Home

Burgerbeweging spoort Arabische Israëliërs aan te gaan stemmen: ‘We zien meer achterdocht, minder vertrouwen en meer racisme’

Verkiezingen Israël Twee miljoen van de tien miljoen Israëliërs zijn Arabisch, van wie een deel zich identificeert als Palestijns. Deze groep gaat minder vaak naar de stembus dan Joodse Israëliërs, maar dat kan dinsdag veranderen. „In de afgelopen jaren hebben we begrepen dat er een rechts bestaat dat nog veel erger is dan rechts.”

Twee vrijwilligers van de Ajyal-beweging delen flyers uit in Tamra, waarmee ze de bewoners van de stad willen motiveren om naar de stembus te gaan. Op de achtergrond is de blauwe banner te zien van de Gezamenlijke Lijst.

Bijna iedere auto stopt bij een rommelige rotonde in het Noord-Israëlische stadje Tamra. Eerst steekt er dan een hand uit het raam, daarna zo af en toe een glimlachend hoofd. Soms schuift alleen het raampje naar beneden, waarna iemand in het Arabisch roept: „Ik ga al stemmen!”

Het schemert al wanneer jongeren van Ajyal, de Arabische burgerbeweging in Israël, hier tijdens de spits flyers uitdelen, veelal met kernachtige argumenten over een sterkere vertegenwoordiging voor Arabische Israëliërs. De boodschap is eenduidig: ga stemmen.

Om de Arabische minderheid komende dinsdag naar de Israëlische stembus, de kalpi, te krijgen, begon Ajyal twee jaar geleden met een campagne. Die is gericht op de verschillende Arabische gemeenschappen in Israël: Galilea in het noorden, de centrale Arabische driehoek, de zuidelijke Negev en langs de kust, zegt Mahmoud Zerene (22), verantwoordelijk voor de externe samenwerkingen van Ajyal.

Ruim twee miljoen van de tien miljoen Israëliërs zijn Arabisch; een deel van hen identificeert zich als Palestijns. De meerderheid stamt af van Palestijnen die rond 1948 in het gebied bleven dat Israël werd. Partijen die specifiek deze groep vertegenwoordigen zitten al sinds de jaren tachtig in de Knesset, bijna altijd in de oppositie. 

Bij de aanstaande verkiezingen zijn de twee niet-zionistische Arabische partijen waarschijnlijk onmisbaar voor een meerderheid tegen het blok van premier Benjamin Netanyahu. Toch heeft zowel Netanyahu als zijn voornaamste uitdager, voormalig legerchef Gadi Eisenkot, gezegd geen steun te zullen aanvaarden van partijen die de Arabische burgers van Israël vertegenwoordigen.

In Israël geldt een kiesdrempel van 3,25 procent. Als de Arabieren in groten getale naar de stembus trekken, wordt het voor andere kleine partijen lastiger om die drempel te halen. Meer stemmen van Arabieren zouden ook de positie van Netanyahu verzwakken. Mocht geen van beide blokken erin slagen een regering te vormen, zou dat kunnen leiden tot een politieke impasse. In dat geval komen er in 2027 nieuwe verkiezingen en blijft Netanyahu voorlopig aan de macht.

Metershoge billboards

De gezichten van de partijleiders voor de aankomende Knesset-verkiezingen hangen op metershoge billboards langs de weg. Wie vanuit het roodgekleurde gesteente van de Negev-woestijn langs de kust richting het noorden rijdt, ziet de gezichten langzaamveranderen. 

In de buurt van de overwegend Joods-Israëlische steden Sderot en Ashkelon staat op veel van de posters Netanyahu met de boodschap: ‘Rechts of Palestina’. Op andere staat de extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir: ‘Bibi [Netanyahu] heeft een sterke Ben-Gvir nodig!’ Bij de Arabische gemeenschappen veranderen de posters. Het gezicht van de centrum-linkse Yair Golan duikt op, de enige zionistische oppositiepoliticus die regeren met Arabische partijen niet uitsluit.

Een verkiezingsbillboard met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en leden van de oppositie, met daaronder de tekst ‘Rechts of Palestina’, op 20 oktober in de Israëlische stad Bnei Brak.

In Tamra zijn de rotondes beplakt met afwisselend de groene affiches van de conservatief-islamitische Verenigde Arabische Lijst, ook wel Ra’am (vijf zetels in de peilingen), en de blauwe kleuren van de Gezamenlijke Lijst (negen zetels in de peilingen), waarin de socialistisch partij Hadash en de Arabisch-nationalistische partijen Ta’al en Balad samenwerken.

Tijdens de vorige Knesset-verkiezingen, in 2022, stemde maar iets meer dan de helft van de Arabische Israëliërs. Een deel van hen blijft thuis omdat ze weinig vertrouwen hebben in de invloed van hun stem, of in de Arabische politici die hen vertegenwoordigen. De verwachting is dat de opkomst volgende week aanzienlijk hoger zal liggen dan de vorige keer.

„In de afgelopen jaren hebben we begrepen dat er een rechts bestaat dat nog veel erger is dan rechts,” zegt Mahmoud Zerene. Onder de huidige regering is het racisme in het land aanzienlijk toegenomen, zegt hij. „Het richt zich nu zelfs tegen de hoogopgeleide Arabische artsen in Israël”. Ongeveer een kwart van de werkzame artsen in Israël is van Arabische komaf. Onder apothekers is het aandeel zelfs de helft. „Een paar maanden geleden deelde de Israëlische nieuwszender Kanaal 14 nepnieuws dat Arabische artsen Joodse patiënten zouden vergiftigen. Het is het zoveelste voorbeeld van opruiing”. 

Jarenlang werden het Israëlisch-Palestijnse conflict en de verhoudingen tussen Joodse en Arabische burgers binnen Israël als afzonderlijke kwesties behandeld, zegt Amnon Be’eri-Sulitzeanu, directeur van Abraham Initiatives. Ook bij Joods-Arabische organisaties als de zijne was dat de gedachte. Binnen Israël ging het om samenleven tussen burgers en niet om een conflict tussen vijanden. Inmiddels ziet hij die scheiding steeds minder. „We begrijpen steeds meer dat er bijna een symbiose bestaat tussen het Israëlisch-Palestijnse conflict en de relaties tussen Joden en Arabieren binnen Israël zelf.”

Sinds 7 oktober ziet hij minder vertrouwen, vooral onder Joden tegenover Arabieren. Ook politiek merkt hij de gevolgen. Volgens hem wijzen Joodse partijen samenwerking met Arabische partijen deels af omdat hun achterban dat verwacht. „We zien meer achterdocht, minder vertrouwen en meer racisme.” Dat speelt volgens hem rechts in de kaart. „Rechts weet dat het centrum-linkse blok de Arabische partijen nodig heeft om een regering te vormen.” Als de Arabische partijen goed scoren, kunnen ze volgens hem al in de eerste weken meebeslissen over een nieuwe Knesset-voorzitter en over wie de volgende regering vormt – ook zonder zelf mee te regeren.

Niet veilig langs de deuren

Verlegen kloppen vrijwilligers van Ajyal Minna Diab en Aseel Abo Romi aan. De vrouw op leeftijd aan de andere kant van de deur leeft op. Ze maken een praatje; stemmen gaat ze zeker, zegt ze. Diab en Abo Romi lopen verder, het is hun eigen wijk in Tamra. Het is echter niet in alle stadsdelen veilig genoeg om langs de deuren te gaan. Daarvoor zoekt Ajyal een andere oplossing, zoals het organiseren van bijeenkomsten met gerespecteerde inwoners uit de buurt.

Vrijwilligers gaan van deur tot deur om mensen aan te moedigen te stemmen en gegevens te verzamelen voor hun database.

Het is een voorbeeld van wat Arabische Israëliërs hun grootste probleem in het land noemen. In 2025 kwamen 252 Arabische burgers van Israël om het leven door geweld of criminaliteit, het jaar ervoor vielen 230 doden. Dat blijkt uit cijfers van de Abraham Initiatives. Een aanzienlijk deel van deze zaken worden niet door de politie opgelost. Ter vergelijking: onder Joodse Israëliërs vielen in 2024 en 2025 respectievelijk 47 en 46 doden door criminaliteit, schrijft een Israëlische zakenkrant.

Volgens de Palestijns-Israëlische criminoloog en advocaat Reda Jaber gaat het niet om een misdaadprobleem maar om een burgerschapsprobleem. „De problemen waar de Arabische gemeenschap mee te maken heeft, komen overal ter wereld voor, maar het verschil zit in wie de macht heeft om in te grijpen”, zegt hij. „In andere landen zorgt een centrale overheid ervoor dat een omslag naar criminaliteit niet ontspoort, maar Arabische gemeenschappen in Israël hebben geen eigen politie en geen eigen ministerie van Onderwijs of Economische Zaken. Dat ligt allemaal bij de Israëlische staat.” 

Er is nog een verwant probleem, dat over grond gaat. Arabische dorpen krijgen volgens Jaber nauwelijks ruimte om te groeien, omdat de staat de grond als potentieel Joods ziet. De prijzen van grond worden hoger, de banen zijn schaars. Misdaad wordt voor sommigen een uitweg. En de man die in de afgelopen jaren verantwoordelijkheid droeg voor het criminaliteitsprobleem is de extreemrechtse minister Ben-Gvir.

Eerder dit jaar bleek dat onder zijn leiding het ministerie van Nationale Veiligheid honderden miljoenen sjekels voor de bestrijding van criminaliteit in de Arabische samenleving onbesteed heeft gelaten. Een deel van dat budget was bestemd voor het werven van politieagenten in Arabische en gemengde gemeenschappen. Ook werd er bezuinigd op programma’s die sociale en economische achterstanden van Arabische burgers moesten verkleinen.

Bovendien werd bijna 143 miljoen euro uit de regeringsresolutie 550, een vijfjarenplan ter vermindering van ongelijkheden in de Arabische gemeenschap en voor het tegengaan van discriminatie, overgeheveld naar de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet en de politie. Meerdere burgerrechtenorganisaties stapten vanwege dit besluit naar het Hooggerechtshof. 

Onder Arabische Israëliërs noemt 71 procent geweld en misdaad in de eigen gemeenschap als het belangrijkste vraagstuk, gevolgd door de Palestijnse kwestie met 8 procenten onderwijs, werkgelegenheid en armoede (7,4 procent). Dat blijkt uit onderzoek dat de Universiteit van Tel Aviv in mei publiceerde.

De organisatie Ajyal heeft een callcenter opgezet in een winkelcentrum in Tamra. Vrijwilligers bellen mensen uit de Arabische gemeenschap in heel Israël.

In een bijna verlaten winkelcentrum verderop in een buitenwijk van Tamra heeft Ajyal onder de tl-verlichting een geïmproviseerd callcenter geopend. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zit een tiental jongeren te bellen met Arabische Israëliërs van wie de organisatie de contactgegevens door heel het land heeft opgehaald. 

„We vragen hoeveel mensen in het huishouden wonen en of ze tijdens de verkiezingsdag speciale hulp nodig hebben, zoals vervoer. Dan rijden onze vrijwilligers hen naar de stembus. Als ze niet stemmen, dan willen wij weten waarom niet”, vertelt Zerene. „Op de verkiezingsdag bellen we ook. Dan herinneren we mensen er bijvoorbeeld aan om hun identiteitsbewijs mee te nemen. Met het persoonlijke contact hopen we mensen mee te geven dat ze door te stemmen zelf de verantwoordelijkheid kunnen nemen om de huidige situatie in de gemeenschap te verbeteren.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next