Home

Hoe een apenbeet en de liefde voor Condoleezza Rice de geschiedenis van het Midden-Oosten kleurden

Midden-Oosten Simon Sebag Montefiore wil met De oorsprong een geschiedenis schrijven van het gehele Midden-Oosten van Marokko tot Iran sinds 1900. Een ambitieus project waarbij hij zware religieuze, geopolitieke, ideologische kwesties verluchtigt met menselijke verhalen.

Het reinigen van Perzische tapijten in een rivier in de buurt van Teheran, Iran.

Simon Sebag Montefiore: De oorsprong. De vorming van het moderne Midden-Oosten. (The Cauldron. The Making of the Modern Middle East) Vert. Paul Janse. Spectrum, 607 blz. €34,99

Een apenbeet. Dat is wat mogelijk de kaart van het moderne Midden-Oosten mede vorm gaf. De landsgrenzen in de regio waren nog fluïde in de eerste jaren na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk, en als het aan de Grieken had gelegen bestond er nu een Groot Griekenland, met als onderdeel daarvan een flinke hap uit wat nu West-Turkije is. 

Roet in het eten gooide onder meer de dood van koning Alexander van Griekenland in 1920. De jonge vorst greep in bij een gevecht tussen zijn hond en een aap, waarbij hij door de aap werd gebeten. Twee weken later stierf hij aan bloedvergiftiging. Zijn dood leidde tot een strijd om de macht en een bijhorende zuivering binnen het leger, waardoor de Griekse campagne in Anatolië uitliep op een catastrofe. 

Het zijn dit soort – smakelijk opgeschreven – verhalen waarmee de Britse historicus Simon Sebag Montefiore zijn lezers vijfhonderd pagina’s weet te boeien. „Het uitgangspunt van dit boek is eenvoudig”, begint hij zijn boek De oorsprong: „een geschiedenis schrijven van het gehele Midden-Oosten van Marokko tot Iran sinds 1900”. En hoewel hij daar nog aan toevoegt dat het allesbehalve eenvoudig is om dat vervolgens goed te doen, racet hij ogenschijnlijk moeiteloos door de decennia heen. 

Daarbij streeft Montefiore ernaar om „zware religieuze, geopolitieke, ideologische kwesties te verluchtigen met verhalen over mensen”. In het geheugen gegrift blijft de obsessie van de Libische leider Moammar Gaddafi met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice („Leezza, Leezza, Leezza […] ik houd zo veel van haar”). Na zijn bloedige dood tijdens de Arabische Lente werd bij zijn bed een album met foto’s van haar gevonden.

Van terreur naar macht

Montefiore is vaker ambitieus bij het kiezen van zijn onderwerpen. Zijn vorige boek schreef hij over vijfduizend jaar menselijke geschiedenis (De wereld, 2022). Vergeleken daarbij is een periode van 126 jaar nog vrij overzichtelijk. Bovendien doet afbakening Montefiore goed: terwijl bij vorige boeken de vele namen en jaartallen je het al snel kunnen doen duizelen, keren hoofdrolspelers in De oorsprong regelmatig terug. 

Neem Menachem Begin, die in 1946 als hoofd van de Irgun-militie opdracht gaf tot het opblazen van het Britse hoofdkwartier in het King David Hotel in Jeruzalem, om vervolgens 135 bladzijden later zijn rentree te maken als de premier van Israël die vrede sluit met Egypte. Of zie daar, Ahmed Al-Sharaa, die in 2003 nog met Al-Qaeda meevecht tegen de Amerikaanse troepen in Irak, maar tegen het einde van het boek als kersverse leider van Syrië handen schudt met president Donald Trump. 

Door zijn nadruk op persoonlijke verhalen is het niet verrassend dat Montefiore veel waarde hecht aan de rol die leiders kunnen spelen als bepalende factor in de geschiedenis. Daarbij gaat het niet alleen om wie op welk moment president van de Verenigde Staten is. „Regionale machten”, stelt Montefiore, hebben „veel meer in te brengen dan de supermachten en westerse analisten willen toegeven”. 

Terwijl de Turken onderling ruziemaakten, wist Atatürk uit de brokstukken van het Ottomaanse Rijk een Turkse staat te stichten. Zij het mede door brute repressie en het later neerslaan van het Koerdische separatisme, dat tienduizenden burgers het leven kostte. 

Drie decennia later zette Gamal Abdullah Nasser, president van Egypte en lieveling van de Arabische wereld, de Britten en Fransen in hun hemd tijdens de Suez-crisis van 1956. Om vervolgens een stempel op de regio te drukken als boegbeeld van het panarabisme. (Na zijn dood probeerde Gaddafi het lichaam van Nasser voor 500 miljoen dollar te kopen.)

De Palestijnen misten volgens Montefiore op cruciale momenten juist een eigen Atatürk. Zo wees de grootmoefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, vanaf de jaren twintig meermaals Britse openingen tot een onafhankelijke Palestijnse staat van de hand. „Hij staat op zijn strepen zonder zich erom te bekommeren of de Palestijnen of de Arabieren daardoor geschaad worden”, luidde de observatie van de Saoedische koning Abdulaziz destijds. 

Hierin verschilt Montefiore van een historicus als Rashid Khalidi (De honderdjarige oorlog tegen Palestina, 2023), die meer nadruk legt op Palestijns slachtofferschap in een context van wat hij – in tegenstelling tot Montefiore – beschrijft als Westers en zionistische kolonialisme. 

Montefiore verliest enigszins afstand tot zijn onderwerp als hij gebeurtenissen dichter op het heden beschrijft. De claim dat Israël genocide pleegt in Gaza doet hij af als activisme van demonstranten in het Westen die het ‘verzet’ van Hamas „toejuichen”. Daarmee gaat hij voorbij aan het feit dat een reeks experts en een onafhankelijke VN-onderzoekscommissie óók spreken van genocide. Zoiets kun je ook benoemen zonder het oordeel zelf te onderstrepen. 

Van bondgenoot naar aartsvijand

De meest consequente verschuiving van de afgelopen eeuw was volgens Montefiore de Iraanse Revolutie van 1979, die volgens hem de wereld net zo veranderde als de Franse en Russische revoluties van 1789 en 1917. „Met Khomeini verscheen de radicale islam ten tonele. Islamitisch religieus extremisme kreeg de regio in zijn greep.” 

Daarbij veranderde een bondgenoot van de VS en Israël in een aartsvijand, eentje die zich maar al te graag bemoeit met het het Israëlische-Palestijns conflict en ook op andere plekken in het Midden-Oosten zijn macht doet gelden via bondgenoten en bevriende milities. De strijd die dat oplevert, definieert nog altijd de regio.

„Een van de opvallendste ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar is de neergang van de statelijke indeling die na de wereldoorlogen door het Westen is gecreëerd”, schrijft Montefiore in zijn conclusie. Dat betreft niet alleen de Houthi’s in Jemen, maar ook Libië, Soedan, Syrië, Irak en Libanon: allemaal landen die op het randje van ineenstorting hebben gestaan of dat nog altijd doen.

Dat niet alleen. Steeds vaker bemoeit de wereld zich niet alleen met het Midden-Oosten, maar het Midden-Oosten zich ook met de rest van de wereld, aldus Montefiore. Kijk naar de bondgenootschappen tussen Pakistan en Saoedi-Arabië en India en Israël, de macht die Turkije uitoefent via Azerbeidzjan of de strijd om invloed tussen de Golfstaten, Israël en Turkije in de Hoorn van Afrika. 

De geschiedenis racet door. Montefiore eindigt zijn geschiedschrijving bij de dood van Ali Khamenei begin dit jaar en de „apocalyptische beelden” die zich afspelen aan de skylines van Teheran, Jeruzalem, Dubai en Beiroet. Het vervolg, en het onderliggende menselijke leed, lezen we dagelijks terug in het nieuws. 

En Montefiore zelf? Die is met een volgend hyperambitieus project bezig, schreef hij vorige maand in een bericht op sociale media: een drievoudige biografie over Jozef Stalin, Winston Churchill en Franklin Delano Roosevelt.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next