedt om te zijn wie ze zijn. Maar er leeft duisternis in hem, trauma en angst. Hij voorvoelt wat er met de huidige wereld staat te gebeuren.

Wat ongezegd blijft is Strouts meest uitgesproken politieke boek. Waar ze in een eerdere roman wel onderzocht hoe het is als migranten in een voorheen gesloten gemeenschap belandden en altijd oog heeft voor standsverschil en afkomst, schrijft ze ditmaal meer uitgesproken over Amerika onder Trump. De roman speelt zich af van vlak voor zijn herverkiezing tot zo’n beetje het huidige moment.

Behalve lof haalt ze zich daarmee ook kritiek op de hals. Op lezersplatform Goodreads lopen de meningen van lezers uiteen. De roman gaat volgens de een over verwende witte mensen die hun kop in het zand steken aangaande Gaza en Oekraïne, en krokodillentranen plengen in hun havermoutpap. Een ander vindt de roman juist te vol aan „political doom and gloom”. Sommigen vinden het een schande dat democraat Artie bevriend is met een Trump-aanhanger; anderen roemen dat juist.

En toch zijn de insteek en de aanpak van Elizabeth Strout al met al niet echt veranderd. In Opnieuw Olive (2019) houdt Olive Kitteridge haar leerlingen al voor: „Dit land zou een smeltkroes moeten zijn, maar dat smelten is nooit goed gelukt.” Strouts veelzijdige werk is door deze bril te lezen, en door vele andere.

Het oeuvre Elizabeth Strout

Amy en Isabelle (Amy and Isabelle, 1998)

Abide With Me (onvertaald, 2006)

Olive Kitteridge (2008, bekroond met de Pulitzer Prize)

De Burgess-broers (The Burgess Boys, 2013)

Ik heet Lucy Barton (My Name is Lucy Barton, 2016)

Niets is onmogelijk (Anything is Possible, 2017)

Opnieuw Olive (Olive Again, 2019)

Het verhaal van William (Oh William!, 2021)

Lucy aan zee (Lucy at Sea, 2022)

Vertel me alles (Tell Me Everything, 2024)

Wat ongezegd blijft (The Things We Never Say, 2026)

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next