De vriend van Janneke Vreugdenhil was bijna kandidaat in Masterchef Spanje. Maar met zijn in elf minuten in elkaar gedraaide pasta, hij was als eerste klaar, redde hij het net niet.
Tijdens de slordige twintig jaar dat ik getrouwd was met mijn ex, heeft hij hooguit vijf keer voor me gekookt. Een van die vijf gerechten was pasta met bananensaus. Hij had en heeft beslist genoeg andere kwaliteiten hoor, maar dan begrijpt u wellicht waarom ik toch maar liever zelf iedere avond in de keuken ging staan.
De man op wie ik na mijn scheiding verliefd werd en die hier al een jaar of negen figureert als mijn verkering, is echter een gepassioneerde kok. Al tijdens ons allereerste gesprek liet hij terloops vallen dat hij had meegedaan aan Masterchef Spanje. Later bleek, en daar plaag ik hem uiteraard nog regelmatig mee, dat het ging om de voorrondes en dat hij het televisieprogramma zelf nooit heeft gehaald.
Hoe zoiets gaat? Wel, net als 19.999 anderen had hij een video ingestuurd waarin hij zich aanbood als kandidaat. Daarop werd hij samen met 149 anderen uitverkoren om deel te nemen aan de eerste selectieronde in een hotel in Barcelona – in vier andere steden in Spanje gebeurde hetzelfde. De opdracht was in twintig minuten een koud gerecht te maken. Of eigenlijk: een koud gerecht op te maken, want alle onderdelen dienden thuis te worden voorbereid.
Verkering was zijn collectie kookboeken ingedoken en had zich laten inspireren door een gerecht van niemand minder dan Sergio Herman. Wekenlang had hij geoefend op komkommercannelloni met zeebaarstartaar en dashi-parels, met daarnaast een escabeche van kokkels en een mousseline van gamba’s met een sesamkrokantje en currymayonaise. De jury kwam langs en proefde zorgvuldig. „Voortreffelijk”, werd er gezegd. De dashi was wellicht iets te sterk, maar verder „bijzonder smaakvol”. Die Hollander kon dus echt koken. Maar verdiende hij ook een plek in het programma?
Nu kwam het erop aan. Het is algemeen bekend dat je om aan Masterchef mee te mogen doen niet alleen een aardig potje dient te kunnen koken, maar vooral ook een goed verhaal moet hebben. Dus vertelde mijn verkering dat hij weduwnaar was en vanaf het moment dat hun moeder ziek werd twee keer per dag voor zijn kinderen was gaan koken. En dat hij met zijn deelname Spanje wilde bedanken omdat hij in dat land had geleerd wat goed eten is.
Het ging erin als zoete koek en samen met negentien anderen mocht hij door naar de volgende ronde. De laatste hindernis op weg naar eeuwige roem: in vijftien minuten een pasta in elkaar draaien met ad hoc gekozen ingrediënten uit de voorraadkamer. De tijd gaat nu in!
Man, die stress. Ik zou de pasta van ellende tot snot laten koken. Maar verkering besloot doodkalm een variant op zijn favoriete pasta met paprika en gerookte zalm te maken. Hij pureerde een stel gegrilde paprika’s uit een pot, voegde er een scheut room aan toe en liet de boel eventjes inkoken. Hij bakte een paar stukjes kabeljauw en frituurde wat blokjes aubergine. Verse pasta, saus erdoor, kabeljauw en aubergine erover en binnen elf minuten was hij klaar – als eerste.
Een week later kwam het slechte nieuws: hij mocht niet door. En weet u, om eerlijk te zijn ben ik er helemaal niet rouwig om. Want als-ie wél op de buis was verschenen, was-ie ongetwijfeld door een of andere hongerige Spaanse geschaakt nog voor ik daartoe de kans kreeg. Intussen prijkt in een aardewerken pot naast ons Spaanse fornuis toch maar mooi een reusachtige pollepel met het bekende M-logo.
De pasta met paprikaroomsaus, kabeljauw en aubergine waarmee mijn verkering nét geen Masterchef-kandidaat werd, was gebaseerd op een pastaatje dat hij al jaren maakte en tot mijn vreugde nog steeds regelmatig maakt. Het recept komt uit De echte pasta van Giuliano Hazan – inderdaad, de zoon van Marcella. De Spaanse vertaling van dit boek werd destijds in delen, als een soort feuilleton dus, cadeau gedaan aan lezers van een Catalaanse zondagskrant.
De saus bestaat uit niet veel meer dan slagroom, geblakerde en ontvelde rode paprika en gerookte zalm. In al z’n snelle eenvoud vind ik het echt een winnend recept. Beter dan die kabeljauwversie, waarin de rooksmaak en het vettige van de zalm ontbreekt. En al helemaal honderd keer lekkerder dan pasta met bananensaus.
U mag dit recept beschouwen als een laatste groet aan de nazomer – die ik, zoals stamgasten van deze rubriek wel weten, altijd zo lang mogelijk probeer te rekken. Volgende week gaan we aan de slag met pompoen en daarmee verklaar ik de herfstkeuken voor geopend.
Voor 2 personen
Bereiding:
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie