Home

Een intrigerend journalistiek verhaal over de verdwijning en dood van een gewone jongen in oorlogstijd

Tweede Wereldoorlog Rosan Hollak reconstrueerde het desolate verhaal van haar oom, een jonge man die door een stom toeval in korte tijd door de raderen van het nazi-regime vermalen werd.

Familie Nuse, links de tweelingbroers Herman en Henk. Als zesde in de rij: Doortje Nuse, de moeder van Rosan Hollak.

Rosan Hollak: Verdwenen broer. Het onverwerkte verdriet van mijn moeder. Alfabet, 232 blz. € 23,99

De herinneringen aan de ‘lange Tweede Wereldoorlog’, zoals historicus Peter Romein de periode 1940-1949 aanduidt – met inbegrip dus van de koloniale oorlog tegen Indonesië – zijn nog springlevend. Wie had gedacht dat met het heengaan van de ooggetuigen de belangstelling daarvoor zou afnemen, onderschat de werking van de dynamiek van de herinnering. Een groot deel van de Nederlanders is immers nog altijd direct met die oorlogservaringen verbonden, via hun ouders en grootouders, andere familieleden of goede vrienden: zij kennen de verhalen – of flarden daarvan – over de honger, de kampen en gevangenissen, collaboratie, dwangarbeid, evacuaties en bombardementen of het geweld in Indonesië. 

Het zijn deze verhalen over de verschrikkingen van die oorlogen, doorgegeven aan de tweede en derde generatie, die de natuurlijke voedingsbodem vormen voor de nog altijd levendige herinneringscultuur. ‘Verhalen’ moet daarbij ruim worden opgevat, want het gaat ook om momenten van stilte, om wat er juist niet gezegd wordt. Soms zijn de herinneringen ook vastgelegd, op schrift in autobiografische notities of memoires, in andere gevallen gaat het om foto’s en brieven in schoenendozen.

Deze verhalen fungeren als de dragers van emotionele verbinding met degenen ‘die de oorlog zelf hebben meegemaakt’, ook al zijn die inmiddels overleden. Die verbondenheid kan op allerlei manieren tot uitdrukking komen, van het bijwonen van herdenkingen en het kijken van oorlogsfilms tot het bezoeken van herinneringscentra, bunkers of een van de meer dan honderd oorlogsmusea. Veel mensen trekken zelfs naar het buitenland om de sporen van het familieverleden na te trekken.

De belangstelling voor de ervaringen van de vroegere generatie blijft evenwel niet beperkt tot dergelijke min of meer ‘passieve activiteiten’. Vooral sinds de jaren negentig zijn in ontelbare families oorlogsverhalen opgetekend en – meest in beperkte oplage – verspreid. Dit fenomeen staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een breder proces van individualisering en identiteitsvorming, waarvoor het verleden een rijke en dankbare bron vormt.

Gelukkig gezin

Ook professionele auteurs hebben zich de laatste jaren aan het genre gewaagd, zoals Maarten Doorman, Tim Overdiek en Corien van Zweden, met als resultaat zeer uiteenlopende vaderportretten. In elk van deze boeken gaat het evenwel niet alleen om de ervaringen van hun (groot)vader, maar ook om de impact daarvan op hun omgeving en – vooral – de vraag hoe zij, de auteurs, zichzelf tot hun (groot)vader verhouden. In die zin zijn de vaderportretten per definitie ook zelfportretten.

Herman Nuse omstreeks 1940.

Verdwenen broer. Het onverwerkte verdriet van mijn moeder van Rosan Hollak, redacteur van deze krant, sluit hier naadloos bij aan. De directe aanleiding voor het schrijven ervan lag bij wat zij omschrijft als „het verdriet van mijn moeder”, een verdriet dat haar zelf ook raakte, als kind en als volwassene, en waar tegenover ze zich altijd onmachtig voelde. Precies dat bracht haar ertoe te proberen haar moeders levensgeschiedenis uit te zoeken en te ontrafelen waar dat verdriet precies vandaan kwam.

Aanvankelijk zocht Hollak aanknopingspunten voor dat verhaal in gesprekken met haar hoogbejaarde moeder, verspreid over vele jaren, waarin ze ook foto’s en andere spullen op het spoor kwam, in het huis van haar moeder en haar tante. Uit die speurtocht rees geleidelijk een beeld op van een harmonieus, katholiek gezin waarover het noodlot zijn donkere schaduw wierp. De onttakeling van het geluk begon met de dood van twee zonen, een tweeling, in een tijdsbestek van nauwelijks vier jaar. De eerste kwam om door verdrinking, voor de ogen van zijn tweelingbroer, die zelf enkele jaren later zou sterven in een Duitse cel. Een paar jaar later stierf de derde zoon als gevolg van epilepsie. Het ooit gelukkige gezin raakte mentaal en emotioneel ontwricht en het was die last die de moeder van Rosan Hollak haar leven lang met zich zou meetorsen. Niet dat ze geen gelukkige momenten kende – zoals haar dochter overtuigend laat zien – maar het verdriet week nooit en drukte ook op haar kinderen.

Duits tuchthuis

Daarmee is niet alles gezegd. Het boek is meer dan een portret van haar moeder, zoals al blijkt uit de titel Verdwenen broer. Wat een onderdeel van de zoektocht leek, groeide tijdens het onderzoek uit tot een zelfstandig verhaal dat uiteindelijk meer dan de helft van het boek beslaat: de arrestatie van een van de tweelingbroers, Herman, vanwege een ogenschijnlijk onbeduidend incident, in januari 1941 en zijn daarop volgende gang door het Nederlandse en Duitse strafsysteem, tot aan zijn dood in april 1942 in een ‘Tuchthuis’ in Siegburg, een stadje vlakbij Bonn.

Nauwgezet beschrijft Hollak haar naspeuringen, inclusief de reizen in het voetspoor van haar oom, haar ontdekkingen in de archieven en de hulp die ze daarbij kreeg. Het resultaat is een intrigerend journalistiek verslag, dat zich laat lezen als het desolate verhaal van een naïeve jonge man die min of meer per ongeluk verstrikt raakt in het moorddadige web van Duitsers en door de raderen van een rechteloos regime in korte tijd vermalen wordt.

Hoewel de dubbele onderzoekslijn en de titel, Verdwenen broer. Het onverwerkte verdriet van mijn moeder, de suggestie wekken dat het boek op meerdere gedachten hinkt, is Hollak erin geslaagd de verhalen bij elkaar te houden. Daarin speelt ze zelf, als onderzoeker en als dochter, een cruciale rol. Dat geeft het boek een prettige dynamiek – behalve op één punt. Op een paar plaatsen in het boek wordt gesuggereerd dat de familie mogelijk erfelijk belast is door de vroegere trauma’s. Dat is een problematische uitspraak, want epigenetische overerving van de impact van stress en trauma bij mensen is niet overtuigend aangetoond. Het is, kortom, een omstreden theorie.

Wat daarentegen onomstotelijk vast staat, is dat dergelijke ervaringen diepe, ingrijpende sociale en psychologische gevolgen kunnen hebben, zelfs over generaties heen. Precies wat Hollak laat zien.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next