De bouwsector staat voor een gigantische opgave. De sector heeft de komende drie jaar 73.000 nieuwe krachten nodig om woningen te bouwen, het stroomnet uit te breiden en te verduurzamen. Terwijl de bouw al jaren kampt met een personeelstekort.
De opschaling bij Defensie en de defensie-industrie zorgt daarnaast voor extra concurrentie om personeel. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) waarschuwt dat het simpelweg onmogelijk is om al deze plannen tegelijk uit te voeren.
Er ontstaat een steeds fellere strijd om technisch personeel: defensie, de verduurzaming en de infrasector vissen namelijk allemaal in dezelfde vijver. Zo is er een grote vraag naar dezelfde schaarse vakmensen, zoals monteurs en elektrotechnici, meldt het EIB.
Omdat Defensie fors wil uitbreiden naar 100.000 medewerkers in 2030, wat goed is voor zo'n 5.100 extra voltijdsbanen per jaar tot 2035, dreigen bouw- en infraprojecten al bij een klein tekort directe vertraging op te lopen.
Toch is er ook een lichtpuntje voor de bouw. Omdat de werkgelegenheid in sectoren als de industrie, handel en zakelijke dienstverlening juist krimpt, kunnen daar mogelijk arbeidskrachten van worden overgenomen. Bovendien moet nog maar blijken of Defensie haar ambitieuze wervingsdoelen daadwerkelijk weet te behalen.
Van de ruim 73.000 nieuwe krachten die de bouw tussen 2027 en 2030 nodig heeft, kan het grootste deel direct vanuit de schoolbanken aan de slag. Het EIB verwacht dat opleidingen zo'n 52.000 instromers opleveren. Voor de overige 21.000 vacatures moet de sector op zoek naar andere oplossingen.
Arbeidsmigranten zouden uitkomst kunnen bieden, maar daar zitten haken en ogen aan. Strengere regels voor huisvesting en een gebrek aan geschikte woningen maken het lastiger om buitenlandse krachten aan te trekken. Bovendien waarschuwt het instituut dat het toenemende maatschappelijke en politieke verzet tegen arbeidsmigratie de komst van buitenlandse personeelsleden verder kan belemmeren.
Source: Nu.nl economisch