Home

Een oefening in het niet meer nodig zijn

Het was een dapper en pijnlijk opiniestuk, van de wiskundige die onlangs in de krant schreef over de ervaring overbodig te zijn geworden door AI (Wiskunde speelde een belangrijke rol in mijn leven – tot AI zich ermee ging bemoeien, 21/10).

Bijna dagelijks is er wel een sector in het nieuws waar mensen worden ingehaald door kunstmatige intelligentie. Een paar dagen terug schreef NRC over de European Cybersecurity Challenge, waar AI verboden moest worden omdat die alle spelletjes wint. Dertig jaar geleden overkwam het de schakers: Kasparov die werd verslagen door DeepBlue. Tien jaar geleden was het spel go aan de beurt. De Chileense auteur Benjamin Labatut beschreef in zijn boek The Maniac (2023) op hartverscheurende wijze hoe de Zuid-Koreaanse go-kampioen Lee Sedol zijn meerdere moest erkennen in het zelflerende model AlphaGo.

De golf van menselijke overbodigheid zwelt aan. Hij bereikt de gangen van de universiteit, de redacties, de uitgeverijen, de Tweede Kamerfracties en de kantoren van advocaten en bankiers. Steeds meer werk begint op een spelletje te lijken, dat net zoals schaken het best wordt gespeeld door AI-modellen. Elke dag worden wetenschappers, politici en opiniemakers betrapt op valsspelen – AI-dopinggebruik. Wie nog wél zweet op eigen tekstjes, bekruipt het unheimische gevoel dat je net zo goed je benen omhoog kan gooien, een paar aandelen kan kopen en op de VVD kan stemmen.

Waar kunnen wij afkijken hoe je dat een beetje op een goede manier doet, overtollig raken? Misschien bij alle landarbeiders, fabrieksarbeiders en mijnwerkers die het een eeuw geleden al overkwam? Iets zegt me dat overbodigheid-door-AI mijn bubbel van theoretisch opgeleiden harder gaat raken. Wij zijn mensen die leven om te werken. Voor ons is druk druk druk bezig zijn en lange dagen maken een statussymbool. Wij zijn hier bijzonder slecht tegen bestand. Wij vragen op een verjaardag niet waar iemand naartoe op vakantie ging, maar wat iemand doet, wat hij ís. Dit raakt ons op existentieel niveau.

Of kunnen we het misschien afkijken bij ouderen? Ik dacht eraan toen ik afgelopen dinsdag terecht kwam in een kudde senioren op pad voor hun coronabooster. Een parade van rolstoelen, driewielers, en oudere dames achter het stuur met nog oudere dames naast hen. Het gezicht zo ongeveer tegen de voorruit. Lichte paniek in de ogen, die je bij mensen van deze leeftijd wel vaker ziet, wanneer praktische zaken als ov-tijden, parkeerplekken, jas, tas en telefoon disproportioneel veel werkgeheugen in beslag zijn gaan nemen.

Kunnen wij bij dat groeiende leger van ouderen afkijken hoe je enigszins waardig leeft als overtollige? De één doet dat overduidelijk beter dan de ander. Sommigen laten zich vrolijk assisteren, berustend in hun lot, zich amuserend over de dingen. Anderen weigeren trots en krampachtig elke assistentie. Tussen de rollators beent altijd zo’n vitale autonome zeventiger voorbij. Onnatuurlijk hard lopend. Type Erik Scherder. Zo iemand die op gezette tijden van zijn stoel springt, voor 30 seconden squat, plankt, een kwartier viool speelt, brain games doet. Use it or lose it. Die mensen willen – natuurlijk – geen arm.

Eigenlijk is het absurd hoe enthousiast onze gepensioneerden de elektrische fiets hebben omarmd. Al die helmen met grijs haar eronder op het fietspad. Waarom hebben ouderen toch zo’n haast? En steeds wanneer ik word ingehaald denk ik: ze worden opgejaagd. Ze leven met de dood op de hielen, en hoe dichter die bij komt, hoe meer gas ze geven.

Er wordt nu een generatie oud, die misschien wel het allerslechtst is in oud worden. Het slechtst tegen haar verlies kan, die altijd in charge was en in charge wil blijven. Een generatie van mensen die nooit gelaten en godvrezend hun lot willen accepteren, zoals ze hun ouders hebben zien doen, maar het leven bij de lurven grijpen.

Mensen die helemaal nóóit willen worden ingehaald. Ze werpen de handdoek nog liever in de ring – autonoom, met regie, tot het laatst met opgeheven hoofd – dan dat ze wachten tot hun fysieke lichaam er de brui aan geeft. De gedachte aan de toekomstige aftakeling, de zwakte, hulp moeten accepteren en in de passagiersstoel plaatsnemen, roept zoveel afgrijzen in hen op, dat ze liever hun eigen koning omgooien dan dat ze zich mat laten zetten.

Nee, zo moet het niet. Dit moet beter. Voor onze generatie is de AI-golf die ons overspoelt een aardige oefening in de verlieservaring van het niet meer nodig zijn. Hoe je waarde ontleent aan iets anders dan wat je kan, fysiek of mentaal. Leren incasseren. Leren verliezen. Misschien gewoon een potje schaak spelen. Dat kunnen machines al dertig jaar beter dan wij, en toch blijft het een prachtig spelletje.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next